De waarheid over ‘onze’ slavenhandel

Tot vervelens toe krijgen we het te horen. Vijanden van de Nederlandse cultuur beginnen er aldoor over: de slavenhandel in de zeventiende eeuw. Sommigen proberen er een slaatje uit te slaan door te beweren dat ze daardoor nog op achterstand staan en daarvoor vergoed moeten worden. Ja, dat blanke Nederlanders hen er nog steeds onder proberen te houden, onder meer door een kinderfeestje te vieren waarin een Zwarte Piet als ‘knecht’ voorkomt.

Om met dat laatste te beginnen: Nederlanders die hun stamboom onderzoeken zullen vaak ontdekken dat het daarin wemelt van knechten. Een knecht is gewoon een werknemer die loon ontvangt van zijn baas, en dus iets totaal anders dan een slaaf. We noemen iemand slaaf als iemand anders het bezitsrecht over hem heeft, dat voor hem (of haar) volledige onderworpenheid inhoudt. Zonder loon. De moderne seksindustrie doet er soms aan denken.

Slavenhandel

In hoeverre is onze geschiedenis nu echt met slavernij verweven? Daarover heeft expert prof. Piet Emmer een verhelderend interview gegeven in De Volkskrant.

Op de eerste plaats leidde de slavenhandel in Nederland maar een kwijnend bestaan. Het stelde nooit veel voor, op zijn best zes procent van de totale slavenhandel. Het ging in de zeventiende eeuw zelfs zo slecht dat de overheid de slavenhandel een belastingvrijstelling verleende. Van een kikker kun je toch geen veren plukken.

Eigen handen

In de allerbeste jaren van de slavenhandel maakte die – hou u vast – 0,005 procent van ons nationaal inkomen uit. We verdienden het echte geld met de andere handelsvaart, landbouw, veeteelt, visserij en nijverheid. Gewoon hard werken met eigen handen, zoals u en ik het van onze ouders hebben geleerd.

Ook is het onjuist te doen “alsof Nederlanders met een vlindernetje rondliepen om de lokale inwoners weg te plukken en op de boot te zetten,” aldus prof. Emmer. Dat deden de Afrikanen namelijk zelf. Nederlanders sloten slechts aan bij bestaande praktijken daar.

Moderne beschaving

Is prof. Emmer bezig het verleden goed te praten? Zeker niet, zegt hij. Slavernij is verwerpelijk. Maar we moeten niet vergeten “dat wij in de koloniale tijd juist een einde gemaakt hebben aan de slavernij in Azië en Afrika, en aan de rooftochten en plunderingen die in deze gebieden veelvuldig voorkwamen. We hebben riolering, leidingwater, telefoonverbindingen, wegen en spoorweg aangelegd. Je mag het vandaag niet zeggen, maar het kolonialisme bracht moderne beschaving.”

Morele chantage

Wat je ook niet mag zeggen: dat onze christelijke cultuur iets is om trots op te zijn. Het heeft ons gemaakt tot wat we zijn. Slavernij is geen hoogtepunt, maar belangrijk was het nooit en het hoorde er destijds bij. Tegenwoordig wordt het opgepakt als instrument om morele chantage uit te oefenen, door mensen die de geschiedenis willen gebruiken om er zelf beter van te worden. Die haat zaaien tegen dezelfde waarvan ze leven en waaraan ze zoveel te danken hebben.

Dankzij prof. Emmer weten we voortaan beter.