Categorie: Christendom

Radicale ecologie is een paard van Troje

Radicale ecologie is een paard van Troje, dat de linkse partijen Nederland willen binnenbrengen. Het reusachtige houten paard – dat door de Grieken aan de Trojanen werd geschonken – is tot legende geworden als het ‘Paard van Troje’.

(meer…)

De echte geschiedenis van Zwarte Piet

Aan de figuur van Sinterklaas zoals wij die kennen, ligt een concreet historisch individu ten grondslag, een oudchristelijke heilige. De geschiedenis van zijn schelmachtige knecht is ingewikkelder. De tegenstanders van Zwarte Piet beginnen graag met het prentenboekje aan te voeren dat de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman in 1850 uitgaf. De suggestie is dan dat dit het startpunt van de moderne Sint en Piet zou zijn. Inderdaad zien we Sint en Piet hier afgebeeld op de manier waarop we ze nu nog kennen. Deze framing wil het idee in omloop brengen dat de figuur van Zwarte Piet als helper van Sint pas een kleine 170 jaar oud is, uit de tijd dat de slavernij in Suriname nog niet was afgeschaft (dat gebeurde in 1863). Met deze willekeurige associatie brengt men de figuur van Zwarte Piet bewust in de sfeer van identiteitspolitiek en maatschappelijke tegenstellingen.

Heiligman

De feitelijke grondslag hiervoor ontbreekt echter. Om te beginnen kan Schenkman in geen enkel opzicht als de bedenker van Zwarte Piet beschouwd worden, en nog minder als de vormgever van het huidige Sinterklaasfeest. Hij schreef eenvoudigweg over een al bestaande traditie en bevestigt die juist. Dat die niets te maken heeft met de relatie die tegenstanders van Zwarte Piet zo graag willen leggen, namelijk die tussen huidskleur en de meester-knechtverhouding, blijkt wel uit het Leesboek voor de jeugd uit 1802, een halve eeuw eerder. Dit boek spreekt afkeurend over een blijkbaar oude gewoonte in Nederland om met Sinterklaas (6 december) zwartgemaakte “kerels… die dan dien Heiligen moesten verbeelden” met rammelende kettingen langs huizen te sturen om kinderen bang te maken. “Den zoeten kinderen gooiden zij lekkers toe, en sloegen vaak de stoute jongens, welken zij ook eene roede bragten.” Zwarte Piet-gedrag in optima forma dus, maar hier uitgevoerd door de heiligman. Hier is het de heilige zelf die zo ‘zwart is als roet’!

Lees ook: VN-rapporteur: Nederlandse staat moet strijd tegen Zwarte Piet steunen

Knecht

Deze volkstraditie waarbij mensen zich zwart schminken in midwintertijd, komt in heel Europa voor. Alles wijst op een voorchristelijke gebruik dat met Sint en Piet een gekerstende vorm kreeg. Daarbij lag de rolverdeling niet eens vast.
In Nederland zijn zwarte sinterklazen, zoals hierboven beschreven, op tal van andere plaatsen voorgekomen. Hetzelfde geldt voor de landen om ons heen. Zwarte Piet verbinden met de slavernij van Afrikanen in de Nieuwe Wereld raakt dus kant noch wal. De zwartheid van Zwarte Piet heeft niets te maken met zijn ondergeschiktheid als knecht van Sint. Het leggen van deze relatie berust op een moderne projectie, die mensen nodeloos tegen elkaar opzet.

Gedichtje

Het gebruiken van het Sinterklaasfeest voor politieke agenda’s wordt in de hand gewerkt door de relatieve schaarste aan bronnen. Het feit dat Nederland na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) een protestants gestempelde natie was, waar menig predikant bezwaar maakte tegen het ‘roomse’ feest van Sinterklaas, heeft ertoe bijgedragen dat het binnenshuis ging en weinig sporen achterliet. Die zijn er echter wel. Neem het gedichtje van de moraliserende kinderdichter Hiëronimus van Alphen, gepubliceerd rond 1780:

Klaasje:
Pietje, zoo gij niet wilt deugen,
Dan verschijnt de zwarte man.

Pietje:
Klaasje, foei, dat is een leugen!
Laat hem komen als hij kan.
Die aan zulk een man gelooft,
Is van zijn verstand beroofd.

Afbeelding bij het gedicht Klaasje en Pietje.

Masker

Het gedichtje is apart, omdat de sprekende kinderen zelf Klaas en Pietje heten en de laatste de eerste aanspoort niet aan een “zwarte man” te geloven die stoute kinderen komt halen, een duidelijke zinspeling op de figuur van Zwarte Piet. Bij het gedichtje hoort overigens een afbeelding van een man met een zwart masker. Hoe dan ook, in de decennia voor Schenkman zijn er al tal van vermeldingen van Zwarte Piet als begeleider van de Sint.

Iran

Het zwartmaken van een gezicht in midwintertijd strekt zich uit tot buiten Europa. Zo wordt in Iran (en gebieden die daar cultureel mee in verbinding staan) aan het begin van de lente een eigen Nieuwjaar gevierd, Nooroz. Er treedt een koppel bij op dat sterk doet denken aan onze Sint en Piet: een oude man, Amoo Noorzo, met lange witte baard en een met goud afgezette muts brengt kadootjes voor de kinderen. Hij wordt vergezeld door Haji Firoez, een clowneske figuur met een volgens de traditie zwartgemaakt gezicht. De viering van Nooroz staat op de lijst van werelderfgoed van Unesco. In tegenstelling tot de Nederlandse traditie heeft deze ‘Zwarte Piet’ een beschermde status gekregen.

De Iraanse Zwarte Piet: Haji Firoez.

Krampus

Volkskundigen wijzen op nog een andere inspiratie voor onze Zwarte Piet: de duivelachtige Krampus- figuur met bokkenhoorns uit Oostenrijk, Hongarije, Slovenië, Kroatië, Italië en Tsjechië. Een zwartgemaakt gelaat maakt vaak deel uit van zijn uitdossing. Jonge mannen vermommen zich als de Krampus in het begin van van december. Vooral op de avond van 5 december zwerven ze over de straten en jagen ze kinderen angst aan met roestige bellen en kettingen. Ook gaan ze huizen binnen.

Oostenrijk

Waar Sinterklaas cadeautjes uitdeelt aan brave kinderen, dreigt Krampus met straf voor de stoute. Hij tuchtigt ze of stopt ze in zijn zak, waarna de stoute kinderen meegenomen worden naar het bos. Een auteur uit Steiermark schrijft in 1780: “In Oostenrijk was het vroeger gebruikelijk […] dat een van de kosters de Heilige Nicolaas uitbeeldde terwijl een andere zich schrikwekkend verkleedde als diens knecht; in deze kledij gingen ze vervolgens bij de huizen naar binnen. De kinderen die zich goed gedroegen kregen een cadeau. De stoute kinderen kregen de knecht achter zich aan, die deed alsof hij hen wilde meenemen.” Deze gestalte kwam ook in andere streken voor. In Midden- en Noord-Duitsland heet hij Knecht Ruprecht, maar in andere streken draagt hij weer andere namen.

Kettingen

Het gerammel met kettingen door Zwarte Piet, waar ook oude Nederlandse bronnen melding van maken, past in de ontwikkeling van Piet als een contrastfiguur van de heilige. Hij wordt dan opgevat als een onderworpen duivel, wiens ketenen erop wijzen dat hij door de heilige tot knecht is gemaakt. Ook het eerder aangehaalde Nederlandse citaat uit 1803 heeft het over de “blijkbaar oude traditie” waarin zwartgemaakte kerels met rammelende kettingen rond 6 december langs de huizen gaan. Het maakt gelijk duidelijk waar het “makkers, staakt u wild geraas” betrekking op heeft. Op sommige afbeeldingen zien we Krampus zelfs aan een touw achter Sint meegevoerd worden door een engel, zodat Sint twee vaste begeleiders heeft. Maar volksgebruiken zijn grillig. Op andere af beeldingen zien we Krampus alleen gezinnen bezoeken, dus zonder Sint, en wordt hij door kinderen met gevouwen handen ontvangen onder een Christusbeeld.

Kinderen

Zo breed is ooit het spectrum van Zwarte Piet geweest: van schelmachtige duivel tot plaatsvervangende heilige! In Nederland is hij echter al sinds jaar en dag Zwarte Piet: de vrolijke begeleider van de Sint, die de goedheiligman terzijde staat op zijn missie zoveel mogelijk kinderen blij te maken.

(Gepubliceerd in de Docentenhandleiding van het Lespakket Zwarte Piet & Sinterklaas, 2017)

Beeldenstorm

De beeldenstorm die nu over grote delen van de westerse wereld raast, en overal vernielde en omvergetrokken standbeelden van historische figuren achterlaat, is geen nieuw fenomeen. Het begrip beeldenstorm kennen we natuurlijk van de vernielingen die in de zestiende eeuw in kerken en kloosters in Nederland en Vlaanderen werden aangericht. Een recenter voorbeeld is de Sovjet-Unie, waar portretten van in ongenade gevallen personen werden verboden. Er zijn zelfs kopieën van groepsfoto’s met Stalin, waar op mysterieuze wijze bepaalde personen ineens verdwenen zijn. Ze werden letterlijk uitgewist.

Lees verder

De vaderfiguur zoals hij zou moeten zijn

De figuur van de vader wordt tegenwoordig aangevallen. Door wie aandringen op totale gelijkheid, wordt hij gezien als een aanmatigende figuur die al lang misbruik maakt van zijn macht. Zoals alle symbolen van gezag, moet hij omvergeworpen worden.

Het is merkwaardig dat wanneer feministen de vader willen aanvallen ergens in hun lange tirades het woord ‘patriarchaat’ zal verschijnen. De vermelding van dit woord is niet toevallig. Het is een echo van de kern van de feministische geloofsbelijdenis.

(meer…)

Wat wij kunnen leren van het coronavirus in Italië

Door Julio Loredo (in quarantaine in Milaan, Italië)

Wanneer toekomstige historici de enorme crisis die door het coronavirus is ontstaan bestuderen, zullen ze veel vragen stellen, waarvan sommige misschien al beantwoord zijn. Te midden van de crisis van vandaag, met Italië nog steeds in quarantaine, moeten we het doen met de vragen, die niet weinig of onbeduidend zijn.

(meer…)

Het beste medicijn tegen corona-angst

Door John Horvat II

Het coronavirus domineert het wereldnieuws en veroorzaakt een hysterie die in de moderne tijd zelden voorkomt. Terwijl het virus nog niet zijn volledige woede heeft getoond, is de reactie erop totaal onmatig. Er vinden twee spektakels plaats: het coronavirus zelf en de angst ervoor. Op dit punt is de laatste het meest destructief.

(meer…)

Andreas Kinneging: indrukwekkende kritiek op moderne cultuur

Weinig boeken die zo dik en geleerd zijn als De onzichtbare Maat van prof. Andreas Kinneging zijn zo gemakkelijk samen te vatten: het traditionele Westerse denken, synthese van christendom en klassiek erfgoed, is vrijwel geheel verdrongen door de immorele en onmatige tendenzen van Verlichting en Romantiek. Vandaar onze huidige problemen.

(meer…)

Thierry Baudet: Nederland heroveren op ‘linkse mensen’

“Met afstand de beste, meest interessante beschaving óóit.” Met grote nadruk op ‘óóit’. Thierry Baudet liet er op het symposium in Gouda geen twijfel over bestaan: de Nederlandse cultuur kan op hem rekenen. Dat wil zeggen, op die van Thierry Baudet als denker en voorman van het Forum voor Democratie.

Goed overzicht

Cultuur onder Vuur was erbij in Gouda. We wilden zelf horen wat de leider van Forum voor Democratie te vertellen had, want de reguliere pers kun je daarin niet vertrouwen. Zo probeert het Algemeen Dagblad in zijn verslag Baudet in de extreemrechtse hoek te drukken. Er was niets in Baudets betoog dat zelfs maar in die richting zweemde. Alsof de Forum-leider daarmee in dit christelijk gezelschap trouwens was weggekomen. Het Nederlands Dagblad besteedt dan weer nauwelijks aandacht aan Baudets nadrukkelijke waardering voor het christendom en de christelijke cultuur.

Hoopvolle perspectieven

NRC Handelsblad had columnist Lotfi El Hamidi gestuurd. Die probeert het betoog van Thierry Baudet te ontkrachten door het als ondergangsdenken te typeren, hoewel Baudet in Gouda exact het tegenovergestelde deed en juist sterk het belang van nieuwe, hoopvolle perspectieven voor Nederland benadrukte. Maar dit zou dan, volgens El Hamidi, weer “opportunistisch” van Baudet zijn om het “conservatieve christendom” voor zich te winnen.

Genuanceerd overzicht

Hoewel het symposium als promotie bedoeld was voor Het opmerkelijke einde van Europa van Douglas Murray beval Baudet dat boek eigenlijk nauwelijks aan. Hij interesseert zich als politicus voor waar het boek ophoudt: voor de oplossingen, want het probleem – multiculturalisme – kennen we al. Daarmee doet Baudet het boek wat tekort, want het is een goed en genuanceerd overzicht hoe Europa bezig is zelfmoord te plegen: door een combinatie van onvoldoende geboortecijfers en ongebreidelde massa-immigratie. Plus een multiculti-ideologie om dat alles te rechtvaardigen.

Kolonialisme

Thierry Baudet doorbreekt politieke conventies op een wijze die verademend is. Welke andere politicus durft voor een groot gehoor te zeggen dat het kolonialisme –  met alle gebreken die het had – in wezen toch “een enorm avontuur” was, dat ons – ondanks alle bezwaren die je ertegen zou kunnen hebben – wél uitdaagde en stimuleerde tot grote daden. Zulke dromen moeten we weer gaan creëren. We moeten weer naar de maan, een luchthaven in zee. We hebben weer positieve idealen nodig.”

Bijzonder onderwijs

Ook beaamde Baudet
rondborstig dat christelijke onderwijs het beste onderwijs is: “Ik ben groot
voorstander van bijzonder onderwijs.” Hij vindt het wel een probleem dat islamitische
scholen nu van artikel 23 grondwet mee kunnen profiteren. “We moeten veel strenger
zijn op islamitisch onderwijs”. Het bijzonder onderwijs dreigt anders een vehikel
van islamisering te worden. Daar is artikel 23 nooit voor bedoeld.

‘Culturele zelfmoord’

Wat Nederland nu nodig
heeft, aldus Baudet, is “een cultuuromslag”. Een die vergelijkbaar is die met
de ‘revolutie in ’68’, maar dan in de goede richting: om ons land te “heroveren
op linkse mensen die VVD stemmen (luid gelach en applaus van publiek) en hun hermetisch
van culturele zelfmoord bevangen brein”.

‘Heel erg weinig’

Maar die contra-revolutie begint bij
onszelf, zo hield Baudet zijn gehoor voor. “Wat zijn de twee grootste risico’s
die onze samenleving bedreigen?” Enerzijds de klimaathoaxers, anderzijds de
radicale islam. “Maar als je nagaat om hoeveel mensen dat gaat, zijn dat er
eigenlijk maar heel erg weinig.”

Concrete gevallen

Overtuigde minderheden kunnen echter maatschappelijke
veranderingen afdwingen. Zij weten wat ze willen en gaan daarvoor. In een
samenleving die twijfelt aan zichzelf, krijgen ze veel voor elkaar. Tegenover
het opdringen van gevaarlijke ideologische fanatici, moeten gewone mensen zich durven
herpakken, vindt Baudet. “Bijvoorbeeld ouders tegenover de school.” Die moeten
geen genoegen nemen met de linkse indoctrinatie van hun kinderen, maar daarover
met gelijkgezinde ouders hun beklag doen.

Cultuur onder Vuur

Zowel in zijn analyse als in zijn oplossing ondersteunt Thierry Baudet precies de aanpak die Cultuur onder Vuur sinds jaar en dag in praktijk brengt. Enerzijds analyseren en de vinger op de wonde leggen, anderzijds actie voeren en het verzet organiseren. We zullen de partij en leider kritisch blijven volgen.

Cultuur onder Vuur strijdt 100 procent en met 0 euro subsidie voor de Nederlandse cultuur en tegen de politieke correctheid. Help ons met een gift!

Is de restauratie van de Notre Dame gedoemd te mislukken?

Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Veel plannen zijn nu in omloop voor de restauratie van de Notre Dame na de tragische en zeer symbolische brand die de wereld schokte. Ingenieurs maken zich op voor deelname aan dit uitdagende project. Ruim een miljard euro is al bijeen gebracht, bijna moeiteloos. De Franse president Emmanuel Macron heeft zich al voorgenomen om binnen vijf jaar een nog mooiere kerk te bouwen.

Morele generatie

Alles is klaar. Het lijkt erop dat niks ontbreekt – behalve nederige en berouwvolle harten. Daardoor ontbreekt alles. Want als dit werk niet met een geest van geloof wordt gedaan, is de restauratie gedoemd om steriel en zielloos te zijn.

De restaurateurs behandelen de taak als een staaltje bouwkunst. Maar veel belangrijker dan een fysieke restauratie is een morele generatie. Want zoals velen hebben opgemerkt, symboliseert het woedende vuur de verwoestende crisis in de Kerk en in het Westen. Waartoe restaureren de ingenieurs het gebouw in perfectie, als het geen ziel heeft?

Het is het katholieke Frankrijk dat hersteld moet worden. Weinigen stellen de belangrijke vraag, hoe we de Heilige Moeder in de kathedraal kunnen doen terugkeren. Zal God de restauratie zegenen? Of zal hij het behandelen als een moderne toren van Babel, meer gemaakt om de mens dan God te verheerlijken?

De restauratie van Chartres

Inderdaad, Onze Lieve Vrouw moet terugkeren om de Notre Dame tot haar bezit te maken, opdat haar huis niet weer gereduceerd wordt tot een museum voor hen zonder geloof. De geschiedenis geeft enige inzichten in hoe een waarachtige restauratie plaats kan vinden.

In zijn boek De kathedraal vertelt de 19e eeuwse Franse schrijver J.K. Huysmans het fascinerende verhaal van de middeleeuwse herbouw van de kathedraal van Chartres, nadat een brand de kerk had verwoest. Hieruit kunnen we lessen leren die in ons huidige verdriet kunnen helpen.

Glas-in-lood-raam in de imposante kathedraal van Chartres. Bron: Flickr.

Buitengewone moeite en energie

Het verhaal van Chartres zou niet te geloven zijn, ware het niet dat het in de annalen van de Benedictijnen, Franse kronieken, en oude Vaticaanse documenten opgeschreven zou zijn. Ook seculiere auteurs erkennen de buitengewone moeite en energie die deze tempel van Maria op de ijzige velden van La Beauce hebben opgericht.

In die tijd had Frankrijk gebrek aan alles, behalve nederige en berouwvolle harten. Huysmans vertelt ons dat de arbeiders nederig en anoniem werkten. We weten weinig over hun vaardigheden, maar veel over hun devotie.

“Want dit weten we: Ze werkten alleen als ze in een staat van genade waren,” schrijft Huysmans. “Om deze glorieuze tempel te bouwen, was zuiverheid gevraagd, zelfs van de arbeiders.”

“Een Maagd redden”

Toen het nieuws rondging dat een brand het heiligdom van de Heilige Maagd had verwoest, arriveerden de arbeiders in Chartres. Een algemene roep kwam van overal onder de mensen, omdat “de Madonna toen geliefd was in Frankrijk.” Ze vormden een sublieme kruistocht en namen zich voor om, wat het ook kosten zou, “een Maagd te redden, dakloos nu als op de dag waarop haar zoon geboren was.”

Hele bevolkingsgroepen van overal in Frankrijk verlieten hun werk om de Heilige Maagd te komen helpen. De wegen waren vol met pelgrims, rijk en arm, man en vrouw, jong en oud. Niets kon ze tegenhouden – geen moerassen, dichte bossen, of diepe rivieren. Ze vormden “onverslaanbare legioenen van verdriet” die met hun lijden en gebed de hemel belegerden om hun werk te zegenen.

Een eindeloos gedrang nam spoedig Chartres in haar bezit. De brokstukken werden opgeruimd, funderingen werden gegraven, en hele boomstammen en zware stonen werden gedragen. Mannen en vrouwen van alle leeftijden en sociale klassen trokken karren, en onderwierpen zich aan de discipline van de monnik-bouwmeesters die het werk leidden.

Ieder zijn taak

“Goddelijke liefde was zo sterk dat deze alle verschillen verwijderde,” observeert Huysmans. Inderdaad, allen leefden in een bijzondere harmonie en accepteerden de taken die ze gesteld werden. Iedereen had een taak: koken, zagen, of sjouwen. Zelfs de zieken konden helpen door de hemel te bestormen met gebeden, aangenaam voor God.

De pelgrims zagen hun werk als “een daad van versterving en boetedoening, en tegelijkertijd als een eer; en geen man was zo hoogmoedig dat hij de materialen van de Heilige Maagd aanraakte, tot hij vrede had gemaakt met zijn vijanden, en zijn zonden had opgebiecht.

De verovering van de hemel

Zij die bleven vasthouden aan zonde, of niet regelmatig de sacramenten ontvingen, werden van het bouwterrein weggestuurd. Zij die bleven werkten in een geest van gebed; ze huilden om hun zonden en vroegen Onze Lieve Vrouwe om genade. Op zondagen vormden de menigten lange processies, zongen ze liederen, bezochten ze de diensten op hun knieën, en hielden ze kaarsen die ’s nachts flonkerden als de sterren.

Huysmans merkt op dat, bestormd met zoveel nederigheid en liefde, God de gebeden van Zijn volk verhoorde, en hun werk zegende. Een kathedraal begon te verrijzen.

“De hemel werd bestormd, en veroverd door liefde en inkeer. En de hemel gaf toe dat het verslagen was; de engelen glimlachten en stopten, God capituleerde, en in de blijdschap van de nederlaag, opende Hij de schatten van Zijn genade, om door de mensen geplunderd te worden.” Nog belangrijker, “Hij plaatste zijn machten in Zijn Moeders handen, en wonderen begonnen overal te gebeuren.”

Een veelheid aan wonderen

Het bouwen van zulk een magnifiek gebouw zonder moderne technologie komt op ons over als wonderlijk. In de tijd van het geloof werden zulke technische wonderen echter amper opgemerkt.

De kronieken over de restauratie focussen op de meer aandoenlijke wonderen van de Maagdelijke Moeder voor haar kinderen die met de restauratie bezig waren. Wanneer ze honger lijden, vermenigvuldigt ze brood om hen te voeden. Wanneer ze dorst hebben, voorziet ze hen van uitstekende wijn die zichzelf aanvult. Wanneer werklieden ’s nachts verdwalen in het bos, verschijnt ze met een fakkel in de hand om ze de weg terug te wijzen. Zij die gewond raken tijdens de bouw worden miraculeus genezen.

Op deze manier richtten de mensen een magnifiek verblijf op, passend voor een koningin. Onze Lieve Vrouw kwam om bij haar kinderen te zijn, en haar kerk met genades en zegeningen te vullen, die nu nog een licht zijn in onze nieuw-heidense dagen, waarin zovelen haar verlaten hebben.

Lessen voor ons

Heeft Chartes niet een les voor ons? Voor onze zonden zijn we geslagen met het verlies van de Notre Dame, de prachtige juweel die de vreugde van de wereld was. De christelijke beschaving die de kathedraal gebouwd heeft, is niet meer. Onze Lieve Vrouwe is nu dakloos, “net als op de dag dat haar Zoon geboren was.”

Wat nu nodig is is niet materialen, geld, of loze beloften. Onze Lieve Vrouwe wil deze zaken niet, en heeft ze niet nodig. Ze is niet onder de indruk van de technische oplossingen die zo weinig oplossen, en zoveel meer problemen creëren. Ze wil nederige en tot inkeer gekomen harten die God om zijn zegen vragen voor de restauratie van het gebouw, en de band van God en het Franse volk willen herstellen.

Knielende zielen

Toen de Notre Dame in brand stond, knielden devote zielen neer, hymnen zingend en de rozenkrans biddend. Zouden degenen die bij de restauratie betrokken zijn, overwegen zulke daden te vermeerderen als onderdeel van hun plannen!

Trouwe knielende katholieken zijn veel meer waard dan gedetailleerde plannen. Zoals in Chartes mogen we dan verwachten dat Onze Lieve Vrouwe vele wonderen geeft voor hen die haar aanroepen. We hebben arbeiders met geloof nodig. Laat hen bouwen met reine handen. Laten hun zielen oprecht zijn. Totdat dit gebeurt, zal de huidige restauratie gedoemd zijn te mislukken.

Als de Notre Dame gerestaureerd moet worden, zal de Madonna opnieuw geliefd moeten zijn in Frankrijk – en de wereld. Ze verlangt naar liefhebbende zielen die de hemel kunnen bestormen om voor haar terugkeer te vragen, niet om een gebouw te vullen, maar om opnieuw in de harten van de mensen te regeren.

Auteur: John Horvat II
Dit artikel verscheen eerder op
www.returntoorder.org

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en de christelijke beschaving. Help onze inzet met een gift!

Pakistan: geestelijk gehandicapte christenen beschuldigd van ‘blasfemie’

Stephen Masih, een Pakistaanse christen met een geestelijke beperking, is op 14 maart door de politie aangehouden op verdenking van godslastering. Dit na een klacht van een islamitische geestelijke, Hafiz Muhammad Mudassar, die op zijn beurt was geïnformeerd over de vermeende blasfemische uitlatingen van Stephen door een aantal islamitische vrouwen.

Strafbaar

Volgens de zus van Stephen, Alia, is hij soms
opstandig en argumenteert dan op luide toon met zijn moeder en zuster. Zo ook
deze laatste keer. Dit werd gehoord door de islamitische buurvrouwen die vervolgens
melding hebben gedaan bij Mudassar van blasfemie. Stephen zou Mohammed hebben
beledigd en dit is strafbaar in de Islamitische Republiek Pakistan onder §295
C. Behalve het opleggen van een boete kan de rechter hem ook ter dood
veroordelen hiervoor. De rechter in dergelijke zaken die vallen onder deze
paragraaf 295 C is altijd een islamitische rechter.

Gerucht is genoeg

Veel is er niet voor nodig om in de Islamitische Republiek Pakistan van blasfemie beschuldigd te worden. Burenruzies kunnen al reden zijn iemand aan te geven bij de autoriteiten voor ‘blasfemie’ volgens onder andere Amnesty International het gerucht alleen is vaak al genoeg. Wat het nog wranger maakt is de arrestatie en/of beschuldigingen van blasfemie, waar je dus de doodstraf voor kunt krijgen, aan het adres van mensen met een verstandelijke beperking.

Jaren in gevangenis

In bijvoorbeeld augustus 2012 werd een 11-jarig christelijk meisje dat waarschijnlijk Down syndroom heeft beschuldigd onder paragraaf 295 B; het bezoedelen van de Koran waar levenslang op staat. Ze wist uiteindelijk naar Canada te vluchten. In oktober 2018 was het een christelijke man, Yaqoob Bashir, die ook een verstandelijke beperking heeft die beschuldigd werd van blasfemie. Dit overkwam eerder ook de 65-jarige christelijke man Iqbal Masih die ook een verstandelijke beperking heeft en Humayyun Faisal, een verstandelijk beperkte christelijke man die ook werd beschuldigd van blasfemie. De lijst is nog veel langer. Vaak zitten mensen jarenlang in de gevangenis alvorens zij alsnog worden vrijgesproken.

Denigrerend

De situatie van christenen en andere minderheidsgroepen
in Pakistan is zeer dreigend, maar juist de zeer kwetsbaren, zoals
verstandelijk beperkte mensen, jonge mensen zoals de 14-jarige Rimsha Masih of
ouderen zoals de 65-jarige Iqbal Masih is schrijnend. Voor de blasfemiewet
onder paragraaf 295 C geldt als enige namelijk dat iemands intentie om te
lasteren niet hoeft te worden bewezen. Bovendien is de omschrijving van wat dan
blasfemie, denigrerend spreken over Mohammed speciaal in deze paragraaf, is in
zeer vage bewoording staat beschreven. Wat is denigrerend, wie bepaalt wat wel
of niet denigrerend is? In de betreffende paragraaf wordt nog gesproken over
aantijgingen of toespelingen, allemaal zeer subjectief en vaag, waardoor het
niet moeilijk is iemand hiervan te beschuldigen. Zelfs met indirecte
insinuaties zou je in theorie Mohammed zijn naam kunnen bezoedelen waar iemand
aangifte van kan doen bij de autoriteiten.

Agressieve mobs

Niet alleen de wet, maar ook zogenaamde mobs, die roepen om de dood van mensen
die beschuldigd zijn van het beledigen van Mohammed en zelfs bereid zijn tot
geweld vormen een groot gevaar. Om hen te beschermen tegen deze agressieve mobs worden sommigen zelfs opgesloten in
de gevangenis. Denk maar aan het voorbeeld van Asia Bibi, de christelijke vrouw
die bijna tien jaar gevangen zat ook wegens vermeende blasfemie, die onder de
dreiging gelyncht te worden nu van schuiladres naar schuiladres gaat.

Erbarmelijke toestanden

De situatie voor christenen en andere minderheden in de Islamitische Republiek Pakistan wordt steeds schrijnender. Helaas zijn deze gevallen slechts in zeer beperkte mate bekend bij het grote publiek en schrijven de main stream media er nauwelijks over. Het wordt tijd dat westerse leiders deze erbarmelijke toestanden openlijk aan de kaak stellen en veroordelen om zo de druk op het regime daar vergroten. (Sonja Dahlmans)