Windvangers: 5 redenen waarom we tegen windmolens moeten vechten

In de huidige klimaatplannen is duurzame energie de heilige graal. Energie maken uit onuitputtelijke bronnen klinkt natuurlijk ook geweldig. Het is reden voor het kabinet om hiervoor dit jaar meer dan 9 miljard euro subsidie beschikbaar te stellen (dat komt neer op ruim 1.000 euro belastinggeld per werkende Nederlander!). Maar in de praktijk blijkt het allemaal een stuk lastiger. Zonne-energie bijvoorbeeld is door de hoge kosten, de kwetsbare panelen en de lage opbrengst in Nederland niet rendabel. De andere grote tak, windenergie, blijkt al minstens zo moeilijk. Het draagvlak voor windmolens is onder de Nederlandse bevolking de afgelopen jaren voor een groot deel verdwenen. Terecht. Hieronder geeft Cultuur onder Vuur 5 redenen waarom windenergie een doodlopende weg is.

(meer…)

Hoe de islam Nederlandse kinderen voorbereidt op bekering

Elke dag gaan schoolbussen met Nederlandse kinderen naar de moskee. Daar moeten ze knielen en ‘bidden’ tot Allah. Met woorden als ‘Allah Akhbar’, de strijdkreet waarmee over heel de wereld dood en verderf wordt gezaaid. De campagne Cultuur onder Vuur heeft hierover het rapport Klassen op de knieën voor de islam uitgebracht. Met effect: het rapport deed de Tweede Kamer een motie aannemen die ouders meer rechten geeft om hun kinderen weg te houden van moskeebezoeken. Wij publiceren uit het rapport, dat u HIER kunt bestellen, een hoofdstuk over islamitisch ‘bidden’ als voorbereiding op bekering tot de islam.

Toetreden tot de islam is eenvoudig. De belangrijkste drempel die genomen moet worden is het uitspreken van de sjahada, de islamitische geloofsgetuigenis. Die is kort en luidt in het Nederlands: “Ik getuig dat er geen godheid is dan alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.” In dit artikel bespreken we de status van het moskeebezoek en het ‘bidden’ daarin door schoolklassen vanuit islamitisch perspectief. Ook onderzoeken we hoe het moskeebezoek van scholen kadert in een bredere kijk vanuit de islam op zijn aanwezigheid in het Westen. 

Moskeebezoek: oefening in ‘dawah’

Het is niet duidelijk, althans niet aangetoond, of deze letterlijke tekst tijdens een of meer van de schoolexcursies is uitgesproken. Zeker is dit wel het geval voor de korte vorm ‘Allahu akbar’ (‘Allah is groter’) en voor sommige andere islamitische gebedsteksten. Dit maakt echter weinig verschil, zegt de Amerikaanse islamoloog en publicist Robert Spencer. [1] Hij laat desgevraagd aan Cultuur onder Vuur weten dat het ‘bidden’ tijdens de Nederlandse moskee-excursies zonder meer kan worden gezien als een “oefening in het islamitische ‘dawah’ (proselitisme, zieltjeswinnerij)”. Dat wil zeggen dat, welke doelstellingen die overheid en onderwijs van hun kant ook mogen nastreven, kinderen van islamitische zijde bij moskeebezoek doelbewust worden voorbereid op toetreding tot de islam. De heersende ideologie van het multiculturalisme speelt de islam hierbij in de kaart.

Het vaak aangevoerde tegenargument dat er ook een bezoek gebracht wordt aan kerk en synagoge gaat niet op. Spencer wijst er in zijn reactie op dat, gesteld dat er al sprake is van kerkbezoek als tegenwicht (en gesteld dat islamitische kinderen daadwerkelijk ook daarheen meegaan, wat vaak niet het geval is), deelname aan het christelijk bidden of gebed als ‘oefening’ door schoolkinderen daarvan nooit onderdeel uitmaakt. Het op de knieën gaan in de moskee tijdens een schoolexcursie is blijkens foto’s en video’s in Nederland echter gewone praktijk.

Heel wat moeilijker voor te stellen is dat schoolkinderen, waaronder moslimkinderen, onder leiding van docenten op de knieën zouden gaan om voor een Mariabeeld de rozenkrans te bidden. Nog moeilijker is voor te stellen dat dit jaren onomstreden zou kunnen doorgaan. Zoals Spencer benadrukt, tendeert de ideologie van het multiculturalisme steeds naar het begunstigen van wat vreemd of zelfs vijandig is aan de eigen natie en werpt zij juist obstakels op tegen de overdracht van de eigen cultuur.   

Moskeebezoek school gaat viral (2016)

Internet onttrekt zich echter grotendeels aan multiculturele controle. Daarom was er in 2016 internationale aandacht voor het filmpje van OBS de Vinkenbuurt uit Ommen die op bezoek was bij de Ghulzar-e-Madina moskee in Zwolle. Zoals met name in de Britse berichtgeving werd benadrukt, is deze moskee bezocht door radicale imams uit Pakistan. [2]

Onder hen Anas Noorani Siddiqui, die zich geestelijk leider noemt van de World Islamic Mission (WIM), een islamitische zendingsorganisatie. Deze imam heeft openlijk de fatwa’s van Osama bin Laden onderschreven, waarin deze tot geweld oproept tegen Amerikaanse en Israëlische burgers, tot terreur dus. Deze imam heeft zich voorts voorstander betoond van de doodstraf voor iedereen die Mohammed ‘beledigt’. Ook keerde hij zich tegen de Nederlandse levensstijl. Niet-islamitische Nederlanders gedragen zich volgens hem “als honden en teven”. Er kan onwetendheid in het spel zijn, maar deze moskee lijkt voor een school toch wel een vreemde keus.

‘Leuk en begrijpelijk’

Volgens een inmiddels verwijderd nieuwsbericht van De Dalfser Marskramer ging het er bij het bezoek van OBS de Vinkenbuurt aan de moskee als volgt toe: “Als onderdeel van het project ‘andere culturen’ hebben leerlingen van OBS Vinkenbuurt een bezoek gebracht aan de Ghulzar-e-Madina moskee in Zwolle. Daar gaf imam Mawlana Tahier Wagid Hosain Noorani een rondleiding in zijn moskee. Alle vragen die de leerlingen hadden werden op een leuke en begrijpelijke manier beantwoord. De leerlingen van OBS Vinkenbuurt probeerden ook het Arabische alfabet na te zeggen. Ook hebben ze ervaren hoe het is om te bidden. Ze hebben tijdens het bezoek veel geleerd over de Islam.” [3]

‘Allahu akhbar’

Het filmpje van de OBS de Vinkenbuurt ging viral de wereld over. In Nederland werd het vooral bekend nadat Kamerlid Harm Beertema (PVV) erover twitterde. Daarop (29 december 2016) wijdde weblog GeenStijl er een item aan. Het filmpje laat zien hoe de kinderen onder leiding van de imam en onder aanmoediging van hun docenten een knielende voorovergebogen gebedshouding aannemen en op aangeven van de imam zelfs het ‘Allahu akhbar’ herhalen. Terwijl zij zo ‘bidden’ geeft de imam hun corrigerende aanwijzingen om hun gebedshouding te vervolmaken (‘handen onder de oren!’).

Voorbereiding op islam

Hoe onschuldig is dit? ‘Bidden’ is in dit geval deelnemen aan het gebed van een andere godsdienst. Zeker bij kinderen, die daar in gehoorzaamheid aan deelnemen, leidt dit tot een zekere mate van innerlijke betrokkenheid. Om deze reden verbood de katholieke Kerk van oudsher (nog in de Canon van 1917) haar gelovigen categorisch deel te nemen aan niet-katholieke godsdienstoefeningen. Wie dit verbod overtrad, stelde zich bloot aan de verdenking van ketterij. Voor godsdiensten heeft het deelnemen aan gebedsoefeningen dus betekenis. Dat geldt zeker voor de islam, waar voor het toetreden verder maar weinig eisen worden gesteld. Los daarvan, dat bidden bij een willekeurige godsdienst minder vrijblijvend kan zijn dan het wordt voorgesteld en vooral op kinderen een zekere uitwerking kan hebben, wordt breed aangevoeld.

De opvallende kritiek die het filmpje heeft opgeroepen en viral deed gaan, heeft te maken met de spontane verontwaardiging over het feit dat kinderen hier in onderwijsverband worden aangezet deel te nemen aan wat een voorbereiding op islamitisch gebed en daarvan een ‘instudering’ lijkt te zijn. Die instudering is zowel geestelijk als lichamelijk, met een gebaar dat – veel meer nog dan het knielen in een kerkgebouw – totale onderwerping uitdrukt. Het moskeebezoek, vanuit Nederland argeloos gepresenteerd als onderdeel van het ‘kerndoel burgerschapsontwikkeling’, past daarmee van islamitische zijde naadloos in de stille jihad (stealth jihad), de stilzwijgende zieltjeswinnerij en spirituele inname van Westerse samenlevingen vanuit de islamitische aanwezigheid daar.

Ideologisch offensief: de stille jihad

Het moskeebezoek past enerzijds in de ideologie van het multiculturalisme, van waaruit het op de eerste plaats lijkt te zijn voortgekomen, anderzijds in het ideologisch offensief dat vanuit de islam op het Westen is geopend. Aan de stille jihad op Amerikaanse scholen heeft Robert Spencer een boek gewijd: Stealth Jihad. How Radical Islam Is Subverting America without Guns or Bombs (Regnery 2008). Voor de beoordeling van het moskeebezoek door scholen in Nederland, is het de moeite waard kennis te nemen van wat het onderzoek naar de stille jihad in de VS heeft opgeleverd.

“Van alle strijdtonelen waarop de stille jihad (stealth jihad) voortgang boekt, is een van de meest cruciale die van onze scholen, waar stille jihadisten een gastvrije omgeving hebben gevonden onder docenten die diep met het credo van het multiculturalisme zijn doordrenkt”, aldus Spencer (p. 189) . Aan onderwijzenden wordt ‘tolerantie’ opgedrongen als een onderwijsopdracht die hun “het vermogen ontneemt om niet-Westerse culturen kritisch te beoordelen”. Het maakt docenten “verhoogd vatbaar” voor de listen en lagen van de stille jihad. Zeer duidelijk wordt dit zichtbaar in schoolboeken, waarin niet zelden een lachwekkend eenzijdig en onhistorisch geflatteerd beeld van de islam wordt gegeven.

In tegenstelling tot puur islamitisch onderwijs, dat zich van zijn kant duidelijk kritisch tegen de Westerse cultuur opstelt, zorgt de beïnvloeding van het gewone onderwijs voor “een beeld van de islam dat zo rein en vredig is dat het soms de grens overschrijdt van puur pro-islamitische vooringenomenheid naar regelrechte islamitische zieltjeswinnerij”. 

Schoolboeken

Belangrijk in het blootleggen van deze sluipende jihad is een studie die in juni 2008 is uitgebracht door de American Textbook Council, een onafhankelijke nationale onderzoeksorganisatie. Dit rapport stelt vast dat tien van de meest gebruikte schoolboeken voor middelbare scholen ‘een onvolledig en kunstmatig beeld van de islam presenteren, dat de fundamenten ervan en de uitdagingen voor de internationale veiligheid verkeerd voorstelt’. Het rapport bevond bovendien “dat de boeken hogelijk tendentieuze constructies voorstellen als onomstreden waarheid”. Zij maakten gemene zaak met multiculturalisten “door de voorstelling van de islam te kuisen, en door het christendom en de Westerse beschaving te kleineren of te veronachtzamen en door veel middelbare schoolboeken om te zetten in missionerende verhandelingen.”

Frankrijk

Dit betrof de Verenigde Staten. In Europa staat het onderzoek naar de islamisering van schoolboeken en het curriculum nog in de kinderschoenen. Voor Frankrijk deed de lerares Christine Tasin recent een voorzet met L’islam à la conquête de l’école (2017). Zij schrijft daarin een grote rol toe aan de socialistische politica Najat Vallaud-Belkacem, die in 1977 geboren is in “de soevereine islamitische staat Marokko”, zoals de grondwet van dat land het noemt, en die de islam als “godsdienst van de staat” heeft. Belkacem heeft twee paspoorten, Frans en Marokkaans. Dat was geen beletsel om verscheidene ministerposten in Frankrijk te bekleden, waaronder die van onderwijs. Haar politiek-correcte beleid was onder de bevolking zeer omstreden. Ze noemt zichzelf een “gelovige, niet praktiserende moslima”, maar maakte wel deel uit van de ‘Adviesraad van Marokkanen in den vreemde’ van de Marokkaanse koning, die zichzelf als een nakomeling van Mohammed beschouwt. 

ISISCO

Volgens Tasin heeft Belkacem zich net name ingezet voor de bevordering van het Arabisch als keuzetaal op Franse scholen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen op van de ISESCO (de islamitische tegenhanger voor 57 moslimlanden van UNESCO) die in het jaar 2000 een belangrijk strategisch document publiceerde: De strategie voor culturele actie buiten de islamitische wereld. Hierin wordt kennis van het Arabisch, “de taal van de heilige Koran”, benadrukt als een belangrijke versterker en bewaarder van de moslimidentiteit. Om die reden beveelt de ISESCO een lobby aan “om de onderwijsautoriteiten in de gastlanden over te halen cursussen in islamitische cultuur in hun officiële curricula op te nemen, in België, Oostenrijk, Nederland, Spanje, de Elzas in Frankrijk en sommige deelstaten van Duitsland”. Tegelijk moet geijverd worden “Arabisch tot een van de talen te maken die scholieren kunnen kiezen op door de staat geleide scholen”. De lobby zou ook in het Europees parlement gevoerd moeten worden, een en ander met een uitdrukkelijk beroep op het multiculturalisme. Van de Westerse autoriteiten dient namelijk vereist te worden “de onderwijsactiviteit te generaliseren op basis van het interculturalisme.”

Karel Martel

Tasin geeft tal van voorbeelden hoe de beschrijving van de Franse geschiedenis in de loop van de jaren veranderd is onder druk van het multiculturalisme en de toenemende aanwezigheid van moslims in Frankrijk. In 1945 konden Franse schoolkinderen nog lezen dat Karel Martel in 732 zijn land en heel Europa had gered van de “invasie” van de islam. Dat was een “nieuwe religie” die door de “valse profeet Mohammed” was onderwezen en aan zijn volgelingen opgedragen om “met het zwaard op te leggen”. Martel had bij Poitiers de moslims “op de vlucht gedreven” tot in Spanje, waar de bewoners nog eeuwen “onder het juk” van de islam zouden zuchten. Maar: “de grote overwinning van Poitiers had de christenheid en de beschaving gered, die door de Arabische invasie was bedreigd.” (Tasin, p. 16)

Een kaart van vroege islamitische veroveringen. De islamitische slachtpartijen en verovertochten worden door schoolboeken vaak gebagatelliseerd als ‘migratie’.

Slag bij Guadalete (711)

In schoolboeken van later datum verdwijnt de slag bij Poitiers en het belang ervan voor de christelijke beschaving hoe langer hoe meer naar de achtergrond. In plaats daarvan wordt benadrukt hoe “de islam een beschaving geboren heeft doen worden waarvan de meesterwerken nog steeds bestaan”. Soms wordt zelfs de slag van Guadalete benadrukt en als scharniermoment gekozen. Met deze overwinning op de Visigothen waren de moslims in 711 namelijk hun invasie in Spanje begonnen. Het bestuderen van deze overwinning kan ons vandaag helpen, zo krijgen scholieren nu uitgelegd, “de rijkdom te onderwijzen van de relaties (militair, diplomatiek, intellectueel) tussen christenen en moslims in Andalusië.” Want pas als we de overwinningen van de moslims begrijpen, zien we ook “hoe de veroveringen en de belangrijke diversiteit van daarbij ontmoete culturen een langzame ontwikkeling van islamitische wijzen van geloof, praktijken en teksten van de zevende tot negende eeuw mogelijk maken.”

Kruisvaarders ‘vallen binnen’, moslims ‘migreren’

Volgens Spencer, die voorbeelden noemt, is – vreemd genoeg – de tendens om de gewelddadigheid van de jihad weg te werken of te vergoelijken met vaak gekunstelde ‘verklaringen’ sinds 9/11 alleen maar sterker geworden. Zo wordt van de explosief gewelddadige begintijd (de zevende en achtste eeuw) alleen maar gezegd dat de islam “zich verspreidde”, aldus implicerend dat dit gebeurde door vredige missie en vrijwillige bekering. “Hoewel de eerste moslims in Arabië woonde, verspreidde de islam zich door het Midden-Oosten.” Dat kwam, volgens deze schoolboeken, doordat mensen in dit overheersend christelijk cultuurgebied “werden aangetrokken door de islamitische boodschap van gelijkheid en hoop op verlossing.” Wat de moslims ook erg hielp, was “hun verdraagzaamheid voor andere godsdiensten.” Geen woord over de bloedige veroveringsoorlogen, de wurgende islamiseringspolitiek door grootschalige bekeringen onder dwang en door institutionele discriminatie en belasting voor de voorlopig ‘gedulde’ christenen en Joden, de ‘dhimmi’s’.

Andalusië

Bij deze voorstelling van zaken hoort ook het beeld van het middeleeuwse Andalusië in Spanje als een vredig en multicultureel paradijs onder auspiciën van de islam. De American Textbook Council merkte al op dat “als moslimgroepen christelijke volken aanvallen, hen doden en hun land innemen, naar dit proces verwezen wordt als een rijk ‘bouwen’. Christelijke pogingen om die landen weer terug te krijgen, worden getypeerd als ‘gewelddadige aanvallen’ of ‘bloedbaden’.” De Kruistochten, een laat en zwak antwoord op 450 jaar jihadistische agressie en verovering, krijgen zo een slechte pers. De kruisvaarders worden als “aanvallers” voorgesteld die een “invasie” uitvoeren, terwijl het binnenvallen van de Turkse Seltsjoeken in het christelijke Midden-Oosten een “migratie” wordt genoemd.

Het lijkt in Frankrijk niet veel anders. Prof. Barbara Lefebvre, historica, bekritiseert in een interview met Le Figaro in 2016 hoe Franse schoolboeken systematisch voorbijgaan aan het feit dat “de islam missionair is, zich geroepen voelt de mensheid te verlichten en dat territoriale verovering daarvoor zijn belangrijkste instrument vormt”.

Dit leidt tot een sterk gekleurde en selectieve weergave van bijvoorbeeld de Kruistochten. Lefebvre haalt een schoolboek aan waarin in het hoofdstuk ‘Het geweld van religieuze oorlogen’ alleen maar verslag gedaan wordt van de Spaanse Reconquista en de Kruistochten, “door middel van bijvoorbeeld de misdaden van de kruisvaarders zoals de plundering van Constantinopel in 1204. Van de jihad wordt echter in het geheel geen melding gemaakt in deze les, die toch deel uitmaakt van het hoofdstuk over de islam!” De geïdealiseerde weergave van islamitisch Andalusië is volgens Lefebvre in Franse schoolboeken al “gewoonte” geworden. Daarbij maakt men eenzijdig gebruik van bronnen die afkomstig zijn van de islamitische veroveraars. Deze zijn “van discutabele objectiviteit”, aldus de hoogleraar. Want “hebben we ooit meegemaakt dat de overwinnaar zichzelf de kwade rol geeft?”

Afbeelding uit middeleeuws Spanje van christenen die door hun islamitische veroveraars als slaven worden weggevoerd. De gruwelijke realiteit van de islamitische verovering wordt graag verbloemd in de schoolboeken.

Stille jihad: de Verenigde Staten

Islamexpert Robert Spencer vermeldt in zijn Stealth Jihad geen systematisch moskeebezoek aan scholen. Dat is daar blijkbaar niet aan de orde, wellicht omdat de islam daar nog niet zo verbreid is als in Europa en er daarom ook nog niet zoveel moskeeën zijn. Spencer noemt wel een aantal andere illustratieve gevallen van (zelf-)islamisering in het onderwijs. Bijvoorbeeld het geval van een school in Amsherst, New Hampshire, die zijn leerlingen een ‘Saoedische tentgemeenschap’ laat opzetten en openstelt voor de stad. Bezoekers krijgen een Arabische naam toebedeeld, en moeten een authentiek Saoedisch douaneformulier invullen, compleet met het opschrift dat voor drugssmokkel de doodstraf in het vooruitzicht stelt. De geslachten worden gescheiden, meisjes showen hoofddoeken en sluiers, terwijl een islamitisch religieuze instantie zorgt voor een gebedskleed met ingebouwd kompas om het op Mekka te richten; men geeft lezingen over het islamitische geloof, biedt items voor gebedsoproep aan en gebedssnoeren. “Misschien was het allemaal voor de lol”, commentarieert Spencer, “maar het was niet voor het eerst dat het moeilijk was een rollenspel te onderscheiden van zieltjeswinnerij voor de islam in een Amerikaanse openbare school.”

Byron. ‘Doe alsof je moslim wordt’

Ouders klaagden in 2003 de Byron Union School District in Californië aan. De reden is dat naar hun mening enkele opgaven die in het onderwijs over de islam van de scholieren worden gevraagd, neerkomen op proselitisme, werving van nieuwe gelovigen. Er wordt een handboek gebruikt dat om het volgende rollenspel vraagt: “Vanaf het begin [van het spel] zullen jij en je klasgenoten moslim worden.” Studenten moeten delen van de fatiha uit het hoofd leren (het eerste hoofdstuk van de Koran en het belangrijkste gebed in de islam), moslimnamen aannemen en ‘Allahu akbar’ (‘Allah is de grootste’) roepen, de kreet die door aanvallende jihadisten wereldwijd berucht is geworden. Aangemoedigd wordt bovendien dat de scholieren de lunch overslaan om het vasten van de ramadan te beleven.

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en christelijke tradities, met 100 procent inzet en 0 euro subsidie. Help ons vandaag nog met een gift!

Twee maten

In de bijbehorende leseenheid over het christendom wordt van studenten niet gevraagd te doen alsof zij christenen zijn, om enige Bijbeltekst voor te dragen of enig christelijk gebed uit het hoofd te leren. Het werkboek over de islam eist van studenten echter wel dat ze belijdenissen van islamitisch geloof afleggen om goed te antwoorden – bijvoorbeeld door te bevestigen dat ‘Mohammed de profeet is van Allah’ in plaats van dat ‘Moslims geloven dat Mohammed de profeet van Allah is.’ Ondanks dit alles oordeelt een rechter achteraf dat dit programma “geen devotionele of religieuze bedoeling” had.

De advocaat van de ouders wijst erop hoe hier met twee maten wordt gemeten. “Terwijl openbare scholen verhinderen dat christelijke scholieren de Bijbel lezen, bidden, de Tien Geboden uitdragen of zelfs het woord ‘God’ in de mond nemen, worden scholieren in Californië geïndoctrineerd in de religie van de islam. Openbare scholen zouden nooit accepteren dat het christendom zo werd onderwezen.” Hoe groot zou immers het schandaal wel niet zijn, aldus de advocaat, “als scholieren werd verteld dat ze het Onze Vader moesten bidden, de Tien Geboden uit het hoofd leren, zinnen moesten gebruiken als ‘Jezus is de Messias’ en als ze moesten vasten tijdens de Veertigdagentijd?”

Herndon. Islamitisch rollenspel

Kinderen van een openbare lagere school in Herndon, Virginia, kregen in oktober 2004 onderwijs in de islam en moesten daarvoor deelnemen aan een islamitisch rollenspel. ‘Multicultureel trainer’ Affeefa Syeed helpt hen de vasten van de ramadan te begrijpen, en maakt er daarbij geen geheim van dat haar onderwijs kadert in een grotere agenda: “Het uitleggen van de ramadan helpt leraren en bestuurders, als ook medescholieren om de school aan te passen aan de religieuze eisen van de heilige tijd.”

Friendwood. Gymnastiekles wordt werving voor islam

Op Friendswood Junio High in Friendwood, Texas, laat hoofdonderwijzeres Robin Lowe zonder aankondiging aan de ouders een les lichamelijk opvoeding vallen. In plaats daarvan laat zij de scholieren een presentatie van de islam bijwonen, die wordt gegeven door twee dames van de Raad voor Amerikaans-Islamitische betrekkingen. Volgens scholieren die aanwezig waren, is de bijeenkomst in hoofdzaak een oefening in zieltjeswinnerij voor de islam. “Er werd de scholieren geleerd dat er één God is, Allah, dat Jezus een van zijn profeten is, dat je vijfmaal dagelijks zou moeten bidden en andere grondbeginselen van de islam.”

Onderzoek in kinderschoenen

Deze voorbeelden uit de Verenigde Staten laten zien, net als de schoolboeken uit Frankrijk, hoe moskeebezoek door scholen past in het streven van de islam – of daarvoor aangegrepen kan worden – om zichzelf te verbreiden. De islam ontplooit daarvoor in elk land een ideologisch offensief, dat vervolgens overgenomen en begunstigd wordt door het multiculturele bestuurlijke klimaat. Ook in Nederland blijken schoolboeken vaak een geflatteerd historisch beeld van de islam te geven ten koste van dat van de eigen geschiedenis. Het onderzoek daarnaar staat echter nog in de kinderschoenen. Cultuur onder Vuur overweegt over dit onderwerp een volgende rapportage te gaan doen.

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en christelijke tradities, met 100 procent inzet en 0 euro subsidie. Help ons vandaag nog met een gift!

Utopische nieuwe wereldorde

Het moskeebezoek door scholen past in het streven van de islam zichzelf te verbreiden. Dat is zijn goed recht, zolang de islam nog alleen als godsdienst wordt opgevat en meeprofiteert van de traditionele Nederlandse godsdienstvrijheid. Missionering is immers wat veel godsdiensten doen. Dan nog blijft de vraag of daar in het bijzondere geval van de islam vanuit de Nederlandse overheid en door scholen aan meegewerkt moet worden. Moskeebezoek wordt gewoonlijk gerechtvaardigd met hetzelfde argument als kerk- en synagogebezoek, als ‘burgerschapsvorming’ en als een maatschappelijk-cultureel uitstapje waarbij scholieren de gelegenheid krijgen kennis te maken met een belangrijke religie in het land. In hoeverre is een dergelijke gelijkstelling terecht?

Bij deze benadering verdwijnen een aantal belangrijke en exclusieve kenmerken van de islam al snel onder tafel. Op de eerste plaats erkent de islam de samenleving niet als een apart domein. Integendeel, dat is precies de plaats waar hij zijn stempel wil zetten door middel van de sharia, de islamitische wet. De islam streeft een utopische nieuwe wereldorde na. Ook het fenomeen van jihadisten die vanuit Europese landen naar Syrië vertrekken om met de terreurgroep Islamitische Staat mee te vechten, begint vaak in moskeeën.

Een moskee is dus niet puur een ‘gebedsruimte’, zoals een kerkgebouw of synagoge. Het is het politieke brandpunt van waaruit de islamitische gelovigen worden aangezet hun geloof in daden om te zetten en eisen te stellen om de samenleving in overeenstemming te brengen met de sharia. Dat raakt vrijwel aan alle maatschappelijke verhoudingen, om te beginnen die tussen man en vrouw. Wat te denken van het feit dat de verkrachting van een vrouw volgens de sharia als te bestraffen ‘overspel’ van die vrouw moet worden opgevat, tenzij zij erin slaagt vier getuigen te vinden dat het tegen haar zin gebeurde? De bestraffing die volgt als zij daar niet in slaagt, is overigens in sommige islamitische landen de doodstraf, al dan niet via steniging. 

Diyanet-moskeeën

Verder bestaan er vrijwel altijd politieke en financiële verbanden tussen de moskee en het land van herkomst. De Diyanet-moskeeën zijn bijvoorbeeld Turkse staatsmoskeeën, waarvan de imam in loondienst is van de Turkse staat. Zij vallen onder de ‘Diyanet’, het Turkse presidium van godsdienstzaken dat ressorteert onder het ministerie van Algemene Zaken van president Erdogan. Het wordt wel de ‘Turkse staatskerk’ genoemd, paradoxalerwijze ooit opgericht om de radicale islam buiten de deur te houden en om na de val van het Ottomaanse rijk strenge controle te houden op alles wat met de islam te maken heeft.

Politieke leiband

In Turkije zelf beheert Diyanet 90.000 moskeeën. Bemand door leken vormt dit Diyanet-netwerk, vooral nadat de islamitische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van president Erdogan in 2002 aan de macht kwam, tegelijk een instrument om Turkse moslims aan de politieke leiband te houden. Het speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de staatsgreep van Erdogan in 2016 en bij het verhitten van de gemoederen tegen diens beweerde rivaal Fethulla Gülen. Eind 2016 kwam ook de Nederlandse afdeling van Diyanet, de Islamitische Stichting Nederland (ISN), in opspraak. Die zou een rol gespeeld hebben bij het doorgeven van informatie over aanhangers van Gülen aan de Turkse regering. Elsevier-commentator Afshin Ellian vermoedt voorts dat de Nederlandse Diyanet-moskeeën een grote rol hebben gespeeld bij de recente verkiezingsoverwinning van DENK. [7]

“Minaretten zijn onze bajonetten”

Als een school een Diyanet-moskee bezoekt (een groot deel van de moskeeën in dit onderzoek) betekent dit dat zij ook een politiek centrum van de Turkse dictator bezoekt. Van diens activistische, zelfs militaristische kijk op de moskee getuigt zijn bekende uitspraak: “Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”. Het zou een misverstand zijn dit slechts als poëtische beeldspraak op te vatten. Erdogan moedigt de Turken in Europa immers aan daar wel te integreren, maar vooral niet te assimileren, want “wij zijn allemaal kleinkinderen van Suleyman”. (Sultan Suleyman de Grote was de Turkse veroveraar die christelijk Europa binnenviel, Hongarije innam en in 1529 het beleg van Wenen opsloeg.) De president van Diyanet, prof. dr. Ali Erbas, twitterde nog op 6 april 2018: “Het fundamentele doel van ons bestaan is om de wereld te domineren.”

Afshin Ellian benadrukt: Diyanet “leidt imams op, betaalt ze, geeft aanwijzingen over de vrijdagpreken, en het hoofd daarvan wordt als de grote moefti van Turkije gezien. Ook bouwen en controleren ze de moskeeën in andere landen zoals Nederland of Duitsland. Wie een Turkse moskee bezoekt, bezoekt tegelijkertijd het Turkse ministerie Diyanet. En daarmee zit je aan tafel met de Turkse overheid en dus ook de Turkse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.”

Omdat de 140 Diyanet moskeeën in Nederland onder volledige controle van president Erdogan staan, moet de vraag gesteld worden, aldus Ellian “of Diyanet niet een veiligheidsrisico vormt voor Nederland. Ik ken geen enkele vreemde mogendheid met een dergelijke goed georganiseerde infrastructuur in ons land.” De vraag die evenzeer gesteld mag worden is of het dan nog wel verantwoord genoemd kan worden naar deze moskeeën schoolexcursies te organiseren, waaraan ouders hun kinderen strikt genomen niet eens mogen onttrekken.

‘Mama is bezorgd’

Het bezoek van schoolklassen aan moskeeën betekent dus kinderen in de lagere schoolleeftijd blootstellen aan een mengeling van religieuze, spirituele, ideologische en politiek invloeden. De Vlaamse politica Anke Van dermeersch publiceerde op 11 oktober 2017 een open brief over het bezoek van Vlaamse scholen aan moskeeën: ‘Mama is bezorgd over het moskee bezoek!’. [8] Over haar dochter maakte zij zich naar eigen zeggen weinig zorgen. Die had in de moskee “de juiste vragen gesteld. De antwoorden die ze kreeg waren van die aard dat ze voorlopig haar conclusie heeft kunnen trekken over de positie die haar te wachten zou staan binnen de islam.”

Meer zorgen maakt ze zich over haar zoon. Kinderen verschillen en hij zou wel eens beïnvloedbaarder kunnen zijn. “Binnen de islam worden jongens en mannen naar de mond gepraat om hen in te lijven en zelfs op te offeren als jihadist. Dat maakt mij uitermate bezorgd.” Een Channel 4 documentaire constateerde in 2006 al dat moslims vanuit moskeeën worden opgeroepen “een staat binnen de staat” te vormen. Zoals een imam het uitdrukt: een moslim mag niet “de heerschappij van de kaffir (ongelovige) aanvaarden. Wij moeten onszelf regeren en heersen over de anderen.” Het Nederlandse onderwijs zou zich van dit gedachtegoed verre moeten houden, in plaats van de aan haar toevertrouwde kinderen daar in bussen naar toe te rijden.

Moskee in München

De moskee is een logische uitvalsbasis voor islamitische zending. De klassieke uitleg hoe dit werkt is A Mosque in Munich (2011) van de bekroonde (Pulitzer) onderzoeksjournalist Ian Johnson. Hij beschrijft hierin de Duitse fascinatie met de radicale islam in de negentiende eeuw, die deze als wapen wilde inzetten tegen de koloniale grootmachten. Na de val van de Duitse keizer in de Eerste Wereldoorlog nam Adolf Hitler dit project over en blies het nieuw leven in. Hierdoor raakten het moderne Arabisch nationalisme en het islamisme nauw verstrengeld met het nazisme. De centrale verbindingsfiguur was Amin al-Hoesseini, grootmoefti van Jeruzalem, die Hitler in 1941 bezocht. (zie hiervoor ook Nazi’s, Islamists and the Making of the Modern Middle East (2014) van Rubin en Schwanitz).

Door de gebrekkige denazificatie van West-Duitsland kon het nazi-moslimnetwerk daar grotendeels in stand blijven. Zo bleven ook de moslimsoldaten uit het Rode Leger, Tataren, Tsjetsjenen, Kazachen en Oezbeken, die krijgsgevangen waren gemaakt en vervolgens onder het Ostministerium van Alfred Rosenberg voor de nazi’s gespioneerd en gevochten hadden, in het na-oorlogse Duitsland hangen. Zij werden aangenomen als medewerkers van de zender Radio Liberty, een mantelorganisatie van de CIA, die zich op de bestrijding van het communisme en de Sovjet-Unie richtte. Een ex-ambtenaar van Hitlers Ostministerium, dr. Gerhard von Mende, gefinancierd door minister Theodor Oberländer van Buitenlandse Zaken (eveneens een ex-nazi), zette een expertisebureautje op om van hen een vijfde kolonne tegen het communisme te maken. Dit project werd weer gekaapt door de CIA, maar niet nadat Von Mende met zijn moslimcontacten eerst een stichting hadden opgericht om tot de bouw te komen van een moskee als geestelijk en cultureel middelpunt voor moslims in Duitsland. Dat project werd weer gekaapt door Said (vader van Tariq) Ramadan, leider op de vlucht van de Egyptische Moslimbroederschap.

Toen het gebedshuis in 1973 eindelijk open ging, bleek deze Beierse moskee een eerste bruggenhoofd voor het moslimradicalisme in Europa te worden, precies op het moment dat moslims als ‘gastarbeiders’ in groten getale naar Europa kwamen en via gezinshereniging en grote gezinnen hun bevolkingsaandeel nog verder deden toenemen. Mede dankzij deze moskee, van waaruit vele andere islamitische centra werden gesticht, kon een sterk ideologisch gekleurde (radicale, antisemitische) islam onder moslims in Europa een overheersende trend worden. In een bespreking noemt Publishers Weekly de studie van Johnson een “onthutsend voorbeeld” van de “eeuwige onbenulligheid” (perennial cluelessness) van het Westen als het gaat om moskeeën en de islam.

Voetnoten

  1. E-mailwisseling Cultuur onder Vuur met Robert Spencer, 4 april 2018.
  2. Calls for an end to ‘politically correct activities’ after primary school children are ordered to learn how to pray at a mosque popular with radical preachers. Daily Mail, 29 december 2016.
  3. De Dalfser Marskramer, 31 oktober 2014.
  4. Robert Spencer: Stealth Jihad. How Radical Islam Is Subverting America without Guns or Bombs (Regnery 2008), met name hoofdstuk 8: ‘Readin’, writin’, and subjugatin’ the infidel: the stealth jihad in American Schools.
  5. Christine Tasin: L’islam à la conquête de l’école (Résistance Republicaine 2017).
  6. Comment l’islam est abordé dans les manuels scolaires? Entretien fleuve avec Barbara Lefebvre. Le Figaro, 26 september 2016.
  7. Vormt het Turkse Diyanet een veiligheidsrisico voor Nederland? Afshin Ellian in Elsevier, 22 maart 2017.
  8. Anke Van dermeersch, Mama is bezorgd over het moskeebezoek. Ankevandermeersch.be.

‘Samenzweringstheorieën’ kunnen ook zomaar waar blijken te zijn

Volgens de secretaris-generaal van de VN en voormalig voorzitter van de Socialistische Internationale, Antonio Guterres, is er sprake van ‘corona-paniek’. Die zou het gevolg zijn van “een golf van samenzweringstheorieën en xenofobe gevoelens” – een verholen verwijzing naar de beschuldigingen tegen de communistische regering van China.

(meer…)

Uw pensioen blijft onder vuur, ondanks Europese rechter

Wie aan de Nederlandse pensioengelden komt, ondermijnt het recht op privé-eigendom. Dat volgt uit een uitspraak vorige week door het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. De uitspraak bevestigt bovendien het standpunt van Cultuur onder Vuur, dat al sinds 2017 de dreigende onteigening van de Nederlandse pensioengelden aan de orde stelt.

(meer…)

Deze 5 organisaties krijgen subsidie voor hun oorlog tegen Zwarte Piet

Honderdduizenden euro’s subsidies stromen er elk jaar van de gemeente Amsterdam naar clubs die actief Zwarte Piet bestrijden. Cultuur onder Vuur zet de schijnwerper op vijf organisaties.

1. Stichting Soul Rebel Movement

Soul Rebel Movement (SRM) noemt zich op zijn website een “non-profit organisatie die zich richt op kwetsbare groepen binnen de samenleving.” Het is onbekend wie in het bestuur zitten en wat de inkomsten en uitgaven zijn. Wel is uit het Amsterdams subsidieregister bekend dat de organisatie in 2016 5.000 euro gemeenschapsgeld heeft gekregen voor de Dag van Empathie. De subsidie lijkt tot weinig substantiële activiteit te hebben geleid. De evenementenkalender op de website toont in 2016 een workshop en in 2017 een zomerkamp.

(meer…)

Jerry Afriyie doet er een schop bovenop

Akwasi uit bedreigingen, maar mag van het Openbaar Ministerie vrijuit gaan. Dat geeft zijn kompaan Jerry Afriyie de moed om er nog een schep bovenop te doen. Afriyie suggereert in Het Parool dat Zwarte Piet knock-out en witte personen het ziekenhuis ingeslagen moeten worden. Het bijzondere is: geen piep hierover in de media of de politiek. Oproepen tot geweld is goed, zolang een Zwarte Piethater het doet.

(meer…)

Radicale ecologie is een paard van Troje

Radicale ecologie is een paard van Troje, dat de linkse partijen Nederland willen binnenbrengen. Het reusachtige houten paard – dat door de Grieken aan de Trojanen werd geschonken – is tot legende geworden als het ‘Paard van Troje’.

(meer…)

De echte geschiedenis van Zwarte Piet

Aan de figuur van Sinterklaas zoals wij die kennen, ligt een concreet historisch individu ten grondslag, een oudchristelijke heilige. De geschiedenis van zijn schelmachtige knecht is ingewikkelder. De tegenstanders van Zwarte Piet beginnen graag met het prentenboekje aan te voeren dat de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman in 1850 uitgaf. De suggestie is dan dat dit het startpunt van de moderne Sint en Piet zou zijn. Inderdaad zien we Sint en Piet hier afgebeeld op de manier waarop we ze nu nog kennen. Deze framing wil het idee in omloop brengen dat de figuur van Zwarte Piet als helper van Sint pas een kleine 170 jaar oud is, uit de tijd dat de slavernij in Suriname nog niet was afgeschaft (dat gebeurde in 1863). Met deze willekeurige associatie brengt men de figuur van Zwarte Piet bewust in de sfeer van identiteitspolitiek en maatschappelijke tegenstellingen.

(meer…)

Officier van justitie blijkt verstrengeld met anti-Zwarte Pietactivisme

Onderzoek van Cultuur onder Vuur heeft een spectaculair vervolg gekregen: wegens mogelijke belangenverstrengeling heeft het Openbaar Ministerie zich genoodzaakt gezien mr. Jacobien Vreekamp, officier van justitie, af te halen van de racismezaak tegen de 25 Nederlanders die op sociale media bedreigingen tegen Kick Out Zwarte Piet zouden hebben geuit.

Lees meer