Categorie: Godsdienst

Wat wij kunnen leren van het coronavirus in Italië

Door Julio Loredo (in quarantaine in Milaan, Italië)

Wanneer toekomstige historici de enorme crisis die door het coronavirus is ontstaan bestuderen, zullen ze veel vragen stellen, waarvan sommige misschien al beantwoord zijn. Te midden van de crisis van vandaag, met Italië nog steeds in quarantaine, moeten we het doen met de vragen, die niet weinig of onbeduidend zijn.

De coronacrisis brengt veel tegenstrijdigheden en tekortkomingen van onze moderne wereld aan het licht, die lang op de achtergrond zijn gebleven, begraven door het heersende optimisme. Misschien moeten we, gebruikmakend van de extra tijd die ons ter beschikking staat, deze vragen nu aan de orde stellen en proberen er enkele lessen uit te trekken.

Lees ook: 6 manieren waarop klimaatideologen misbruik maken van de coronacrisis

De kwetsbaarheid van de moderne wereld

De eerste vraag betreft de kwetsbaarheid van de moderne wereld. Het is werkelijk verbazingwekkend hoe zo een klein en zelfs microscopisch wezen een wereld op de knieën kan krijgen die er prat op gaat solide, krachtig en duurzaam te zijn. De economie is tot stilstand gekomen nu de beurzen kelderen. Winkels zijn gesloten, vluchten geannuleerd en wegen verlaten. We zien dat evenementen worden uitgesteld, dat sportactiviteiten worden verboden en dat de grenzen worden gesloten.

Vroeger dachten we dat dit soort dingen alleen konden gebeuren als gevolg van een wereldoorlog of een buitengewone natuurramp. Nu zien we echter dat dit niet het geval is. De boosdoener is een piepklein wezen van een paar micron groot. Het verstoorde ons leven en verbrijzelde de mythe van de stabiliteit van de wereld.

Dit is een grote eerste les als we willen luisteren naar de tekenen van de tijd.

Onze-Lieve-Vrouw sprak in Fatima over een reeks plagen die zouden vallen op de zondige mensheid, gevolgd door een algemene bekering en het daaruit voortvloeiende herstel van de christelijke beschaving. Velen hebben geen acht geslagen op haar woorden, niet vanwege een doctrinair bezwaar, maar vanwege de overtuiging – meer pragmatisch dan intellectueel – dat deze wereld eeuwig zou duren. Ze geloofden dat ze er ongestoord van konden blijven genieten. De coronacrisis leert ons echter dat zaken kunnen veranderen en zelfs snel. We kunnen niets als vanzelfsprekend beschouwen. Deze stand van zaken is niet eeuwig. Alles kan verdwijnen, alleen God is eeuwig.

Lees ook: Het coronavirus is een oproep om terug te keren naar God

Van crimineel tot held: de Chinese transformatie…

De tweede vraag betreft deze Chinese manoeuvres in de crisis. De komende jaren zullen historici het moeilijk vinden om uit te leggen hoe China het coronavirusverhaal zo heeft gemanipuleerd dat het zich in een paar weken tijd van een crimineel tot een held heeft getransformeerd.

De epidemie begon in China, waar ze zich verspreidde door de extreme verwaarlozing en arrogantie van de communistische regering in Peking. Het eerste teken van de epidemie was een uitbraak van bronchitis in Wuhan op 17 november 2019. De geïnfecteerden hadden één ding gemeen: ze bezochten de open veemarkt van de stad. Reeds op 15 december hebben Drs. Ai Fen en Li Wenliang alarm geslagen over een voortwoekerende epidemie. Op 30 december werd Dr. Wenliang gearresteerd voor het “verspreiden van vals nieuws”. Op 7 januari publiceerde de Wall Street Journal een rapport over de uitbraak. De regering in Peking reageerde door haar journalisten uit te zetten. De autoriteiten verboden ook verdere berichten onder zeer strenge straffen. Nu de epidemie niet meer onder controle is, heeft president Xi Jinping pas op 30 januari een openbare verklaring afgelegd. Drie dagen later heeft hij de noodtoestand afgekondigd.

Als China eind november snel had gereageerd door de betreffende markt in Wuhan af te sluiten, zou er vandaag waarschijnlijk geen epidemie zijn. De echte boosdoener is China. Er rijzen twee onderling verweven vragen: waarom heeft China zo gehandeld? Waarom beschuldigt niemand China van onrechtvaardigheid?

Lees ook: het beste medicijn tegen corona-angst

Het antwoord op de eerste vraag wordt verklaard door de totalitaire mentaliteit die eigen is aan het communisme. Dergelijke regimes reageren altijd met het geheimhouden van alles wat hun imago zou kunnen schaden. Dit gebeurde in 1986 met de Tsjernobyl-ramp, en met de Koersk-onderzeeërramp in 2000. Deze mentaliteit verklaart echter niet alles.

Een andere factor is de terughoudendheid om de Chinese economie, waarvan de helft van de wereld nu afhankelijk is, te verstoren. De wereldmachten gaven er de voorkeur aan om de Chinese locomotief draaiende te houden, zelfs met het risico op een pandemie. Een zekere kapitalistische mentaliteit sluit aan bij de fouten van de communistische mentaliteit. Deze medeplichtigheid helpt de tweede vraag te beantwoorden: de reden waarom de Chinezen niet kunnen worden aangesproken of beschuldigd is dat ze zelf het mes in de handen hebben.

Een van de grote raadsels van onze tijd – een echt mysterie van onrechtvaardigheid – is hoe het Westen, dat prat gaat op zijn democratische en liberale karakter, zich zo dienstbaar heeft onderworpen aan een dictatoriale regering die wordt gedomineerd door een communistische partij. Om geld te verdienen steekt het Westen bewust en vrijwillig de kop in de guillotine. Kan het een wonder zijn dat de beul nu aan de hendel trekt?

In de loop van haar tweeduizend jaar durende geschiedenis heeft de Kerk in Italië te maken gehad met vele vreselijke epidemieën, zoals de pest van Rome in 590 of die van Milaan in 1578 en 1630. De Bruid van Christus reageerde altijd met een bovennatuurlijke geest, bleef dicht bij de gelovigen, bemoedigde hen in gebed en boetedoening en vermenigvuldigde hun toegang tot de sacramenten. Grote heiligen zoals de heilige Charles Borromeo keerden uit Lodi terug naar Milaan terwijl de burgerlijke autoriteiten op de vlucht waren. De heilige Aloysius Gonzaga koos ervoor bij de zieken in het Romeinse College te blijven en het heldhaftige gebaar met zijn leven te betalen. In tijden van plagen was het de overheersende opvatting van de Kerk om haar zorg voor de zielen nieuw leven in te blazen.

Voor het eerst in haar geschiedenis heeft de Italiaanse kerkelijke hiërarchie – op enkele opmerkelijke uitzonderingen na – de gelovigen in de steek gelaten door hen te beroven van geestelijke steun. De bisschoppen legden de communie voor het eerst in de hand en namen alle heilig water weg. Daarna hebben ze alle missen en religieuze ceremonies, inclusief begrafenissen, tegengehouden. Alle kerken werden onmiddellijk gesloten. Elke overtreding van de regels kan leiden tot de gevangenneming van de “rebelse” priester. Velen gaven aan dat het erger was dan in de Sovjettijd.

Als de gezondheidsnorm is om de afstand tussen de mensen te bewaren om te voorkomen dat ze elkaar aanraken, waarom vieren we dan geen missen met de gelovigen die over de hele kerk verspreid zijn? Zou het aantal missen niet vermenigvuldigd kunnen worden om de gelovigen de hele dag door op deze manier aanwezig te laten zijn? Kunnen de missen niet worden gevierd op het openbare plein, waarbij de gelovigen rustig buiten worden opgesteld en de nodige veiligheidsafstanden in acht worden genomen? Niets van dit alles lijkt te zijn overwogen. In plaats daarvan hebben de bisschoppen ervoor gekozen de gelovigen de sacramenten te ontnemen op het moment dat ze die het hardst nodig hebben.

Riccardi raakt dit punt aan in het hierboven geciteerde artikel: “Het is prima om drukke missen te vermijden. Het is echter niet duidelijk waarom aanbidding en gebeden verboden zijn, als ze in veiligheid worden beoefend. Misschien begrijpen niet alle besluitvormers de speciale betekenis van de mis voor gelovigen, waarvan de oude martelaren zeiden: “Sine Dominicum non possumus” (We kunnen niet zonder de zondag). Deze keer is de Kerk volledig ingestort, zoals Fabio Adernò aangeeft in een artikel op de blog van Vaticaans-expert Marco Tossati: “De beperkingen van de christelijke eredienst die de veranderende gebeurtenissen in de geschiedenis in bepaalde omstandigheden met zich meebrengen, zijn door de Kerk altijd geleden in de vorm van vervolging en martelaarschap, en nooit bewust gekozen met een relativistische of volgzaamheidsgeest”. Simpel gezegd, wat de vijanden van de Kerk vroeger deden, doet nu de hiërarchie.

Zeker, van Caesar kan niet worden verlangd dat hij de redenen van God begrijpt. Maar we kunnen en moeten wel van de bisschoppen eisen dat ze de superieure redenen van God bevestigen, in plaats van zich schaamteloos voor Caesar te buigen.

Na een week van toepassing van deze normen is de situatie enigszins veranderd. Naar aanleiding van een openlijke aanbeveling van Paus Franciscus (die eerder iets heel anders had gezegd) hebben sommige Italiaanse bisdommen, waaronder Rome, nieuwe normen uitgevaardigd die de opening van kerken aan het oordeel van de parochiepriester overlaten. Deze norm geldt alleen voor parochiale kerken. Er wordt geen melding gemaakt van missen of sacramenten. Het lijkt erop dat de hiërarchie heeft geluisterd, althans gedeeltelijk, naar de roep van het volk. De geestelijkheid moet echter de leidersrol op zich nemen en niet de gelovigen. Riccardo Cascioli heeft gelijk als hij schrijft: “De kerkelijke hiërarchie is in een staat van mentale verwarring”.

Laten we nog een laatste punt aansnijden. Afgezien van het oordeel of deze pandemie kan worden geïnterpreteerd als een goddelijke straf, blijft het voor de hand liggend dat het een uitstekende gelegenheid zou zijn om te prediken, vooral omdat het een vastenperiode is waarin we ons moeten concentreren op het vreselijke maar verlossende lijden van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus. De epidemie heeft duidelijk veel gewetens door elkaar geschud, die meestal overweldigd worden door het verlangen om van het leven te genieten. De mensen staan veel meer open voor hemelse overwegingen, wat mogelijkheden biedt voor de zuiverende tussenkomst van de goddelijke genade. In dit geval is het stilzwijgen van de hiërarchie echter tragisch. Zonder hun bedoelingen te beoordelen, zien we een gebrek aan een bovennatuurlijke gerichtheid die werkelijk verontrustend is. Op enkele uitzonderingen na zwijgen ze, terwijl ze des te meer zouden moeten spreken.

Dit waren enkele vragen – de meeste onbeantwoord – die worden opgeroepen door de situatie die is ontstaan door de verspreiding van dit vreemde wezen, niet groter dan 50 duizendste van een millimeter, dat ons leven op zijn kop zet.

Het coronavirus is een oproep om terug te keren naar God

Door John Horvat II

Onze reactie op het coronavirus toont de crisis van onze seculiere goddeloze maatschappij.

Het probleem is niet het virus, hoe dodelijk het ook is. Deze uitbraak is een biologisch feit, zoals zovelen die de mensheid door de eeuwen heen hebben geteisterd.

Een virus is weliswaar apolitiek, maar kan ook politieke gevolgen hebben. Veel vluchtiger dan het coronavirus is de angst ervoor. Deze angst gooit de wereld overhoop. In die zin is de reactie op het coronavirus uiterst politiek en seculier. Het weerspiegelt een samenleving die God de rug heeft toegekeerd. We worden geconfronteerd met de crisis, alleen vertrouwend op onszelf en onze eigen middelen.

De mens staat er alleen voor

Inderdaad, de aanpak van de coronacrisis accepteert geen hulp van buitenaf. God heeft geen betekenis of functie binnen alle inspanningen om het uit te roeien. In plaats van God zijn de immense bevoegdheden van de overheid gemobiliseerd om elk aspect van het leven te controleren om de verspreiding ervan te voorkomen. De machtige arm van de wetenschap spant zich aan om een vaccin te vinden. De financiële en technologische wereld wordt ingezet om de rampzalige gevolgen van de crisis te verzachten.

Hoewel alle menselijke inspanningen moeten worden gebruikt om de problemen op te lossen, hebben ze niet de gewenste resultaten opgeleverd. De huidige pogingen hebben onze gigantisch mateloze samenleving, die verslaafd is aan onmiddellijke oplossingen met een druk op de knop, teleurgesteld. De wereld is gedwongen op slot te gaan zonder dat er een duidelijk zicht is op het einde van de crisis.

Daarom is het zo angstaanjagend. Er zijn maar weinig verzachtende instellingen zoals de Kerk om haar behandeling humaan en draaglijk te maken. We staan er alleen voor om dit grote gevaar onder ogen te zien. Het kleine virus isoleert en vervreemdt zijn slachtoffers en haalt ze uit de maatschappij. In veel gevallen is het het individu tegen de staat. Technici in gaspakken behandelen mannen en vrouwen alsof ze zelf het virus zijn. In het totalitaire China en op andere plaatsen maken ambtenaren gebruik van bruut geweld om de naleving van drastische richtlijnen af te dwingen.

Lees ook: Het beste medicijn tegen corona-angst

Geen behoefte meer aan God

Een virus is ook areligieus. Dat belet echter niet dat het een religieuze dimensie heeft. Het coronavirus komt op een moment dat de meesten in de samenleving het gevoel hebben dat ze God niet nodig hebben. Daarvoor is God al lang vervangen door brood en spelen. De moderne geneugten wijzen erop dat de hemel niet nodig is. De postmoderne ondeugden verkondigen geen angst voor de hel.

En toch heeft het coronavirus het griezelige vermogen om onze materiële paradijzen in een hel te veranderen. Het cruiseschip, het symbool van alle aardse geneugten, werd een besmette gevangenis voor passagiers die er alles aan deden om eruit te komen. Degenen die van sport hun god hebben gemaakt, vinden nu lege stadions en afgelaste toernooien. Degenen die van geld houden vinden nu gedecimeerde portefeuilles en in quarantaine geplaatste arbeidskrachten. De aanbidders van het onderwijs kijken naar hun lege scholen en universiteiten. De aanhangers van het consumentisme zien de lege schappen in de supermarkten. De wereld die we aanbaden stort in elkaar. De dingen waar we op konden bogen, liggen nu in puin.

Een kleine microbe heeft de afgodsbeelden die ooit zo stabiel, krachtig en duurzaam werden geacht, omvergeworpen. Het heeft hun aanbidders op hun knieën gebracht. En we staan er nog steeds op dat we God niet nodig hebben. We zullen triljoenen dollars uitgeven in de vergeefse hoop onze gebroken afgodsbeelden te aan elkaar te lijmen.

Het verbannen van God

Eén aspect van de coronacrisis is echter nog erger. Het is al erg genoeg dat God wordt vervangen of genegeerd. We zijn nog een stap verder gegaan. God is verbannen van het toneel. Het is Hem verboden te handelen.

Onder de draconische maatregelen die zijn verordend, verbieden overheidsfunctionarissen de openbare eredienst. In Italië hebben ze Missen verboden, de communie en de biecht gestopt. De Kerk en haar heilige sacramenten worden beschouwd als een gelegenheid tot besmetting, die niet anders wordt behandeld dan een sportevenement of een muziekconcert.

Op hun beurt drijven de media de spot met de Kerk door te beweren dat zelfs God in zelf-quarantaine is.

Lees ook: 6 manieren waarop klimaatideologen misbruik maken van de coronacrisis

Een geloofscrisis

Helaas zijn sommige Kerkelijke functionarissen maar al te graag bereid om zich aan dergelijke maatregelen te houden. Ze beroven de gelovigen van de sacramenten op het moment dat ze die het hardst nodig hebben. Ze gaan verder dan wat ambtenaren vragen, zelfs tot het punt dat ze de vonten van hun wijwater legen en vervangen door ontsmettingsmiddelen. Ze ontmoedigen het toedienen van de laatste sacramenten.

Zelfs wonderen zijn niet toegestaan. De Kerkbestuurders hebben eenzijdig de wonderbaarlijke geneeskrachtige baden in Lourdes, Frankrijk, gesloten! Die wonderbaarlijke wateren hebben waarschijnlijk elke ziekte genezen die de mensheid kent. Is dit coronavirus nog dodelijker?

Dat is de toestand van ons geloof in crisis.

De oplossing ligt in een nieuwe opleving van het geloof

Sommigen zouden er bezwaar tegen kunnen maken dat het nemen van een niet-seculiere houding ten opzichte van het virus een geloofssprong vereist. Maar we moeten ons afvragen wat de grootste geloofssprong is – vertrouwen in de Heilige Moederkerk of in de koude handen van een staat die zich al had laten zien niet in staat te zijn de problemen van de samenleving op te lossen.

We hebben alle reden om God in vertrouwen te nemen. Het probleem is dat we toestaan dat ambtenaren de Kerk behandelen alsof ze niets weet over het genezen van lichamen en zielen. Ze zijn gemakshalve vergeten dat de Kerk een moeder is. Ze heeft in de Middeleeuwen de eerste ziekenhuizen ter wereld opgericht. De fundamenten van de moderne geneeskunde zijn geworteld in haar zorg voor de zieken. Ze behandelde elke patiënt als Christus zelf. Zo stuurt de Kerk bevelen van priesters, monniken en zusters om gratis gezondheidszorg te verlenen aan de armen en zieken over de hele wereld. Door de eeuwen heen, te midden van plagen en de pest, vinden we de Kerk in hun midden, in dienst van de geïnfecteerden, ondanks de grote gevaren.

Bovenal zorgde de Kerk voor de zielen van de lijdende zieken. Ze troostte, verzachtte en zalfde de getroffenen. Ze onderhoudt talloze heiligdommen, zoals Lourdes, waar de pelgrims voor hun geloof worden beloond met gemoedsrust, genezing en wonderen.

In tijden van plagen kunnen de gebeden van hele gemeenschappen oprijzen om God te vragen een zondige samenleving te hulp te komen die zijn barmhartigheid zo hard nodig heeft. De geschiedenis getuigt van het feit dat deze gebeden vaak werden verhoord.

Wanneer de Kerk handelt zoals zij zou moeten doen, voorkomt zij dat crises zoals het coronavirus onmenselijk en overweldigend worden. Als een moeder biedt zij troost en hoop in momenten van duisternis. Ze herinnert ons eraan dat we niet alleen zijn en altijd een beroep moeten doen op God. Het heeft geen zin om God te verbannen uit de strijd tegen het coronavirus.

Zich tot God wenden

Inderdaad, de coronaviruscrisis zou een oproep moeten zijn om onze goddeloze maatschappij te verwerpen.

Deze crisis dreigt verder te gaan dan de gezondheidscrisis en de Amerikaanse economie ten val te brengen. We moeten ons daarom afvragen waarom God wordt vervangen, genegeerd en verbannen. Het is tijd om ons tot God te wenden, die ons als enige van deze ramp kan redden.

Zich tot God wenden betekent niet dat we een symbolisch gebed of een processie moeten houden in de hoop terug te keren naar een leven van zonde en onmatige genoegens. In plaats daarvan moet het bestaan uit oprecht gebed, opoffering en boetedoening, zoals Onze-Lieve-Vrouw in Fatima in 1917 heeft gevraagd.

De wending naar God veronderstelt een wijziging van het leven ten opzichte van een wereld die de wet van God haat en de vernietiging ervan in de weg staat. Het betekent handelen zoals de Kerk altijd heeft gedaan, met gezond verstand, wijsheid, naastenliefde, maar vooral geloof en vertrouwen. Al deze Kerkelijke geneesmiddelen, vol troost en genezing, liggen binnen het bereik van de gelovigen.

Als we ons tot God wenden, betekent dat niet dat we de rol van de overheid bij het omgaan met noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid ontkennen. Maar geloof moet een belangrijk onderdeel zijn van elke oplossing. God is met ons. We moeten vertrouwen hebben in het Allerheiligst Sacrament, de werkelijke tegenwoordigheid van God in de wereld en de God die ons heeft geschapen. We moeten onze toevlucht nemen tot de Moeder Gods, de Heilige Maagd Maria, de Genezer van de Zieken en de Moeder van Genade.

Andreas Kinneging: indrukwekkende kritiek op moderne cultuur

Weinig boeken die zo dik en geleerd zijn als De onzichtbare Maat van prof. Andreas Kinneging zijn zo gemakkelijk samen te vatten: het traditionele Westerse denken, synthese van christendom en klassiek erfgoed, is vrijwel geheel verdrongen door de immorele en onmatige tendenzen van Verlichting en Romantiek. Vandaar onze huidige problemen.

Of in de woorden van de auteur zelf: ‘Als men erbij stilstaat is het eigenlijk een onvoorstelbare gebeurtenis: in onze tijd lijkt een einde te zijn gekomen aan een periode van ongeveer 2500 jaar. Wij leven als eersten in een volstrekt nieuw tijdperk, dat niet langer is gebaseerd op het denken van de Grieken – in het bijzonder Plato en Aristoteles – en het Christendom, maar volledig is gebaseerd op de geest en de waarden van de Verlichting en de Romantiek. Een tijdperk waarvan wereldbeeld en waarden in overwegende mate het tegendeel zijn van het wereldbeeld en de waarden die door de eeuwen heen altijd het menselijk bestaan in Europa hebben bepaald.’

Nominalisme

Het traditionele denken neemt als vanzelfsprekend aan dat de werkelijkheid een voorgegeven structuur heeft. De mens maakt daar onderdeel van uit en dient zich daarom naar die structuur te voegen. Daar is hij voor gemaakt. Deugden zijn goede eigenschappen – deels aangeboren, deels te verwerven – die hem daar naartoe sturen. Ondeugden doen het tegenovergestelde: zij ontregelen hem, maar vervolgens ook de gemeenschap waartoe die mens behoort. Deugdzame mensen versterken de gemeenschap, slechte mensen ondermijnen en ontregelen die. Waar is het fout gegaan? Zoals zovelen voor hem ziet Kinneging een wissel omgaan met het nominalisme, een nieuwe wijsgerige benadering van de werkelijkheid die omstreeks 1300 voet aan de grond kreeg met de filosoof Willem van Ockam.

Realisme

Om uit te leggen wat het nominalisme is, moet je het op de spits drijven. We noemen een Deense Dog een ‘hond’, maar een chihuahua ook. De onderliggende gedachte is dat we met de aanduiding ‘hond’ iets wezenlijks in beide dieren benoemen, geestelijk iets ‘reëels’ te pakken hebben wat honden tot honden maakt. Een ‘soort’ is een realiteit. Vandaar dat we deze filosofische zienswijze ‘realisme’ noemen. Extreem realisme zoals van Plato stelt zelfs dat – buiten het hier en nu – een ideale hond moet bestaan, waar alle honden deel aan hebben en waar zij hun gedeelde essentie aan ontlenen.

Etiketten

Een extreme nominalist zal daarentegen zeggen dat de aanduiding ‘hond’ niet meer dan een flatus vocis is, een ‘ademtocht van de stem’, een voorlopige benaming of etiket dat we er van buitenaf opplakken, maar dat het ons geen werkelijke greep op de werkelijkheid geeft omdat die uit afzonderlijke concrete verschijnselen bestaat. Als het etiket ‘hond’ toch zinvol blijkt, is dat slechts een ervaringsgegeven. Onze voortschrijdende kennis is als het ware niet meer dan een zich uitbreidende catalogus van etiketten en relaties daartussen, die ons steeds beter in staat stelt de werkelijkheid effectief te manipuleren.

Natuur, Orde, Maat

Dat heeft verregaande gevolgen voor de wijze waarop de toch al tot hoogmoed geneigde mens zichzelf ziet. Want, zoals Kinneging uitlegt, als er alleen maar individuele en concrete dingen bestaan en kennelijk geen onveranderlijke algemeenheden, kun je ook niet meer van ‘Zijn’ spreken. Dan is “de werkelijkheid een flux, een voortdurend Worden. De dingen hebben dus geen het individu overstijgende, vaste natuur. En men kan ook niet spreken van een kosmische orde, waarin al die naturen op een bepaalde manier onderling gerangschikt zijn, of van een Maat in al die dingen. Maar als er in de dingen geen vaste Natuur, Orde en Maat ligt, dan is de individuele mens zelf de Maat van alle dingen. Hij bepaalt het zelf en hoeft daarbij naar niets of niemand te luisteren en niets of niemand te gehoorzamen.” Die uiterste consequentie zien we vandaag bijvoorbeeld in het ontkennen van het wezenlijk verschil tussen man en vrouw, wat slechts ‘etiketten’ zouden zijn op een biologische uiterlijkheid.

Abstractie

De nominalist stelt zich dus relativistisch op ten opzichte van onze werkelijk kennen van de werkelijkheid. Simpel gezegd is het nominalisme er niet eens in geïnteresseerd of kennis waar is, maar of die effectief is. Alleen die ‘kennis’ mag blijven, de rest mag overboord. Dit contrasteert scherp met het gematigd realisme van de middeleeuwse scholastiek, die ervan uitging dat het menselijk begrip door bemiddeling van de zintuigen in staat is het wezen van dingen (het algemeen hond-achtige) daaraan te onttrekken (Latijn: abstrahere vandaar ‘abstractie’) en daarmee tot vorming van algemene begrippen te komen die ons wezenlijk vat geven op de werkelijkheid.

Protestantisme

Het nominalisme doorbrak dus het filosofisch realisme, niet alleen het extreme van Plato, maar ook het meer gematigde van diens leerling Aristoteles (die van Kinneging nogal wat vegen uit de pan krijgt) en zelfs het uitgebalanceerde en gematigde realisme van de middeleeuwse scholastiek bij Sint Thomas Aquino. Overgezet naar godsdienstig gebied is het protestantisme eerder een uitvloeisel van het nominalisme. Luther was een bewonderaar van Ockam, en had een diepe afkeer van Aristoteles. Hij relativeerde de kerkelijke traditie weg als ‘onzuivere ballast’, en stelde het gezag van de H. Schrift (maar dan zoals Luther het opvatte) centraal als enige waarheidsbron, die behalve in de volkstaal juist in die tijd ook in de oorspronkelijke talen van Grieks en Hebreeuws opnieuw beschikbaar kwam, geholpen door de nieuwe boekdrukkunst.

Ommezwaai

De ‘Verlichting’ was het volgende stadium. De menselijke ratio werd nog meer alleenzaligmakend verklaard, maar bij Kant – de invloedrijkste vertegenwoordiger van het verlichte denken – ook meteen weer gerelativeerd: ware kennis van de dingen was niet mogelijk, alleen maar in zoverre als ze zich aan ons voordoen. Het subjectieve ‘ik’, en niet de objectieve werkelijkheid, is dus de doorslaggevende factor bij het kennen. Daarin zit de ommezwaai naar de Romantiek al ingebakken, die bij Kants volgeling Fichte zijn beslag krijgt. Kinneging noemt de Romantiek een ‘tweede revolutie’, die de onvoldaanheid over de rationalistische ‘eerste revolutie’ van de Verlichting moest wegnemen. De Romantiek is daar dus zowel een verzet tegen als een voortzetting van.

‘Nutsmaximalisator’

Nam het denken vóór nominalisme en Verlichting nog aan dat het menselijk leven zijn zin ontleent aan zijn inbedding in de grote betekenisvolle structuur van de Schepping, daarna was het hiermee afgelopen. De werkelijkheid was geen schepping meer. Zij werd een ‘bruut feit’ zonder intrinsieke doelgerichtheid. Losgemaakt uit die structuur en na het verlies van zijn christelijke geloof telt voor de moderne mens alleen nog de bevrediging van zijn behoeftes. Hij wordt een ‘nutsmaximalisator’. Aan de onvoldaanheid die daaruit voortkomt, probeert de Romantiek tegemoet te komen, door niet de consumptiebehoeften van het ‘ik’ op de voorgrond te stellen, maar de diepere behoeften en vragen die het ‘ik’ omtrent zichzelf heeft.

Metafysische geborgenheid

Dit leidt ertoe dat de oververzadigde, maar onbevredigde moderne mens op een eindeloze zoektocht is gegaan naar zijn ‘ware ik’. Maar die zoektocht was al een misverstand voor hij begonnen was, aldus Kinneging. Hij is een gevolg van het uit het oog verliezen van de ‘onzichtbare Maat’ in de werkelijkheid, van de orde die daarin gelegen is, en waarin de mens uitgenodigd is zich te voegen. Alleen de erkenning van die maat en orde geeft de mens de metafysische geborgenheid die hij zoekt. Voor zover dat op aarde mogelijk is. Zijn definitieve rust vindt de mens slechts bij zijn Schepper. In de beroemde woorden van Sint Augustinus: ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.’

Zelfontplooiing

Eigenlijk zien we de geschiedenis van Adam en Eva zich dus voor onze ogen opnieuw afspelen. Waarom werden zij verdreven uit het Paradijs? De slang verleidde hen met Verlichting en Romantiek: met de dubbele verleiding van behoeftebevrediging en ontdekking van hun zogenaamde ware bestemming. Het eten van de heerlijke appel zou Adam en Eva immers niet alleen een groot genot geven, het zou hen ook tot volledige zelfontplooiing brengen en hen in kennis gelijk maken aan God. Het liep, zoals bekend, even anders. Zo is ook de moderne mens speelbal geworden van de inzichten en verlangens die Verlichting en Romantiek hem met verdringing van alle anderen inplanten. Juist de Traditie die ons de ware toedracht over onszelf onthult, hebben we aan de kant geschoven. Met alle kennis en cultuur, aldus Kinneging, waarmee de christelijke traditie zich vanaf de start verrijkt heeft.

Begeerlijkheid en hoogmoed

De analyse die Kinneging in De onzichtbare Maat voorlegt, heeft tal van raakvlakken met die van dr. Plinio Corrêa de Oliveira, de grondlegger van de internationale katholieke beweging Tradition, Family, Property (TFP), waarvan de campagne Cultuur onder Vuur een uitloper is. In zijn Revolutie en Contra-revolutie beschrijft dr. Plinio de moderne geschiedenis als een opeenvolging van revoluties (in wezen steeds weer dezelfde revolutie) die de mens stapsgewijs heeft weggeleid van de katholieke waarheid zoals die zich in de Middeleeuwen intellectueel ontplooide, maar al snel bedreigd werd. Net als Kinneging prikt dr. Plinio door de revolutionaire principes van gelijkheid en vrijheid heen en ontwaart begeerlijkheid en hoogmoed als de werkelijke motors.

Uitzaaiingen

De ‘eerste revolutie’ van renaissance, humanisme en protestantse reformatie dreef meteen al een eerste diepe wig in de eenheid van het Westen. De ‘tweede revolutie’ was de Franse revolutie: een uitvloeisel van de Verlichting. De ‘derde revolutie’, de modernste, ergste en bloedigste van al, is de communistische revolutie. Allereerst de Russische van 1917, gevolgd door al zijn uitzaaiingen, waartoe in zekere zin ook de culturele revolutie van 1968 hoort die tot het huidige cultuurmarxisme heeft geleid.

Volle pond

Cultuur onder Vuur vindt het betoog van prof. Andreas Kinneging van grote waarde en betekenis. De onzichtbare Maat is een warm pleidooi voor de christelijke traditie en cultuur van het Westen, waaraan grote behoefte bestaat. De betekenis van het christendom als drijvende kracht, die het klassieke erfgoed niet alleen gedragen heeft en nog steeds draagt, maar dat ook tot verdere bloei en ontwikkeling brengt, krijgt het volle pond. Tegelijk echter wordt hier een intrinsieke zwakte in het betoog voelbaar. Kinneging constateert het historische feit dat het christendom die rol speelt en prijst het daarom.

Historiciteit

Maar niet meer dan dat. Hij omhelst het niet, althans niet als een gelovige. Integendeel, hij trekt de historiciteit van het christendom in twijfel, hoewel hij zelf opmerkt: “Er zijn meer dan 5700 Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament bewaard gebleven, veel en veel meer dan van welke andere tekst uit de Oudheid ook.” Hij verbindt daaraan echter geen conclusie. Integendeel, hij benadrukt dat de oudste handschriften van ver na Christus dateren (wat overigens vooral een academisch idée reçue is waarop veel valt af te dingen) zonder daarbij bijvoorbeeld het onderzoek van Richard Bauckham te betrekken naar de betrouwbaarheid van mondelinge overlevering.

Islam

Het christendom is in Kinnegings betoog zeker de ladder waarlangs de Westerse beschaving zo hoog heeft kunnen klimmen als zij gedaan heeft. Het bevreemdt dan als een inconsequentie dat hij die ladder bij nader inzien als vermolmd en onbetrouwbaar (in de zin van: mogelijk onwaar) afdoet. Het doet denken aan de positie van Roger Scruton, die stelde dat je de beschaving nu eenmaal niet kunt redden met ‘tweedehands opvattingen’, dus met waarheidsclaims waaraan je zelf niet echt geloof hecht, maar die je historisch bewondert omdat je er het weldadige effect of de rijke cultuur zo van waardeert. Direct daarmee verband houdt Kinnegings jammerlijke inschatting van de islamitische cultuur als een mogelijke bondgenoot van de Traditie en blijkbaar niet inziet dat de islam een revolutionaire doctrine is. Het is tenenkrommend wanneer Kinneging het heeft over mensen die “begrijpen dat Islam en de Europese Traditie in veel opzichten sterk op elkaar lijken, aan elkaar verwant zijn.” Voor die mensen ligt de zaak volgens Kinneging duidelijk: “Wij zien de Islam als een bondgenoot tegen de Moderniteit.”

Permanente deconstructie

Kinneging glijdt hier pijnlijk uit over de intellectuele bananenschil die de islam al voor zoveel westerlingen is geweest. De schijnbare ‘punten van herkenning’ die de islam aanreikt (‘Isa’ is zogenaamd Jezus en ‘Maryam’ Maria, enzovoort), spelen in op wensdenkende Westerse projecties. Toch is de ontmaskering en ontzenuwing hiervan helemaal niet zo moeilijk. We verwijzen hier naar de permanente deconstructie van de islam die de Parijs priester Guy Pagès bedrijft. Maar ook de middeleeuwse islamgeleerde Ibn Hazm (AD 994-1065) was op dit punt realistischer: hij definieerde de islam, zijn eigen godsdienst, als in diepste wezen een antichristendom. Dat christenen tot op de dag van vandaag de meest vervolgde gelovigen ter wereld zijn en dat de islam hun grootste vervolger is, bevestigt hoeveel scherper Ibn Hazm dit toen al zag dan Kinneging nu.

Funderend

Deze kritiek betreft echter slechts enkele passages in het boek. Zij doet niets af aan de grote betekenis van dit werk. Uitgever Mai Spijkers van uitgeverij Prometheus zei bij de presentatie dat er in heel zijn lange uitgeverscarrière geen boek was dat hem zo trots maakte als dit. Wie De onzichtbare Maat gelezen heeft, zal dit begrijpen. Het is een majeure bijdrage aan het conservatieve denken in Nederland, en een krachtige herinnering aan en pleidooi voor de funderende betekenis die de klassieke cultuur als praeparatio evangelica, als voorbereiding van het evangelie zoals de Kerkvaders het noemden, en vervolgens – a fortiori – de H. Schrift zelf voor onze cultuur hebben en zouden moeten houden. Wie een Nederlands boek wil lezen met doordachte kennis over de filosofische grondslagen van onze beschaving, een boek dat er bovendien niet voor terugdeinst nu en dan de moderne mens stevig de les te lezen, kan geen betere keus doen. Cultuur onder Vuur beveelt het daarom met kracht bij u aan.

U kunt De onzichtbare Maat bestellen op de website van uitgeverij Prometheus: https://webwinkel.uitgeverijprometheus.nl/book/andreas-kinneging

Cultuur onder Vuur strijdt met 0 euro subsidie voor de Nederlandse cultuur. Help ons met een gift!

NIDA-leider wil islamkritische partijen muilkorven

Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen. Zeker als die vos luistert naar een naam als Nourdin el Ouali. Dat is de leider van NIDA, een radicaal islamitisch partijtje in Rotterdam met een GroenLinkse schutkleur.

Rozenkrans

De partij prijst zichzelf namelijk aan om de “verfrissende, alomvattende kijk” waarmee zij “de ecologische, religieuze, economische, culturele en sociale uitdagingen” aangaat. Let op de strategische vooropplaatsing van ‘ecologische’, waardoor ‘religieuze’ wat minder belangrijk lijkt.

Vergeet echter niet dat ‘religieus’, dat NIDA zo bescheiden op de tweede plaats zet, voor islamieten een heel andere betekenis heeft dan bijvoorbeeld voor christenen. Het betekent niet dat je thuis de rozenkrans bidt of de Bijbel leest om aan jezelf te werken.

Islamitische heilstaat

Bij de islam kan ‘religieus’ betekenen – en betekent het ook vaak – dat je erop uit bent met de sharia in de hand zo snel mogelijk aan alle vrijheden een eind te maken en de maatschappij omver te werpen ten gunste van de islamitische heilstaat. Hoe die eruitziet, hebben we afgelopen jaren kunnen zien aan de totale ontwrichting van het Midden-Oosten door Islamitische Staat. 

Sharia

Als islamieten dus iets past, is het wel bescheidenheid in het uiten van kritiek op de samenlevingen waarin ze zijn komen wonen. Maar dat is vanuit ons gedacht: sektariërs kennen geen bescheidenheid. In de praktijk zien we zelfs precies het omgekeerde: zij gebruiken de vrijheid om anderen met ongekende arrogantie de les te lezen. Maar meestal niet vanuit de sharia. Daarmee zouden ze hun bedoelingen teveel prijsgeven.

DENK

Zolang dat nog niet kan, bedienen zij zich van het links-atheïstische mensenrechtenjargon, met een vaardigheid en gemak alsof ze het allemaal zelf hebben bedacht. Alsof bovendien in Nederland een racistische cultuur heerst en hun achterban ‘onderdrukt’ wordt door ‘fascisten’ en ‘nazi’s’.

Een goed voorbeeld daarvan zijn de politici van DENK. Iedereen weet dat zij trekpoppen zijn van het dictatoriale bewind van Erdogan in Ankara, maar als Kuzu spreekt lijkt het alsof Martin Luther King is opgestaan.

Staatsgevaarlijk

In die traditie treedt nu ook Nourdin el Ouali, van origine GroenLinkser, maar nu voorman van NIDA. Hij werpt zich op als bewaker van de zuiverheid in onze democratie. In een opiniebijdrage in Trouw beweert hij zich zorgen te maken over “racisme” in de politiek. Het ‘racisme’ waar hij zich tegen keert, blijkt echter de vaststelling dat salafisten staatsgevaarlijk zijn, iets waar onder meer de AIVD voor heeft gewaarschuwd. Vanuit het algemeen belang geredeneerd zou je zeggen: goed dat de AIVD dat doet. Goed ook als politieke partijen er werk van maken om het gevaar van islamitische radicalisering in te dammen.

Gemuilkorfd

Nourdin el Ouali stelt echter doodleuk voor om islamkritische partijen de rechten af te pakken die andere partijen wel hebben. De Raad van State is het geknipte orgaan “om de ondergrens van ethiek in de politiek te bewaken”, aldus El Ouali. Die ondergrens is kennelijk: kritiek op de islam. Als “onafhankelijk adviseur van regering en parlement en de hoogste algemene bestuursrechter” moet de Raad van State ervoor zorgen dat die voortaan van kritiek gevrijwaard blijft. Politieke partijen met kritiek op de islam moeten gemuilkorfd worden.

Islamkritisch

Hoe? “Afhankelijk van het aantal zetels en leden krijgen (landelijke) politieke partijen fractiebudget, partijsubsidies en zendtijd. Mocht een partij herhaaldelijk grensoverschrijdend (lees: islamkritisch, CoV) gedrag vertonen en onverantwoord omgaan met het gegeven podium, de overheidsmiddelen en de publieke zendtijd, dan is het volkomen legitiem een partij hierom te korten.” El Ouali maakt duidelijk dat hij hierbij de PVV en Forum voor Democratie op het oog heeft.

Gek genoeg

Best slim van Nourdin el Ouali. De RvS zit immers vol uitgerangeerde systeempolitici met een erebaantje, die niets van islamkritiek willen weten. Van politieke rivalen als PVV en FvD die deze ‘populistische kritiek’ uiten zo mogelijk nog minder. El Ouali speelt daarop in. Denk aan de beruchte uitlating van voormalig vicevoorzitter Raad van State, Piet-Hein Donner, die zei onmiddellijk bereid te zijn de sharia in Nederland in te voeren als daar een meerderheid voor was.

Laten we dus uitkijken, want hoe absurd El Ouali’s voorstel ook is, onze elite is gek genoeg om het in overweging te nemen.

Cultuur onder Vuur strijdt met 0 euro subsidie voor de Nederlandse cultuur en tegen de islamisering. Help ons met een gift!

Thierry Baudet: Nederland heroveren op ‘linkse mensen’

“Met afstand de beste, meest interessante beschaving óóit.” Met grote nadruk op ‘óóit’. Thierry Baudet liet er op het symposium in Gouda geen twijfel over bestaan: de Nederlandse cultuur kan op hem rekenen. Dat wil zeggen, op die van Thierry Baudet als denker en voorman van het Forum voor Democratie.

Goed overzicht

Cultuur onder Vuur was erbij in Gouda. We wilden zelf horen wat de leider van Forum voor Democratie te vertellen had, want de reguliere pers kun je daarin niet vertrouwen. Zo probeert het Algemeen Dagblad in zijn verslag Baudet in de extreemrechtse hoek te drukken. Er was niets in Baudets betoog dat zelfs maar in die richting zweemde. Alsof de Forum-leider daarmee in dit christelijk gezelschap trouwens was weggekomen. Het Nederlands Dagblad besteedt dan weer nauwelijks aandacht aan Baudets nadrukkelijke waardering voor het christendom en de christelijke cultuur.

Hoopvolle perspectieven

NRC Handelsblad had columnist Lotfi El Hamidi gestuurd. Die probeert het betoog van Thierry Baudet te ontkrachten door het als ondergangsdenken te typeren, hoewel Baudet in Gouda exact het tegenovergestelde deed en juist sterk het belang van nieuwe, hoopvolle perspectieven voor Nederland benadrukte. Maar dit zou dan, volgens El Hamidi, weer “opportunistisch” van Baudet zijn om het “conservatieve christendom” voor zich te winnen.

Genuanceerd overzicht

Hoewel het symposium als promotie bedoeld was voor Het opmerkelijke einde van Europa van Douglas Murray beval Baudet dat boek eigenlijk nauwelijks aan. Hij interesseert zich als politicus voor waar het boek ophoudt: voor de oplossingen, want het probleem – multiculturalisme – kennen we al. Daarmee doet Baudet het boek wat tekort, want het is een goed en genuanceerd overzicht hoe Europa bezig is zelfmoord te plegen: door een combinatie van onvoldoende geboortecijfers en ongebreidelde massa-immigratie. Plus een multiculti-ideologie om dat alles te rechtvaardigen.

Kolonialisme

Thierry Baudet doorbreekt politieke conventies op een wijze die verademend is. Welke andere politicus durft voor een groot gehoor te zeggen dat het kolonialisme –  met alle gebreken die het had – in wezen toch “een enorm avontuur” was, dat ons – ondanks alle bezwaren die je ertegen zou kunnen hebben – wél uitdaagde en stimuleerde tot grote daden. Zulke dromen moeten we weer gaan creëren. We moeten weer naar de maan, een luchthaven in zee. We hebben weer positieve idealen nodig.”

Bijzonder onderwijs

Ook beaamde Baudet
rondborstig dat christelijke onderwijs het beste onderwijs is: “Ik ben groot
voorstander van bijzonder onderwijs.” Hij vindt het wel een probleem dat islamitische
scholen nu van artikel 23 grondwet mee kunnen profiteren. “We moeten veel strenger
zijn op islamitisch onderwijs”. Het bijzonder onderwijs dreigt anders een vehikel
van islamisering te worden. Daar is artikel 23 nooit voor bedoeld.

‘Culturele zelfmoord’

Wat Nederland nu nodig
heeft, aldus Baudet, is “een cultuuromslag”. Een die vergelijkbaar is die met
de ‘revolutie in ’68’, maar dan in de goede richting: om ons land te “heroveren
op linkse mensen die VVD stemmen (luid gelach en applaus van publiek) en hun hermetisch
van culturele zelfmoord bevangen brein”.

‘Heel erg weinig’

Maar die contra-revolutie begint bij
onszelf, zo hield Baudet zijn gehoor voor. “Wat zijn de twee grootste risico’s
die onze samenleving bedreigen?” Enerzijds de klimaathoaxers, anderzijds de
radicale islam. “Maar als je nagaat om hoeveel mensen dat gaat, zijn dat er
eigenlijk maar heel erg weinig.”

Concrete gevallen

Overtuigde minderheden kunnen echter maatschappelijke
veranderingen afdwingen. Zij weten wat ze willen en gaan daarvoor. In een
samenleving die twijfelt aan zichzelf, krijgen ze veel voor elkaar. Tegenover
het opdringen van gevaarlijke ideologische fanatici, moeten gewone mensen zich durven
herpakken, vindt Baudet. “Bijvoorbeeld ouders tegenover de school.” Die moeten
geen genoegen nemen met de linkse indoctrinatie van hun kinderen, maar daarover
met gelijkgezinde ouders hun beklag doen.

Cultuur onder Vuur

Zowel in zijn analyse als in zijn oplossing ondersteunt Thierry Baudet precies de aanpak die Cultuur onder Vuur sinds jaar en dag in praktijk brengt. Enerzijds analyseren en de vinger op de wonde leggen, anderzijds actie voeren en het verzet organiseren. We zullen de partij en leider kritisch blijven volgen.

Cultuur onder Vuur strijdt 100 procent en met 0 euro subsidie voor de Nederlandse cultuur en tegen de politieke correctheid. Help ons met een gift!

Een slechte 1 aprilgrap: Arnoud van Doorn schooldirecteur

Ex-PVV’er Arnoud van Doorn, een bekeerling tot de islam, wordt de nieuwe interim-directeur van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Een bericht van die strekking deed op zondag 31 maart de ronde. Waarom niet? zou u wellicht denken en dit was ook precies de reactie van de school zelf. Van Doorn heeft een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die nodig is om o.a. in het onderwijs werkzaam te kunnen zijn, aldus Soner Atasoy, dagelijks bestuurder van het lyceum.

‘Grap’

Wij bij Cultuur onder Vuur hebben gewacht met reageren, omdat wij al vermoedden dat het een zeer misplaatste 1-aprilgrap betrof, wat inmiddels ook gebleken is. Maar juist het idee dat het Cornelius Haga Lyceum en Van Doorn menen te moeten schertsen hiermee, is wat ons betreft juist tekenend voor het probleem. Een ‘koekje van eigen deeg’ provoceert Van Doorn op zijn twitteraccount ook nog in reactie op zijn ‘grap’ met betrekking tot zijn vermeende aanstelling als interim-directeur.

Arnoud van Doorn

Even ter herinnering; Van Doorn was raadslid voor de PVV maar bekeerde zich in 2012 tot de islam. Hij richtte na zijn bekering de islamitische Partij van de Eenheid op. In een interview met het AD in 2014 zegt Van Doorn dat: “Een dienst als de AIVD heeft er belang bij moslims in een kwaad daglicht te stellen. Daarmee toont ze haar bestaansrecht aan.” Hij zegt hier dus zoveel als dat onze veiligheidsdienst moedwillig, om te scoren, moslims in een kwaad daglicht stelt.

Afschuwelijk daden

In hetzelfde interview wordt Van Doorn als volgt
aangehaald: “Je moet jongens die in Syrië zijn geweest niet allemaal
bestempelen als gevaarlijk, reageert hij ten slotte op de vraag of de AIVD
terecht Syriëgangers scherp in de gaten houdt.” De verantwoording ligt dus bij
de AIVD en niet bij deze jongens zelf en de afschuwelijke daden die IS heeft
gepleegd. Zeker, het interview dateert van 2014 en nog niet alles wat IS heeft
gedaan was toen bekend, maar dat de veiligheidsdienst mensen die in het
buitenland gaan vechten bij terugkeer in de gaten houdt, lijkt mij de
normaalste zaak van de wereld.

Gewelddadige tegenreacties

Onlangs nog kwam Van Doorn in opspraak toen hij tweette, in reactie op een provocerende actie waarbij half ontblote poppen werden opgehangen met spandoeken waarop beledigende teksten stonde, dat ‘een miljoen moslims in Nederland zelf maatregelen gaan nemen als de overheid niet ingrijpt.’ De actie gericht tegen de moskee was ronduit beledigend, daarover geen misverstand, maar de oproep van Van Doorn suggereerde voor velen dat hij opriep tot gewelddadige tegenreacties.

‘Koekje eigen deeg’

Een dergelijke reactie van iemand die een ‘partij van de eenheid’ heeft opgericht is ronduit bizar, maar er is meer. Arnoud van Doorn werd in 2014 ook nog eens veroordeeld tot een geldboete en een werkstraf vanwege het lekken van geheime stukken, het verkopen van drugs aan minderjarigen en het bezit van een verboden alarmpistool. Gezien bovenstaande is het onvoorstelbaar dat zowel Van Doorn als het dagelijks bestuur van het Cornelius Haga Lyceum bij monde van de heer Atasoy menen dat het leuk of grappig is, of in de woorden van Van Doorn een ‘koekje van eigen deeg’, om grappen te maken aangaande de vermeende aanstelling van Van Doorn. Dit laat alleen maar zien hoe weinig het bestuur begrijpt wat de ernst is van de opmerkingen van de AIVD betreffende richtinggevende personen binnen de school die banden zouden hebben met een terroristische organisatie in de Kaukasus .

Ingrijpen noodzakelijk

Dit staat te lezen in de brief aan de gemeenteraad in Amsterdam: “Door een parallelle samenleving te bevorderen en in strijd te handelen met de antiradicaliseringsstrategie van de overheid, is de veilige en democratische vorming van Amsterdamse leerlingen op het Cornelius Haga Lyceum niet gewaarborgd. Daarbij komt dat de onderwijsinspectie op woensdag jongstleden heeft moeten vaststellen dat door de opstelling van de schoolleiding onderzoek op dat moment niet verantwoord was. Voor het college is ingrijpen nu noodzakelijk en onvermijdelijk.” Wie zijn deze mensen die invloed zouden hebben op de school? Juist ja; Arnoud van Doorn en Abu Hafs, beide namen die in het interview met Atasoy worden genoemd als mensen die hij zou aannemen op zijn school als zij een Verklaring Omtrent Gedrag zouden krijgen. 

Afluisterapparatuur

De school ontkent overigens alle aantijgingen van de AIVD/NCTV en, eerlijk is eerlijk, we weten niet wat er precies aangetoond is of waarop de verdenking zijn gebaseerd. Daarom was het beter geweest wanneer dit niet in de openbaarheid was gebracht maar binnenskamers was gebleven. Tweede Kamerlid voor het Forum voor Democratie, mr. Th. Hiddema, zei hierover in de Kamer: “Er had geen ruchtbaarheid gegeven moeten worden aan de verdenkingen van de AIVD, maar artikel 126L biedt ruimte tot het plaatsen van afluisterapparatuur zodat de verdenkingen, want meer is er nog niet, van de AIVD rondgemaakt kunnen worden.”

Slachtoffer

Terwijl het juridisch nog helemaal niet kon, maakte burgemeester Halsema van Amsterdam e.e.a. openbaar en zegt dat ‘de school dicht moet’. Hiddema vervolgt: “Het schoolbestuur kan de rol van martelaar nu uithangen en claimen dat zij worden gediscrimineerd.” Precies dit is gebeurd en daar gaat de tweet van Van Doorn over wanneer hij deze zeer misplaatste ‘grap’ een ‘koekje van eigen deeg’ noemt. En in plaats dat alle media wachten met berichtgevingen, volgen er nieuwsartikelen, interviews noem maar op, omdat zij het slachtoffer zijn geworden van een schoolbestuur dat niet begrijpt hoe zorgelijk dergelijke aantijgingen van de veiligheidsdienst zijn en van meneer Van Doorn die, niet voor het eerst, graag olie op het vuur gooit.

Slachtoffer uithangen

Zo zijn de media voor bijna anderhalve dag lang de speelbal tussen de AIVD en het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum geweest. De ernst van de verdenkingen die de veiligheidsdienst heeft tegen de Amsterdamse school zijn te serieus en beslist niet grappig. Dat het zover heeft kunnen komen dat het dagelijks bestuur van de school het slachtoffer kan uithangen en meent de veiligheidsdienst, de gemeente Amsterdam, de burgemeester van Amsterdam én de media zo voor schut te zetten, draagt ten eerste niet bij aan de onderlinge verhoudingen, maar toont ook het gelijk aan van mr. Hiddema in zijn bijdrage tijdens het Kamerdebat over deze kwestie. En wie is met dit alles geholpen? (Sonja Dahlmans)

Pakistan: geestelijk gehandicapte christenen beschuldigd van ‘blasfemie’

Stephen Masih, een Pakistaanse christen met een geestelijke beperking, is op 14 maart door de politie aangehouden op verdenking van godslastering. Dit na een klacht van een islamitische geestelijke, Hafiz Muhammad Mudassar, die op zijn beurt was geïnformeerd over de vermeende blasfemische uitlatingen van Stephen door een aantal islamitische vrouwen.

Strafbaar

Volgens de zus van Stephen, Alia, is hij soms
opstandig en argumenteert dan op luide toon met zijn moeder en zuster. Zo ook
deze laatste keer. Dit werd gehoord door de islamitische buurvrouwen die vervolgens
melding hebben gedaan bij Mudassar van blasfemie. Stephen zou Mohammed hebben
beledigd en dit is strafbaar in de Islamitische Republiek Pakistan onder §295
C. Behalve het opleggen van een boete kan de rechter hem ook ter dood
veroordelen hiervoor. De rechter in dergelijke zaken die vallen onder deze
paragraaf 295 C is altijd een islamitische rechter.

Gerucht is genoeg

Veel is er niet voor nodig om in de Islamitische Republiek Pakistan van blasfemie beschuldigd te worden. Burenruzies kunnen al reden zijn iemand aan te geven bij de autoriteiten voor ‘blasfemie’ volgens onder andere Amnesty International het gerucht alleen is vaak al genoeg. Wat het nog wranger maakt is de arrestatie en/of beschuldigingen van blasfemie, waar je dus de doodstraf voor kunt krijgen, aan het adres van mensen met een verstandelijke beperking.

Jaren in gevangenis

In bijvoorbeeld augustus 2012 werd een 11-jarig christelijk meisje dat waarschijnlijk Down syndroom heeft beschuldigd onder paragraaf 295 B; het bezoedelen van de Koran waar levenslang op staat. Ze wist uiteindelijk naar Canada te vluchten. In oktober 2018 was het een christelijke man, Yaqoob Bashir, die ook een verstandelijke beperking heeft die beschuldigd werd van blasfemie. Dit overkwam eerder ook de 65-jarige christelijke man Iqbal Masih die ook een verstandelijke beperking heeft en Humayyun Faisal, een verstandelijk beperkte christelijke man die ook werd beschuldigd van blasfemie. De lijst is nog veel langer. Vaak zitten mensen jarenlang in de gevangenis alvorens zij alsnog worden vrijgesproken.

Denigrerend

De situatie van christenen en andere minderheidsgroepen
in Pakistan is zeer dreigend, maar juist de zeer kwetsbaren, zoals
verstandelijk beperkte mensen, jonge mensen zoals de 14-jarige Rimsha Masih of
ouderen zoals de 65-jarige Iqbal Masih is schrijnend. Voor de blasfemiewet
onder paragraaf 295 C geldt als enige namelijk dat iemands intentie om te
lasteren niet hoeft te worden bewezen. Bovendien is de omschrijving van wat dan
blasfemie, denigrerend spreken over Mohammed speciaal in deze paragraaf, is in
zeer vage bewoording staat beschreven. Wat is denigrerend, wie bepaalt wat wel
of niet denigrerend is? In de betreffende paragraaf wordt nog gesproken over
aantijgingen of toespelingen, allemaal zeer subjectief en vaag, waardoor het
niet moeilijk is iemand hiervan te beschuldigen. Zelfs met indirecte
insinuaties zou je in theorie Mohammed zijn naam kunnen bezoedelen waar iemand
aangifte van kan doen bij de autoriteiten.

Agressieve mobs

Niet alleen de wet, maar ook zogenaamde mobs, die roepen om de dood van mensen
die beschuldigd zijn van het beledigen van Mohammed en zelfs bereid zijn tot
geweld vormen een groot gevaar. Om hen te beschermen tegen deze agressieve mobs worden sommigen zelfs opgesloten in
de gevangenis. Denk maar aan het voorbeeld van Asia Bibi, de christelijke vrouw
die bijna tien jaar gevangen zat ook wegens vermeende blasfemie, die onder de
dreiging gelyncht te worden nu van schuiladres naar schuiladres gaat.

Erbarmelijke toestanden

De situatie voor christenen en andere minderheden in de Islamitische Republiek Pakistan wordt steeds schrijnender. Helaas zijn deze gevallen slechts in zeer beperkte mate bekend bij het grote publiek en schrijven de main stream media er nauwelijks over. Het wordt tijd dat westerse leiders deze erbarmelijke toestanden openlijk aan de kaak stellen en veroordelen om zo de druk op het regime daar vergroten. (Sonja Dahlmans)

Christenen zijn nooit slachtoffer in westerse media

SOS Christianos Zo luidt de titel van een interessant boek dat de Spaanse correspondent Pilar Rahola in april 2018 uitbracht. Rahola noemt zichzelf areligieus. In een interview legt zij uit dat men in het Westen de grote christenvervolging die momenteel plaatsvindt over de hele wereld, van Afrika tot Azië en in het Midden-Oosten, negeert omdat christenen nooit slachtoffer kunnen zijn in de ogen van westerse mensen. Rahola spreekt van een subtiele ‘christianofobie’ in het Westen waarover zij nog een ander boek zegt te willen schrijven. Over politieke correctheid schrijft zij dat dit een nieuwe vorm van (zelf)censuur is, waarin de christenvervolging niet wordt benoemd, niemand voor de vervolgde Kerk opkomt en dat de mainstream media hierover nauwelijks berichten. Waarom blijft de grote verontwaardiging hierover uit, vraagt Rahola zich af en waarom wordt er geen actie ondernomen vanuit het Westen?

Christelijke Kachin

Mondjesmaat komen soms berichten over het lijden van de christenen in diverse uithoeken van de wereld naar buiten, die dan vaak ook nog worden gekwalificeerd als een vorm van ‘islamofobie’, omdat de vervolging van christenen vaak in islamitische landen gebeurt. Behalve Noord-Korea, dat al jaren lang bovenaan de ranglijst van Open Doors staat, zijn de meeste andere landen die in de top tien staan islamitische landen zoals Afghanistan, Pakistan, Soedan, Somalië, Libië, Jemen, Eritrea en Iran. Sterker nog, van bijvoorbeeld Myanmar weten we van berichtgeving van de NOS wél dat de Rohingya-moslims daar worden vervolgd, maar niet dat dit ook gebeurt met de christelijke Kachin in het zelfde land. Wanneer u meer over deze bevolkingsgroep wilt lezen, zie deze links en deze.

‘Vrije Westen’

Dit geldt ook voor de situatie van bijvoorbeeld Asia Bibi, de christelijke vrouw in Pakistan die bijna tien jaar gevangen zat omdat zij Mohammed beledigd zou hebben. Zij was bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk niet welkom, uit angst voor ‘sociale onrust’ en uit angst voor aanslagen. Laat dit even tot u doordringen. Een christelijke vrouw die jarenlang onterecht gevangen zat, wordt geen asiel aangeboden omdat men vreest voor aanslagen. Hoever laten we ons zelfs hier intimideren als een vrouw die zonder meer asiel zou moeten krijgen, omdat grote groepen in Pakistan dreigden haar te doden zodra zij vrij kwam, vervolgens in het zogenaamde ‘vrije Westen’ niet welkom is uit angst voor repressies hier? Over haar op handen zijnde vrijlating werd wereldwijd geschreven, maar dat het verhaal van mevrouw Bibi slechts een van de vele verhalen van vervolgde christenen in Pakistan is, daarover wordt slechts summier bericht.

Speelbal

We zagen dit ook gebeuren na de afschuwelijke aanslag in Christchurch, Nieuw-Zeeland waar in een moskee tientallen moslims werden gedood. Tegelijkertijd waren er ook aanslagen in Nigeria op christenen, maar dat werd niet of nauwelijks getoond. Zoals reeds eerder benoemd, wordt het lijden van de christenen in Nigeria of elders in de wereld geframed als ‘extreemrechtse sentimenten’. Het lijden van de vervolgde Kerk wordt zo een speelbal tussen westerse politici; een ‘links’ versus ‘rechts’ verhaal waarbij de schrijnende situatie van christenvervolging niet voor het voetlicht wordt gebracht. Met uiteraard als gevolg dat er dus ook nauwelijks actie wordt ondernomen, omdat de bittere urgentie ervan bij het grote publiek nauwelijks doordringt door de geringe berichtgeving.

‘Islamofobie’

Ook tijdens de afgelopen verkiezingscampagne voor de provinciale staten en het waterschap in ons eigen land, vlak na de aanslag in Christchurch, Nieuw-Zeeland op een moskee benadrukten Frans Timmermans (PvdA, Europees Parlement) en dr. Leo Lucassen dat deze aanslag kwam omdat mensen ‘bang worden gemaakt’ door Europese politieke partijen die angst of ‘islamofobie’ zaaien waardoor, zo zei Frans Timmermans dat ‘het ertoe kan leiden dat mensen die niet goed sporen tot geweld tegen andere mensen overgaan.’ ‘Hier,’ zo zegt Timmermans, ‘moeten wij duidelijk stelling tegen innemen.’ Hij doelde hier op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie, die hij een idioot noemt, en op Geert Wilders van de PVV wier gedachtengoed volgens Timmermans is dat: “Wij, witte christenen, worden verdrongen uit ons eigen land, weggejaagd.”

Complottheorie

Ten eerste heeft naar ik weet noch Wilders noch Baudet er een groot issue van gemaakt dat ‘witte christenen worden verdrongen uit eigen land’, maar wat veel erger is, is de associatie met christenen en hun witte huidskleur die Timmermans en ook Lucassen hierbij maken: “Kern van de door hen aangehangen complottheorie is dat naïeve linkse aanhangers van het multiculturalisme verantwoordelijk zijn voor de massa-immigratie van moslims en andere immigranten van buiten Europa. Met name de moslims onder hen zouden erop uit zijn de macht over te nemen en door een proces van ‘omvolking’ de ‘blanke’, christelijke, Europeanen te verdringen”. De christenen die worden vervolgd in het Midden-Oosten, Azië en Afrika zijn niet wit, zo hun huidskleur er überhaupt al toe doet. Zoals reeds gezegd, wordt hier al nauwelijks aandacht besteedt in de mainstream media over de christenvervolging. Christenen in Nederland zijn doorgaans lid van christelijke partijen zoals het CDA, de SGP of de CU en niet van de PVV of het Forum voor Democratie en de laatste twee partijen hebben niet als speerpunt dat zij ‘witte christenen’ willen redden van uitzetting uit ons land. Bizar.

Rechtsextremisme

Maar hier speelt nog iets anders op
de achtergrond mee; namelijk dat christenen vaak inderdaad worden geassocieerd
met wit of blank zijn, ook al zijn de meeste christenen op de wereld dat niet.
Rahola zegt dit ook: “Christenen zijn geen slachtoffers, want zij waren volgens
dit soort sentimenten in het verleden degenen die anderen vervolgden.” Hoeveel
islamitische aanslagen er ook zijn, Brussel, Parijs, Nice, Madrid, Stockholm,
New York, Boston, Cairo, Alexandrië, Bagdad, Ankara et cetera, hier mag je niet
bang voor zijn want dat heet ‘islamofobie’. Maar een aanslag – hoe
verschrikkelijk ook – in Nieuw-Zeeland wordt direct gelinkt aan vermeende
anti-islamsentimenten of rechtsextremisme van politieke opponenten waar wij
‘duidelijk stelling tegen moeten nemen’ aldus Timmermans.

Stelling nemen

In dit hele politieke spectrum, links tegen rechts of extreemrechts, is de vervolgde Kerk op zichzelf aangewezen want niemand wil zich hieraan branden omdat de eigen politieke belangen zwaarder wegen dat het lijden van onze christelijke medemensen. Rahola zegt dit zeer treffend: “Voor extreemrechts zijn vervolgde christenen te exotisch om zich druk om te maken en voor links kunnen zij geen slachtoffer zijn, want ze zijn schuldig.” Wanneer mensen worden vervolgd, vermoord, ontvoerd en verkracht, alleen omdat ze christen zijn, dán horen wij duidelijk stelling te nemen. En precies dat laten wij na, omdat onze eigen politieke voorkeur en de polarisering in onze eigen omgeving van groter belang lijkt te zijn dan opkomen voor de vervolgde Kerk. Het Westen moet zich schamen dat het zover is gekomen dat het lijden van anderen ondergeschikt is geraakt aan onze eigen politieke machtsstrijd en interne verdeeldheid. We horen deze zaken zuiver van elkaar te scheiden, zodat de vervolgde christenen niet langer het kind van de rekening zijn en op onze onvoorwaardelijke steun kunnen rekenen. Wanneer we dit niet doen, kunnen we zoveel praten over onze eigen idealen als wij willen, maar dan zijn dit slechts woorden en holle politieke retoriek. (Sonja Dahlmans)

‘Ik heb een fout gemaakt’

Tot grote ergernis van velen horen wij van veel
terugkerende jihadisten en hun echtgenotes dat het aansluiten bij IS een ‘fout
is die zij hebben gemaakt’. Yago Riedijk, zijn vrouw Shamima Begum, Hoda
Muthana zijn hier slechts een paar voorbeelden van. Soms laat dit zich vertalen
als een interpretatiefout; de tijd bij IS heeft hen niet gebracht wat zij
hoopten of IS is niet de ‘ware’ islam. Andere keren is de fout die zij hebben
gemaakt slechts het leven in het kalifaat dat toch minder rooskleurig uitpakte
dan zij vooraf hadden gehoopt. De msm zwelgen in dit soort terugkeerverhalen en
geven steeds opnieuw een podium aan jonge mannen en vrouwen die worden
neergezet als slecht geïnformeerde passanten die terecht kwamen in een situatie
die zij van te voren beslist niet hadden kunnen voorzien.

Expliciete, gruwelijke beelden

Het tegendeel is waar als je de terrorisme-experts een paar jaar geleden hoorde; toen werd duidelijk gezegd dat de video’s die IS maakte toch vooral werden gemaakt om jongeren te lokken naar het zelfbenoemde kalifaat. De meest gruwelijke video’s waren in omloop en ook de teksten en foto’s in ‘Dabiq’, het magazine van IS, logen er beslist niet om. Geen misdaad te gruwelijk of het werd full color getoond. Deze jongeren wisten heel goed waar zij naartoe gingen en met wie zij te maken hadden. Dat zij er tóch voor kozen te gaan en zich hierbij aan te sluiten en zich niet, zoals je zou verwachten, direct afkeerden na het zien van zulke expliciete, gruwelijke beelden is zeer problematisch. Het is even problematisch dat zij nu ze terug willen keren ontkennen hier iets vanaf te hebben geweten en doen alsof ze nergens iets mee te maken hebben gehad. Wie heeft dan al die gruweldaden gepleegd als niemand verantwoordelijk is en slechts een onnozele passant is geweest? De bewijzen van hun misdaden liegen er niet om; video’s, dode lichamen, verkrachte vrouwen en kinderen, slaven verhandeld op slavenmarkten in onder andere Libië en ga zo maar door. 

Jahilliyah – onwetendheid

Kwalijk in het interview met Yago Riedijk is dat hij voortdurend praat over ‘zij’ wanneer hij het over IS heeft, hiermee pretenderend dat hij zelf daar niets mee te maken had of heeft. Het claimen van onwetendheid is niet nieuw; meerdere jihadisten die terug willen keren beweren dat zij nergens vanaf hebben geweten. Volgens islamexpert dr. Mark Durie in zijn boek The Third Choice, is het menselijke probleem binnen het christendom de erfzonde en binnen de islam onwetendheid. De islam spreekt inderdaad van de periode van voor de islam als de Jahilliyah; de periode van onwetendheid. Maar jahilliyah, met een kleine letter, kan ook een mens zijn/haar onwetendheid zijn. Het woord jahilliyah zou je kunnen zien als een samentrekking van twee termen; jahl, onwetendheid, en van jahaalah, dwaasheid. In dit licht gezien kunnen we de verklaringen van jihadisten als Riedijk en anderen zien; ik was onwetend. Echte schuld bekennen zij nooit, spijt betuigen doen ze ook nauwelijks, ze waren slechts ‘onwetend of dwaas’ en dat kan hen, in hun eigen optiek, niet aangerekend worden. Riedijk gaat zelfs nog verder; hij vindt dat Nederland het goede voorbeeld moet geven en hem en zijn vrouw, Shamima Begum, terug moet laten komen zodat zij samen een toekomst in ons land kunnen opbouwen.

De MSM smullen

De enige keer dat Riedijk heftig reageert in het hele interview is wanneer hij over IS spreekt en zegt: “Ze hebben de reputatie van islam negatief beïnvloedt.” Dát vindt hij erg. Over de slachtoffers van IS en over hun gruwelijke lot spreekt hij niet en, het moet gezegd, de interviewer vraagt er ook nauwelijks naar. Het imago van de islam moet ten alle tijden beschermd worden, terugkerende jihadisten zijn ‘slechts’ onschuldige en onwetende voorbijgangers en wat IS deed heeft niets met de islam te maken. Althans; dat is de visie van Riedijk en anderen naar de buitenwereld toe. En de msm smullen hiervan. In plaats van de teksten die oproepen tot geweld te bekritiseren of onder de loep te nemen, wordt er een nieuwe strijd gevoerd via de media, namelijk de ‘ware’ islam beschermen en duidelijk te maken dat die iets totaal anders zegt dan wat IS en alle andere terreurorganisaties de afgelopen decennia hebben laten zien.

Vreselijke dingen

Iedereen die daar vraagtekens bij stelt wordt afgeschilderd als een ‘islamofoob’ in diverse media hoewel Riedijk wel zegt begrip te hebben voor angst voor de islam bij mensen na alles wat IS heeft gedaan. Wanneer wij zien -en we weten nog lang niet alles wat zich daar heeft afgespeeld- wat er allemaal is gebeurd in IS-gebied, kan het toch niet verwonderlijk zijn dat dit angst inboezemt bij mensen? Zéker wanneer zij ook nog smeken terug te mogen komen en in ons land te willen wonen, maar geen spijt betuigen of laten zien dat zij worstelen met de vreselijke dingen die zij hebben gedaan of waar zij medeplichtig aan zijn. (Sonja Dahlmans)

Hoe media begrip kweken voor jihad ‘strijders’ en ‘bruiden’

Het kan u als lezer niet zijn ontgaan; de vraag wat
wij moeten doen met terugkerende jihadisten werd de afgelopen weken
gepersonifieerd door Shamima Begum. Dit is een Britse jonge vrouw die, nu Islamitische
Staat bijna is verslagen, terug wilde keren naar het Verenigd Koninkrijk met
haar jonge zoontje: Jarrah, zo heet hij, nota bene vernoemd naar een
islamitische jihadist. Opmerkelijk aan deze vrouw is dat zij geen enkele emotie
toont waar het de slachtoffers betreft van IS, de gewelddadige organisatie waarbij
zij zich vrijwillig aansloot. Zonder een spier op haar gezicht te vertrekken vertelt
zij dat ze ‘ok was’ met de onthoofdingen van mensen.

Slachtofferdenken

Ook de slachtoffers van de aanslag tijdens een concert
van Ariana Grande in Manchester door een jihadist vond mevrouw Begum geen enkel
probleem. Dit zou volgens haar namelijk hetzelfde zijn als het doden van
Syriërs door Westerse landen. Dat de groep waar zij zich bij aansloot, IS, ook
burgerslachtoffers maakte, zoals de Yezidi en christenen in Syrië en Irak,
daarover rept Begum met geen woord. Shamima vindt – zo blijkt uit een interview
met haar – dat de inwoners van het Verenigd Koninkrijk ‘sympathie voor haar
zouden moeten opbrengen vanwege alles wat zij heeft meegemaakt.’ De Britse
regering heeft haar de Britse nationaliteit afgepakt. Ook dit kon op geen enkel
begrip van Shamima Begum rekenen, zo vast zit zij in het eigen slachtofferdenken.
Zij overweegt overigens ook nog een Nederlands paspoort aan te vragen zodat zij
in ons land kan wachten tot haar Nederlandse echtgenoot uit de gevangenis komt.

Te extreem

Het kan nog veel gekker; Jeremy Corbyn, de leider van de Britse Labour Party vertelt in een interview dat Shamima Begum volgens hem het ‘recht heeft terug te keren naar Groot-Brittannië’. Daar aangekomen zou zij dan volgens hem wel geconfronteerd moeten worden met vragen en eventuele acties daarna. Maar, zo zegt Corbyn, iemand zijn nationaliteit afpakken is te extreem. Je aansluiten bij een groep die erom bekend staat mensen te onthoofden of in een kooi vastgezet levend te verbranden of juist verdrinken en daar ‘ok’ mee te zijn zoals Shemima Begum onlangs nog aangaf, lijkt mij op z’n zachtst gezegd ook extreem. Wanneer u haar naam zou googelen krijgt u tal van artikelen te zien: bijna alle media hebben wel iets over deze vrouw geschreven.

Zieke manier

Het past allemaal in het platform dat de media al
jaren bieden aan mensen als Begum die zichzelf als slachtoffer zien en van
politici, celebraties en opiniemakers die dit beeld versterken. Ook de taal die
de media gebruiken draagt hieraan bij. Neem bijvoorbeeld het woord
‘jihadbruidje’. Bij het woord bruidje denken de meeste mensen aan een
lieflijke, onschuldige jonge vrouw in het wit die in het huwelijksbootje stapt
met haar geliefde om nog lang en gelukkig te leven zoals sprookjes meestal
eindigen. Wat voor zieke manier van denken maakt dat dit woord wordt gebruikt
voor jonge vrouwen die willens en wetens een veilig land verlaten om zich aan
te sluiten bij een groep mannen die mensen onthoofden, levend verbranden en
vrouwen verkrachten en verhandelen op een slavenmarkt? En daar dan ook nog,
zoals Shemima Begum, ‘ok’ mee zijn?

Op slavenmarkt verhandeld

Ook de naam die wordt gebruikt voor jihadisten, IS
‘strijders’ doet voorkomen alsof wij hier te maken hebben met dappere mannen
die vol vuur strijden voor de goede zaak. Terwijl de waarheid is dat dit mannen
zijn die nietsontziend en zonder enige empathie mannen en vrouwen hebben gedood
en gemarteld, verkracht en op een slavenmarkt hebben verhandeld. Bizar dat deze
mannen en vrouwen ‘bruiden’ en ‘strijders’ worden genoemd, maar de jezidi
steevast als seksslavinnen worden betiteld alsof wat IS van hen maakte, is wat
deze vrouwen bij uitstek typeert. Alsof zij niet meer zijn dan de optelsom van
de gruwelijke daden die tegen hen waren gericht.

Jezidi

Als er een groep is die wij daadwerkelijk strijders kunnen noemen, zijn het wel vrouwen als Pari Ibrahim, de voorvrouw van de Free Yezidi Foundation. Zij is de ware strijder die vol vuur opkomt voor de belangen van haar volk. Juist de manier waarop de jezidi zich hebben weten te handhaven ondanks alle gruwelijkheden die zij zelf of hun familie hebben meegemaakt dient respect in woord en daad van onze kant. (Sonja Dahlmans)

Misdaden Islamitische Staat verdienen Neurenberg-tribunaal

Journalist Wierd Duk en Dalal Ghanim pleiten bij Jensen voor onderzoek naar de bloedstollende misdaden van Islamitische Staat (beeld: screenshot RTL5).

Telegraafjournalist Wierd Duk was met een jonge jezidi vrouw, Dalal Ghanim, te gast bij het programma Jensen van RTL5. Beiden braken een lans voor onderzoek naar de misdaden van Islamitische Staat tegen de jezidi. Eenzelfde onderzoek naar het leed van de christenen in Irak lijkt mij ook van belang, zeker omdat hun leed nog wel eens ondergesneeuwd raakt in de main stream media. In elk geval mag duidelijk zijn dat er dringend een onderzoek moet komen en daders en medeplichtigen gestraft moeten worden. Duk en Ghanim hebben gelijk dat zij hierover aan de bel trekken. Opmerkelijk is hoe stil de media hierover nog altijd blijven; niets hierover op sites van NOS en anderen, maar ook de politiek is muisstil in binnen- en buitenland.

Particuliere initiatieven

Reeds op 23 november 2017 schreef ik hierover een artikel op TPO waarin ik aandacht vroeg voor precies hetzelfde probleem: namelijk steun en hulp aan de slachtoffers van IS en niet de daders. Sindsdien is er hoegenaamd niets veranderd voor de situatie van slachtoffers van IS, deze zijn bijna geheel afhankelijk van particuliere initiatieven. De vluchtelingen die in ons land, maar ook in ons omringende landen, zijn kunnen met de terugkeer van de jihadisten van IS ineens met daders geconfronteerd worden. Ook hiernaar verwijzen Duk en Ghanim terecht bij Jensen op de bank.

Rechtsstaat

Executive director van de Free Yezidi Foundation, Pari Ibrahim, maakt in een video op de facebookpagina van haar organisatie nog een belangrijk punt. Zij spreekt rechtstreeks de regeringen van Europa aan, ze noemt bij naam ook ons land, en zegt: “Als jullie burgers misdaden tegen de jezidi plegen, horen jullie dit te onderzoeken en te bestraffen.” Dit raakt natuurlijk een ander heikel punt en dat is dat de jezidi geen eigen land hebben met een regering die de slachtoffers officieel kan vertegenwoordigen tegenover Europese regeringen. Maar dit zou in het licht van alle gruwelijkheden die hen zijn aangedaan geen enkele rol mogen spelen, wil Nederland tenminste doorgaan voor een rechtsstaat. Dit geldt uiteraard ook voor de andere landen in Europa. De misdaden van IS rechtvaardigen een Neurenberg-tribunaal.

Schrijnend

Bovenstaande raakt nog een ander belangrijk thema en dat is hoe men de onbeschrijfelijke wreedheden van IS kwalificeert. Doordat men het steeds in politiek en media over terreurdaden heeft in plaats van oorlogsmisdaden, wat genocide bij mijn weten toch echt is, blijft een echt daadkrachtige en doelgerichte aanpak uit. Te lang hebben met name de Europese landen het probleem genegeerd. Dit vertaalt zich ook in het niet willen ophalen van eigen burgers die zich hebben aangesloten bij IS maar hen wel – wanneer ze op eigen houtje de grens bereiken – binnenlaten en dán pas te willen gaan bekijken hoe met hen om te gaan.  Een echt plan van aanpak is er niet, elk land handelt op eigen houtje; wel of niet binnen laten, berechten enzovoort Dit kwam schrijnend aan het licht toen de president van de Verenigde Staten, Trump, te kennen gaf dat Europa iets móet gaan beslissen over de aanpak van deze IS mannen en vrouwen omdat de V.S. niet langer verantwoordelijk voor hen wil zijn . Met alle kritiek die er in Europa op Trumps beleid is, is het wel pijnlijk en wrang dat zij zelf aan de kantlijn staan te roepen, maar het handelen aan Amerika overlaten. 

Genocide

Op vijftien februari 2018 is de motie Voordewind (CU) ingediend waarin de Nederlandse regering wordt verzocht genocide te erkennen. Deze motie is met handopsteking aangenomen. De Nederlandse overheid erként dus dat het hier om genocide handelt, maar handelt daar vervolgens zelf niet naar, maar laat zulke grote oorlogsmisdaden over aan het gewone strafrecht. Niet alleen in ons land, maar ook in de EU is dit aan de orde gekomen. Het is te gek voor woorden dat de jezidi vrouwen nu zelf, na al het leed dat hen is aangedaan, op de bres moeten springen voor zichzelf om genoegdoening en rechtvaardigheid te krijgen. En helemaal bizar is het dat de politiek en de media hier zo weinig over kwijt willen, maar zich wél bezighouden met de vraag hoe we nu moeten omgaan met de daders en hun handlangers.

In de kou

Geert-Jan Knoops, hoogleraar internationaal strafrecht, maakte zich druk om deze terugkerende IS jihadisten die volgens hem ‘niet in een tweede soort Guantánamo Bay terecht moeten komen’ Zij moesten een ‘eerlijk’ proces krijgen, bepleitte hij in de diverse media. De brandende vraag die wij onszelf moeten stellen is welke eerlijke behandeling de jezidi en christenen, de slachtoffers van deze jihadisten, zullen krijgen? En welke hoogleraar internationaal strafrecht komt voor hun belangen op? Helaas is de groep vrijwilligers die zich hiervoor aangemeld hebben niet bepaald groot te noemen of beter gezegd, amper aanwezig. Daarmee laten wij de slachtoffers in de kou staan en mogen zij nogmaals zichzelf zien te bevrijden, eerst van IS, nu van de onrechtvaardigheid en de toegekeerde rug van mensen die heel goed weten wat deze vrouwen is overkomen, maar daar niet mee weet om te gaan en derhalve maar zwijgt. (Sonja Dahlmans)