Echte ecologie en sektarische milieuzorg

Begrepen in zijn juiste betekenis is milieubewustzijn het behouden van de natuur en haar elementen – aarde, water en lucht – om een gezond leven voor planten, dieren en vooral mensen te bevorderen.

Het boek Genesis had Gods gebod dat de mens de aarde moet bevolken en onderwerpen niet duidelijker kunnen stellen. Dit is ruwweg wat de mensheid de afgelopen millennia heeft gedaan. Maar nu bevinden we ons in de 21e eeuw, waarin een heel arsenaal aan doctrines en houdingen die met Gods geboden in strijd zijn een hoogtepunt bereikt.

Overheersing

Zoals we in Genesis lezen, heeft God vanaf de Schepping de natuur bestemd tot het dienen van de mens. Doordat zich voort te planten dienen planten en dieren als voedsel voor de mens. Echter, als straf voor Adams zonde heeft God het harde werken ingesteld: “Mijn uitverkorenen zullen de vruchten van het werk van hun handen eten” (Jes. 65: 17-25). Als gevolg van de zonde werd de natuur vijandig en moet de natuur door de mens worden onderworpen met de vaardigheden en talenten die God hem gaf. Deze overheersing vereist dat we de regels, wetten en geheimen van de natuur kennen om al haar middelen verstandig te gebruiken. Dit is het gebruiksaspect van de natuur, dat door het metafysische oogpunt overstegen wordt, maar dat niet afdoet aan de menselijke inspanning of die minder belangrijk maakt. Het bekende motto ora et labora, dat sinds de zesde eeuw door benedictijnse monniken wordt beoefend en verspreid, bracht het beschavingsproces op gang dat Europa veranderde. Voorbeelden hiervan zijn te zien op vele plaatsen in Nederland.

Landbouwwerk

Inderdaad, wanneer die goed begrepen wordt, helpt de metafysische visie op het universum mensen om al hun energieën te mobiliseren voor het bereiken van volmaaktheid. In de negentiende eeuw bracht de grote historicus Montalembert hulde aan deze monniken voor het grote landbouwwerk dat zij hadden verricht: “Het is onmogelijk om te vergeten hoe vakkundig ze gebruik hebben gemaakt van uitgestrekte, onbewoonde en onontgonnen gebieden (een vijfde van het hele grondgebied van Engeland), dat bedekt was met bossen en omgeven door moerassen”. Zo waren inderdaad de meeste gebieden die de monniken in bezit namen, deels omdat ze teruggetrokken en ontoegankelijke plaatsen zochten die het leven in eenzaamheid gemakkelijker maakten en deels omdat dit de gebieden waren die ze van leken ten geschenke kregen. Bij het rooien van bos voor landbouw en huisvesting, hebben ze met zorg bomen geplant en de bossen zoveel mogelijk in stand gehouden.

Enorm moeras

De beroemde Amerikaanse historicus Thomas Woods, die de moerassen van Southampton, Engeland, analyseert, geeft een bijzonder treffend voorbeeld van de heilzame invloed die monniken op hun natuurlijke omgeving hadden. Een expert beschrijft hoe deze regio er in de zevende eeuw uitzag, vóór de stichting van de abdij van Thorney:

“Het was niets anders dan een enorm moeras. De vennen in de zevende eeuw waren waarschijnlijk als de bossen bij de monding van de Mississippi of de moeraskust van de Carolinas. Het was een labyrint van zwarte, zwervende beekjes; brede lagunes, morenen die bij elke springvloed onder water kwamen te staan; uitgestrekte biezen, rietvelden en varens; uitgestrekte wilgen-, elzen- en grijze populierenbossen, geworteld in het drijvende veen dat alles opslokte, geleidelijk maar allesverslindend, maar ook alles bewarend, zoals de dennenen eiken-, essen- en populieren-, hazelnoot- en taxusbossen, die ooit hadden gegroeid in die lage, stinkende bodem. Bomen die door overstroming en storm zijn neergehaald, dreven en vormden stilstaande vlotten, waardoor het water weer naar het land werd afgedamd. Verdwalend in de bossen veranderden de stromen hun bedding, waarbij slib en zand zich vermengden met de zwarte bodem van het veen. De natuur werd aan zichzelf overgelaten steeds wilder en chaotischer, totdat het hele veen één naargeestig moeras was geworden.”

Paradijs

Vijf eeuwen later beschreef Willem van Malmesbury (ca. 1096-1143) het gebied zo:

“Het is een nabootsing van het Paradijs, waarin de zachtheid en zuiverheid van de hemel al weerspiegeld lijken te worden. Te midden van de vennen rijzen groepjes bomen op die de sterren lijken te raken met hun hoge en slanke toppen; het betoverde oog dwaalt over een zee van welig gras, de voet die de brede weiden betreedt, stoot zich aan geen enkele steen. Zo ver als het oog reikt, ligt geen centimeter land er onverzorgd bij. Hier is de grond overdekt met fruitbomen, daar door wijnstokken die zich op de grond uitstrekken of langs hekken worden geleid. Natuur en kunst wedijveren met elkaar, de laatste levert alles wat de eerste vergeet te leveren. O diepe en aangename eenzaamheid! Gij zijt door God aan de monniken gegeven, opdat hun sterfelijk leven hen dagelijks dichter bij de hemel brengt”.

Metafysische visie

Zo maakte het christendom de barbaarse volkeren beschaafd, waarbij het hun leerde om de grond te bebouwen en de natuur met wijsheid te behouden en met een wens tot vervolmaking. Een dergelijke metafysische visie mag niet verward worden met die van bepaalde pantheïstische sekten die de natuur verafgoden. Vanuit een christelijk perspectief moet over de schepping in de eerste plaats worden gemediteerd. Van een klein rozenblaadje tot een grandioze zonsondergang is de natuur prachtig in haar details en vooral in haar geheel.

Pseudowetenschap

Thomas van Aquino noemt het mediteren van de grootsheid, schoonheid en orde in de natuur als de vierde manier om God te kennen. De zangen van de Psalmist: “De hemelen verkondigen de heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen” (Ps. 19:1). Zelfs de verschrikkingen van de natuur zijn nuttig om te dienen als contrast tussen het mooie en het lelijke, tussen ondeugd met deugd.

Zowel de mens als de natuur worden bedreigd door de vervuiling als gevolg van de industrialisatie en de snelle verstedelijking, door toedoen van een moderniteit die gebroken heeft met de waarden van het verleden en tegelijkertijd wil genieten van de beloftes van de techniek. Daarom worden nieuwe milieuvoorstellen voor de bescherming van de natuur gepresenteerd en aangeprezen door de reguliere media, wereldleiders en internationale organisaties zoals de VN. Helaas schuilt er een nieuwe ideologie en religie achter een groot deel van deze natuurbeschermingsbeweging. Gesteund door een mengeling van archaïsche pseudowetenschap en heidense filosofieën, probeert deze nieuwe religie een egalitaire, onderconsumerende en neo-tribale samenleving te rechtvaardigen en voet aan de grond te laten krijgen.

Dit artikel is ontleend aan ons boek ‘Groen is het nieuwe rood’. Bestel uw eigen exemplaar!