Garantie op uw spaargeld? Zolang het nog duurt…

Sinds jaar en dag kent de Nederlandse spaarder het depositogarantiestelsel. Dit is de bescherming van het spaartegoed van de individuele spaarder tot een bepaald bedrag.

Op dit moment bedraagt dat 100.000 euro. Met andere woorden: als uw spaargeld minder dan 100.000 euro bedraagt, bent u er zeker van – wat er ook met uw spaarbank gebeurt – dat u dat terugziet.

Panische bankrun

Het voordeel voor zo’n stelsel ligt voor de hand:  Het is een geruststelling voor de spaarder te weten dat bij een faillissement van de bank zijn spaartegoed niet zomaar verdampt, maar door andere banken zal worden vergoed. Voor heel wat Nederlanders werd dit concreet, toen de DSB-bank in 2009 op de fles ging. Die bank had eerder gestunt met hoge spaarrentes, zodat er veel spaargeld was gestald. Het depositogarantiestelsel werkte in dit geval goed: het duurde even, maar iedereen kreeg zijn tegoed terug. Ook bleek het tweede voordeel van het garantiestelsel: een panische bankrun bleef uit. Dat is een massale opname van spaartegoeden, die het hele financiële systeem kan doen ontsporen.

Socialistische systemen

Er is bovendien een reden waardoor het systeem niet alleen doeltreffend was, maar rechtvaardig. Zo vervult de staat het subsidiariteitsbeginsel: hij doet voor de burger wat hem boven zijn macht gaat en geeft hem een garantie dat zijn verworven bezit beschermd is. In dit geval is de staat een beschermer en geen vijand, zoals in socialistische systemen het geval is, waarin je van je privébezit allesbehalve zeker bent.

Totale integratie

Kortom: wat werkt, zou je niet moeten willen veranderen. De Europese Unie wil echter hoe dan ook de Europese bankenunie afmaken: de totale integratie van alle banken in de EU. Dit houdt in dat, zoals nu alle Nederlandse banken onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) staan, alle banken in de EU onder toezicht komen van de Europese Centrale Bank (ECB). Voor een EU-spaardepositogarantiestelsel betekent dit dat, zoals nu alle Nederlandse banken garant staan voor elkaars spaartegoeden, dan alle banken in de EU dat doen.

Duitsland het belangrijkst

De Duitsers stribbelen tegen. Al heel lang. Logisch, want gezien het verschil in financiële degelijkheid tussen noord en zuid komt een EU-spaardepositogarantiestelsel er vooral op neer dat de spaartegoeden van noordelijke landen garant staan voor de zuidelijke. En van de noordelijke landen is Duitsland economisch het belangrijkst.

In de race

Het kwam daarom als een verrassing dat de Duitse minister van Financiën onlangs voorstellen deed om alsnog tot een EU-spaardepositogarantiestelsel te komen. Hoewel, bij nader inzien was dit eigenlijk wat minder verrassend, want Olav Scholz was op dat moment in de race voor het leiderschap van de SPD, de Duitse socialistische partij. Hij had er dus behoefte aan even als ‘visionair’ uit de hoek te komen. Hij kreeg ook meteen bijval van zijn Nederlandse collega Wopke Hoekstra, want ook die ziet het garantiestelsel als ‘ontbrekende schakel’ van de bankenunie.

‘Tuinkabouters’

De Duitse bankenwereld kijkt daar blijkbaar heel anders tegenaan. Zijn voorstel kwam Scholz op een hagel aan kritiek uit te staan. “Hier wordt geen Duitser beter van” en “de Duitse financiële wereld heeft de bankenunie sowieso niet nodig”. Zoals zo vaak echter werden de verdedigers van het nationale niveau (en dus van de spaarders) direct weggezet als provincialen die het leuk vinden hun “tuinkabouters in de voortuin te tellen” in plaats van ‘groot’, lees: EUropees, te denken.

Giftige leningen

De poging van Scholz om leider van de SPD te worden is mislukt, maar het EU-spaardepositogarantiestelsel staat nu stevig op de agenda voor 2020. Zeker zullen deskundigen ons dan weer van alle zijden verzekeren hoe goed dit is en hoe onmisbaar voor de ‘afronding’ van de bankenunie. Het punt is echter dat de situatie van banken in de verschillende landen sterk uiteenloopt. Bijvoorbeeld Italiaanse banken kampen nog altijd met grote hoeveelheden ‘giftige’ leningen op hun balans. Wilt u daar garant voor staan? Met uw eigen spaargeld?

Naderende ijsberg

Het beeld van de Titanic komt op. Je kunt van vele schepen wel één heel groot schip maken en jezelf wijs maken dat het door compartimentering onzinkbaar is geworden. Die naderende ijsberg trekt zich daar niets van aan, en het binnendringende zeewater ook niet. Binnen de kortste keren maak je slagzij en gaat het hele schip ten onder, terwijl als er maar één schip was geraakt, de schade beperkt was gebleven.

Lange mensen korter

Dat is het effect van socialistische maatregelen, die streven naar utopische gelijkheid. In plaats van te verbeteren van wie niet doeltreffend genoeg is, wil dergelijke politiek bij wijze van spreken lange mensen korter maken zodat die beantwoorden aan het gemiddelde. We weten hoe dat gewerkt heeft in de USSR, Cuba en het huidige, in crisis ondergedompelde Venezuela.

Verdeling van ellende

Kort samengevat: een Europees garantiestelsel voor spaardeposito’s kan voor even wellicht de stabiliteit vergroten, maar al gauw gaat het andersom werken. Dan kan het betekenen dat de garantie voor iedereen onhoudbaar wordt. Dan zou ook de Nederlander het nakijken krijgen, terwijl hij bij een nationale garantie van zijn spaargeld verzekerd zou zijn gebleven. Behalve dat een EU-depositogarantiestelsel grote onzekerheden met zich mee brengt, gaat het in tegen het beginsel van rechtvaardigheid. Het vernietigt de nationale garanties op privébezit, die we zo zorgvuldig voor onze toekomst hebben opgebouwd. Een andere zekerheid levert het wel op: zoals vaker opgemerkt is socialisme vooral de gelijke verdeling van ellende.

Cultuur onder Vuur strijdt met 0 euro subsidie voor de Nederlandse cultuur, tegen de klimaatdwang. Help ons met een gift!