Genitale verminking van meisjes hoort wel degelijk bij islam

Het geografisch argument van Femmes for Freedom is een afleidingsmanoeuvre om niet over het verband tussen islamitische bronteksten en meisjesbesnijdenis te hoeven spreken. (foto: Flickr)

door: Sonja Dahlmans

“Genitale verminking van vrouwen is geen islamitische traditie”, stond te lezen in een persbericht van acht november 2018 van de stichting Femmes for Freedom. Deze stichting heeft te kennen gegeven aangifte te willen doen tegen de as-Soennah moskee, omdat, zo staat in het persbericht: Aanleiding voor deze aangifte zijn uitspraken met betrekking tot vrouwelijke genitale verminking gedaan in een online leeromgeving. Tijdens de lessen werd door de docent gezegd dat vrouwenbesnijdenis niet verplicht is, maar wel aan te bevelen om de lusten van de vrouw te temperen.

Hardnekkig gebruik

Hoe sympathiek het idee ook is om paal en perk te willen stellen aan het bepleiten of propageren in de moskee van dit soort gevaarlijke, risicovolle praktijken, ontkennen dat dit iets met de islam te maken heeft, is absurd. Meisjesbesnijdenis komt niet alleen in islamitische kringen voor, dat klopt, maar het heeft wel met de islam te maken en in het bijzonder zelfs met de islamitische traditie. Het is een gebruik dat hardnekkig blijft voortduren. De islamitische traditie wordt de soenna genoemd. Dat woord zit ook in de naam van de betreffende as-Soennah moskee.

Authentiek

Het betreft de sira en de hadith collecties; de sira beschrijft het leven van Mohammed en de hadith collecties wat Mohammed volgens de overlevering gezegd zou hebben. In de soenna staan deze ahadith (meervoud van hadith) aangaande het onderwerp van de besnijdenis: Ahmad Ibn Hanbal 5:75; Abu Dawud, Adab 167 Sunan Abu Dawud 41:5251, Sahih Muslim 3:684 en andere. Sommige van deze ahadith worden hasan of da’if – respectievelijk ‘goed’ en ‘zwak’ – genoemd. Maar een paar van deze overleveringen worden als sahih, authentiek c.q. teruggaand tot Mohammed, beschouwd.

Meisjesbesnijdenis is verplicht

De soennitische islam kent vier shariascholen; Maliki, Shafi’i, Hanbali en Hanafi. Het is Shafi’i die voorschrijft dat wanneer een hadith (uitspraken van Mohammed) niet specifiek voor of mannen of vrouwen bedoelt is, deze voor beiden geldt. Op deze grond is meisjesbesnijdenis – net als de besnijdenis voor jongetjes – verplicht binnen de Shafi’i shariaschool van Soenni islam. Het is precies hierom onzin om te stellen dat meisjesbesnijdenis een geografisch probleem is, zoals Femmes for Freedom doet in haar persbericht, waarin zij zeggen: “Genitale verminking komt in verschillende gemeenschappen voor en is eerder geografisch dan religieus bepaald.”

Migranten

Meisjesbesnijdenis of genitale verminking komt in verschillende uithoeken van de wereld voor, precies in die landen waar de Shafi’i shariaschool wordt aangehangen. “Er is echter een gevaarlijke ontwikkeling gaande waarbij binnen islamitische gemeenschappen, waar vroeger genitale verminking van vrouwen niet voorkwam, nu genitale verminking wordt aanbevolen”, claimt Femmes for Freedom vervolgens in hetzelfde bericht. Dit gebeurt nu onder andere in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar dit heeft vaak te maken met migranten uit de eerder genoemde landen, waar de Shafi’i shariaschool dus wordt aangehangen.

Religieus

Sterker nog, in delen van de wereld waar meisjesbesnijdenis eerder niet voorkwam, zoals bijvoorbeeld in Zuidoost-Azië, is het samen met de Shafi’i shariaschool geïntroduceerd. Het is dus daarom niets cultureels of geografisch, maar iets religieus en precies dit wordt altijd, ook door mevrouw Musa van Femmes for Freedom, ontkend. Meisjesbesnijdenis komt voor in onder andere Jemen, Mozambique, India, de Filipijnen, Maleisië, Indonesië, delen van Egypte, Kenia, Somalië en andere landen of regio’s waar de Shafi’i shariaschool wordt gepraktiseerd.

Vorm van hoffelijkheid

Wat zeggen de andere shariascholen? Volgens de meeste Maliki juristen is meisjesbesnijdenis mustahab; d.w.z. degene die het doet zal beloond worden, maar zal niet veroordeeld worden wanneer het niet gebeurt. Hanbal, stelt dat meisjesbesnijdenis niet verplicht is, maar wel soenna, dus volgens de traditie van Mohammed, want daarin staat het dus beschreven. Fiqh Hanbali is o.a. in Saudi-Arabië dominant. Hanafi, in Turkije en Pakistan bijvoorbeeld is er een groot aantal volgers van deze shariaschool, stelt dat meisjesbesnijdenis niet verplicht is, maar wel een vorm van hoffelijkheid of een gunst naar de echtgenoot toe.

Nobele daad

Er zijn ook gevallen van meisjesbesnijdenis onder Bohra sjiieten in bijvoorbeeld India en delen van Pakistan. De voormalig rector van de bekende al-Azhar universiteit in Kaïro, dr. Muhammad al-Mussayar, heeft het volgende gezegd: “Alle rechtsgeleerden, vanaf de beginperiode van de islam en veertien eeuwen of meer daarna, zijn het erover eens dat meisjesbesnijdenis toegestaan is binnen de islam. Maar zij verschilden van mening over de status ervan binnen de sharia. Sommigen zeiden dat meisjesbesnijdenis een vereiste is binnen de sharia, net als de besnijdenis voor jongens, anderen zeiden dat het een reguliere praktijk is, terwijl anderen weer zeiden dat het een nobele daad is.” (bron: dr. Mark Durie, The Third Choice).

Strikte interpretatie

De bekende islamitische geleerde Ibn Taymiyyah heeft gezegd: “niet-islamitische vrouwen, onbesneden, hebben buitensporig veel seksuele verlangens.” (Fatawa al-Nisa’ of Jurisprudenties aangaande vrouwen). Ibn Taymiyyah leefde in de dertiende en veertiende eeuw en was een van de belangrijkste juristen van de Hanbali shariaschool. Een filosoof die een zeer strikte vorm van interpretatie van de koran en tradities aanhield, absoluut, maar hij deed dit op basis van de bronteksten en niet vanwege de cultuur of geografisch ligging.

Kortom, er zijn dus shariascholen die zeggen dat het verplicht is en andere die zeggen dat het aan te bevelen is, maar aangezien zij er allen over spreken, is het duidelijk dat het dus ‘iets’ met de islam te maken heeft. Tenzij mevrouw Musa wil claimen dat de soenna en de sharia niets met de islam te maken hebben. Dat is uiteraard een belachelijk idee.

‘Cutters’ ingevlogen

Meisjesbesnijdenis komt ook onder niet-moslims zeker voor, dat wil echter niet zeggen dat het niets met de islam te maken heeft. Zeker niet aangezien het moslims zijn die zo aan het gebruik vasthouden dat het inmiddels ook in landen als de V.S. en het Verenigd Koninkrijk, zoals hierboven reeds genoemd, op grote schaal voorkomt. Maar ook dichter bij huis, in België, is meisjesbesnijdenis inmiddels een groot probleem. Meegebracht door met name islamitische migranten. Er worden zelfs ‘cutters’ speciaal ingevlogen vanuit het buitenland. Daar komt nog bij dat het excuus van cultureel gebruik versus religieus gebruik geen stand houdt; cultuur en religie beïnvloeden elkaar nu eenmaal. Dit soort argumenten, het culturele, maar ook het geografische argument waar de stichting Femmes for Freedom gebruik van maakt in het eerder genoemde persbericht, zijn een afleidingsmanoeuvre om niet over het verband met de islamitische bronteksten en meisjesbesnijdenis te hoeven spreken.

Machtsstructuren

Het is goed dat er veel moslims vandaag de dag zijn, zoals bij Femmes for Freedom, die meisjesbesnijdenis willen stoppen, maar dat kan alleen gebeuren wanneer de islamitische wereld hier eerlijk over is en niet van alles aanwijst als probleemveroorzaker, behalve de islamitische bronteksten zelf. Femmes for Freedom zegt zelfs: “De Nederlandse overheid is met betrekking tot genitale verminking al te lang inactief gebleven.” Zij verwijten onze overheid wel preventieve initiatieven te ondersteunen, maar geen oog te hebben voor vrouwen en meisjes die al besneden zijn. Femmes for Freedom gaat zelfs zover te stellen dat: “De Nederlandse overheid weigert de verminkte vrouw haar lichamelijke integriteit terug te geven en houdt daarmee de machtsstructuren uit de patriarchale gemeenschappen in stand.”

Ontkenning

De pot verwijt de ketel; wanneer de islamitische wereld eindelijk eens zélf met de genitale verminking van meisjes afrekent en de bronteksten, fatwa’s, uitspraken van islamitische geleerden en de sharia die dit mogelijk maken bekritiseert en daar stelling tegen durft te nemen, dan – en pas dan – kan meisjesbesnijdenis een halt toe worden geroepen. Ontkenning leidt doorgaans niet tot oplossingen, maar houdt de situatie mede in stand. Overheden, niet alleen de Nederlandse, kunnen pas iets doen wanneer er eindelijk eens met één stem gesproken wordt binnen de moslimgemeenschap. Al deze onduidelijkheid helpt niet, maar schept alleen maar meer verwarring wat juist de probleemanalyse en het oplossen ervan schier onmogelijk maakt. Studie heeft aangetoond dat meisjesbesnijdenis op korte termijn shock, ernstige bloedingen en psychische problemen kan veroorzaken. Op de lange termijn kan er sprake zijn van vroege onvruchtbaarheid, chronische pijn, complicaties bij bevallingen, ontwikkeling van keloïd  (goedaardig gezwel) en zelfs gevaar voor een pasgeboren baby wanneer de moeder is besneden (bron).

Zero tolerance

Wanneer wij willen dat deze pijnlijke, schadelijke en traumatiserende praktijken stoppen, moeten wij een begin maken de teksten die aan de basis hiervan liggen te durven bekritiseren. Er moet een duidelijk beleid hieromtrent komen en van overheidswegen moet er een risicoanalyse gemaakt worden waarin meegenomen wordt dat meisjesbesnijdenis binnen diverse islamitische shariascholen geaccepteerd wordt en soms dus zelfs verplicht is. Imams en ouders moeten een luid en duidelijk signaal van zero tolerance te horen krijgen. Er moet veel meer eenduidige informatie komen; dit soort vreselijke praktijken mogen niet voort blijven bestaan omdat men zich eerder druk maakt om de reputatie van de islam dan om de lichamelijke integriteit van deze jonge meisjes.

 

Deel dit bericht!