Tag: islamisering

Hoe de islam Nederlandse kinderen voorbereidt op bekering

Elke dag gaan schoolbussen met Nederlandse kinderen naar de moskee. Daar moeten ze knielen en ‘bidden’ tot Allah. Met woorden als ‘Allah Akhbar’, de strijdkreet waarmee over heel de wereld dood en verderf wordt gezaaid. De campagne Cultuur onder Vuur heeft hierover het rapport Klassen op de knieën voor de islam uitgebracht. Met effect: het rapport deed de Tweede Kamer een motie aannemen die ouders meer rechten geeft om hun kinderen weg te houden van moskeebezoeken. Wij publiceren uit het rapport, dat u HIER kunt bestellen, een hoofdstuk over islamitisch ‘bidden’ als voorbereiding op bekering tot de islam.

Toetreden tot de islam is eenvoudig. De belangrijkste drempel die genomen moet worden is het uitspreken van de sjahada, de islamitische geloofsgetuigenis. Die is kort en luidt in het Nederlands: “Ik getuig dat er geen godheid is dan alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.” In dit artikel bespreken we de status van het moskeebezoek en het ‘bidden’ daarin door schoolklassen vanuit islamitisch perspectief. Ook onderzoeken we hoe het moskeebezoek van scholen kadert in een bredere kijk vanuit de islam op zijn aanwezigheid in het Westen. 

Moskeebezoek: oefening in ‘dawah’

Het is niet duidelijk, althans niet aangetoond, of deze letterlijke tekst tijdens een of meer van de schoolexcursies is uitgesproken. Zeker is dit wel het geval voor de korte vorm ‘Allahu akbar’ (‘Allah is groter’) en voor sommige andere islamitische gebedsteksten. Dit maakt echter weinig verschil, zegt de Amerikaanse islamoloog en publicist Robert Spencer. [1] Hij laat desgevraagd aan Cultuur onder Vuur weten dat het ‘bidden’ tijdens de Nederlandse moskee-excursies zonder meer kan worden gezien als een “oefening in het islamitische ‘dawah’ (proselitisme, zieltjeswinnerij)”. Dat wil zeggen dat, welke doelstellingen die overheid en onderwijs van hun kant ook mogen nastreven, kinderen van islamitische zijde bij moskeebezoek doelbewust worden voorbereid op toetreding tot de islam. De heersende ideologie van het multiculturalisme speelt de islam hierbij in de kaart.

Het vaak aangevoerde tegenargument dat er ook een bezoek gebracht wordt aan kerk en synagoge gaat niet op. Spencer wijst er in zijn reactie op dat, gesteld dat er al sprake is van kerkbezoek als tegenwicht (en gesteld dat islamitische kinderen daadwerkelijk ook daarheen meegaan, wat vaak niet het geval is), deelname aan het christelijk bidden of gebed als ‘oefening’ door schoolkinderen daarvan nooit onderdeel uitmaakt. Het op de knieën gaan in de moskee tijdens een schoolexcursie is blijkens foto’s en video’s in Nederland echter gewone praktijk.

Heel wat moeilijker voor te stellen is dat schoolkinderen, waaronder moslimkinderen, onder leiding van docenten op de knieën zouden gaan om voor een Mariabeeld de rozenkrans te bidden. Nog moeilijker is voor te stellen dat dit jaren onomstreden zou kunnen doorgaan. Zoals Spencer benadrukt, tendeert de ideologie van het multiculturalisme steeds naar het begunstigen van wat vreemd of zelfs vijandig is aan de eigen natie en werpt zij juist obstakels op tegen de overdracht van de eigen cultuur.   

Moskeebezoek school gaat viral (2016)

Internet onttrekt zich echter grotendeels aan multiculturele controle. Daarom was er in 2016 internationale aandacht voor het filmpje van OBS de Vinkenbuurt uit Ommen die op bezoek was bij de Ghulzar-e-Madina moskee in Zwolle. Zoals met name in de Britse berichtgeving werd benadrukt, is deze moskee bezocht door radicale imams uit Pakistan. [2]

Onder hen Anas Noorani Siddiqui, die zich geestelijk leider noemt van de World Islamic Mission (WIM), een islamitische zendingsorganisatie. Deze imam heeft openlijk de fatwa’s van Osama bin Laden onderschreven, waarin deze tot geweld oproept tegen Amerikaanse en Israëlische burgers, tot terreur dus. Deze imam heeft zich voorts voorstander betoond van de doodstraf voor iedereen die Mohammed ‘beledigt’. Ook keerde hij zich tegen de Nederlandse levensstijl. Niet-islamitische Nederlanders gedragen zich volgens hem “als honden en teven”. Er kan onwetendheid in het spel zijn, maar deze moskee lijkt voor een school toch wel een vreemde keus.

‘Leuk en begrijpelijk’

Volgens een inmiddels verwijderd nieuwsbericht van De Dalfser Marskramer ging het er bij het bezoek van OBS de Vinkenbuurt aan de moskee als volgt toe: “Als onderdeel van het project ‘andere culturen’ hebben leerlingen van OBS Vinkenbuurt een bezoek gebracht aan de Ghulzar-e-Madina moskee in Zwolle. Daar gaf imam Mawlana Tahier Wagid Hosain Noorani een rondleiding in zijn moskee. Alle vragen die de leerlingen hadden werden op een leuke en begrijpelijke manier beantwoord. De leerlingen van OBS Vinkenbuurt probeerden ook het Arabische alfabet na te zeggen. Ook hebben ze ervaren hoe het is om te bidden. Ze hebben tijdens het bezoek veel geleerd over de Islam.” [3]

‘Allahu akhbar’

Het filmpje van de OBS de Vinkenbuurt ging viral de wereld over. In Nederland werd het vooral bekend nadat Kamerlid Harm Beertema (PVV) erover twitterde. Daarop (29 december 2016) wijdde weblog GeenStijl er een item aan. Het filmpje laat zien hoe de kinderen onder leiding van de imam en onder aanmoediging van hun docenten een knielende voorovergebogen gebedshouding aannemen en op aangeven van de imam zelfs het ‘Allahu akhbar’ herhalen. Terwijl zij zo ‘bidden’ geeft de imam hun corrigerende aanwijzingen om hun gebedshouding te vervolmaken (‘handen onder de oren!’).

Voorbereiding op islam

Hoe onschuldig is dit? ‘Bidden’ is in dit geval deelnemen aan het gebed van een andere godsdienst. Zeker bij kinderen, die daar in gehoorzaamheid aan deelnemen, leidt dit tot een zekere mate van innerlijke betrokkenheid. Om deze reden verbood de katholieke Kerk van oudsher (nog in de Canon van 1917) haar gelovigen categorisch deel te nemen aan niet-katholieke godsdienstoefeningen. Wie dit verbod overtrad, stelde zich bloot aan de verdenking van ketterij. Voor godsdiensten heeft het deelnemen aan gebedsoefeningen dus betekenis. Dat geldt zeker voor de islam, waar voor het toetreden verder maar weinig eisen worden gesteld. Los daarvan, dat bidden bij een willekeurige godsdienst minder vrijblijvend kan zijn dan het wordt voorgesteld en vooral op kinderen een zekere uitwerking kan hebben, wordt breed aangevoeld.

De opvallende kritiek die het filmpje heeft opgeroepen en viral deed gaan, heeft te maken met de spontane verontwaardiging over het feit dat kinderen hier in onderwijsverband worden aangezet deel te nemen aan wat een voorbereiding op islamitisch gebed en daarvan een ‘instudering’ lijkt te zijn. Die instudering is zowel geestelijk als lichamelijk, met een gebaar dat – veel meer nog dan het knielen in een kerkgebouw – totale onderwerping uitdrukt. Het moskeebezoek, vanuit Nederland argeloos gepresenteerd als onderdeel van het ‘kerndoel burgerschapsontwikkeling’, past daarmee van islamitische zijde naadloos in de stille jihad (stealth jihad), de stilzwijgende zieltjeswinnerij en spirituele inname van Westerse samenlevingen vanuit de islamitische aanwezigheid daar.

Ideologisch offensief: de stille jihad

Het moskeebezoek past enerzijds in de ideologie van het multiculturalisme, van waaruit het op de eerste plaats lijkt te zijn voortgekomen, anderzijds in het ideologisch offensief dat vanuit de islam op het Westen is geopend. Aan de stille jihad op Amerikaanse scholen heeft Robert Spencer een boek gewijd: Stealth Jihad. How Radical Islam Is Subverting America without Guns or Bombs (Regnery 2008). Voor de beoordeling van het moskeebezoek door scholen in Nederland, is het de moeite waard kennis te nemen van wat het onderzoek naar de stille jihad in de VS heeft opgeleverd.

“Van alle strijdtonelen waarop de stille jihad (stealth jihad) voortgang boekt, is een van de meest cruciale die van onze scholen, waar stille jihadisten een gastvrije omgeving hebben gevonden onder docenten die diep met het credo van het multiculturalisme zijn doordrenkt”, aldus Spencer (p. 189) . Aan onderwijzenden wordt ‘tolerantie’ opgedrongen als een onderwijsopdracht die hun “het vermogen ontneemt om niet-Westerse culturen kritisch te beoordelen”. Het maakt docenten “verhoogd vatbaar” voor de listen en lagen van de stille jihad. Zeer duidelijk wordt dit zichtbaar in schoolboeken, waarin niet zelden een lachwekkend eenzijdig en onhistorisch geflatteerd beeld van de islam wordt gegeven.

In tegenstelling tot puur islamitisch onderwijs, dat zich van zijn kant duidelijk kritisch tegen de Westerse cultuur opstelt, zorgt de beïnvloeding van het gewone onderwijs voor “een beeld van de islam dat zo rein en vredig is dat het soms de grens overschrijdt van puur pro-islamitische vooringenomenheid naar regelrechte islamitische zieltjeswinnerij”. 

Schoolboeken

Belangrijk in het blootleggen van deze sluipende jihad is een studie die in juni 2008 is uitgebracht door de American Textbook Council, een onafhankelijke nationale onderzoeksorganisatie. Dit rapport stelt vast dat tien van de meest gebruikte schoolboeken voor middelbare scholen ‘een onvolledig en kunstmatig beeld van de islam presenteren, dat de fundamenten ervan en de uitdagingen voor de internationale veiligheid verkeerd voorstelt’. Het rapport bevond bovendien “dat de boeken hogelijk tendentieuze constructies voorstellen als onomstreden waarheid”. Zij maakten gemene zaak met multiculturalisten “door de voorstelling van de islam te kuisen, en door het christendom en de Westerse beschaving te kleineren of te veronachtzamen en door veel middelbare schoolboeken om te zetten in missionerende verhandelingen.”

Frankrijk

Dit betrof de Verenigde Staten. In Europa staat het onderzoek naar de islamisering van schoolboeken en het curriculum nog in de kinderschoenen. Voor Frankrijk deed de lerares Christine Tasin recent een voorzet met L’islam à la conquête de l’école (2017). Zij schrijft daarin een grote rol toe aan de socialistische politica Najat Vallaud-Belkacem, die in 1977 geboren is in “de soevereine islamitische staat Marokko”, zoals de grondwet van dat land het noemt, en die de islam als “godsdienst van de staat” heeft. Belkacem heeft twee paspoorten, Frans en Marokkaans. Dat was geen beletsel om verscheidene ministerposten in Frankrijk te bekleden, waaronder die van onderwijs. Haar politiek-correcte beleid was onder de bevolking zeer omstreden. Ze noemt zichzelf een “gelovige, niet praktiserende moslima”, maar maakte wel deel uit van de ‘Adviesraad van Marokkanen in den vreemde’ van de Marokkaanse koning, die zichzelf als een nakomeling van Mohammed beschouwt. 

ISISCO

Volgens Tasin heeft Belkacem zich net name ingezet voor de bevordering van het Arabisch als keuzetaal op Franse scholen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen op van de ISESCO (de islamitische tegenhanger voor 57 moslimlanden van UNESCO) die in het jaar 2000 een belangrijk strategisch document publiceerde: De strategie voor culturele actie buiten de islamitische wereld. Hierin wordt kennis van het Arabisch, “de taal van de heilige Koran”, benadrukt als een belangrijke versterker en bewaarder van de moslimidentiteit. Om die reden beveelt de ISESCO een lobby aan “om de onderwijsautoriteiten in de gastlanden over te halen cursussen in islamitische cultuur in hun officiële curricula op te nemen, in België, Oostenrijk, Nederland, Spanje, de Elzas in Frankrijk en sommige deelstaten van Duitsland”. Tegelijk moet geijverd worden “Arabisch tot een van de talen te maken die scholieren kunnen kiezen op door de staat geleide scholen”. De lobby zou ook in het Europees parlement gevoerd moeten worden, een en ander met een uitdrukkelijk beroep op het multiculturalisme. Van de Westerse autoriteiten dient namelijk vereist te worden “de onderwijsactiviteit te generaliseren op basis van het interculturalisme.”

Karel Martel

Tasin geeft tal van voorbeelden hoe de beschrijving van de Franse geschiedenis in de loop van de jaren veranderd is onder druk van het multiculturalisme en de toenemende aanwezigheid van moslims in Frankrijk. In 1945 konden Franse schoolkinderen nog lezen dat Karel Martel in 732 zijn land en heel Europa had gered van de “invasie” van de islam. Dat was een “nieuwe religie” die door de “valse profeet Mohammed” was onderwezen en aan zijn volgelingen opgedragen om “met het zwaard op te leggen”. Martel had bij Poitiers de moslims “op de vlucht gedreven” tot in Spanje, waar de bewoners nog eeuwen “onder het juk” van de islam zouden zuchten. Maar: “de grote overwinning van Poitiers had de christenheid en de beschaving gered, die door de Arabische invasie was bedreigd.” (Tasin, p. 16)

Een kaart van vroege islamitische veroveringen. De islamitische slachtpartijen en verovertochten worden door schoolboeken vaak gebagatelliseerd als ‘migratie’.

Slag bij Guadalete (711)

In schoolboeken van later datum verdwijnt de slag bij Poitiers en het belang ervan voor de christelijke beschaving hoe langer hoe meer naar de achtergrond. In plaats daarvan wordt benadrukt hoe “de islam een beschaving geboren heeft doen worden waarvan de meesterwerken nog steeds bestaan”. Soms wordt zelfs de slag van Guadalete benadrukt en als scharniermoment gekozen. Met deze overwinning op de Visigothen waren de moslims in 711 namelijk hun invasie in Spanje begonnen. Het bestuderen van deze overwinning kan ons vandaag helpen, zo krijgen scholieren nu uitgelegd, “de rijkdom te onderwijzen van de relaties (militair, diplomatiek, intellectueel) tussen christenen en moslims in Andalusië.” Want pas als we de overwinningen van de moslims begrijpen, zien we ook “hoe de veroveringen en de belangrijke diversiteit van daarbij ontmoete culturen een langzame ontwikkeling van islamitische wijzen van geloof, praktijken en teksten van de zevende tot negende eeuw mogelijk maken.”

Kruisvaarders ‘vallen binnen’, moslims ‘migreren’

Volgens Spencer, die voorbeelden noemt, is – vreemd genoeg – de tendens om de gewelddadigheid van de jihad weg te werken of te vergoelijken met vaak gekunstelde ‘verklaringen’ sinds 9/11 alleen maar sterker geworden. Zo wordt van de explosief gewelddadige begintijd (de zevende en achtste eeuw) alleen maar gezegd dat de islam “zich verspreidde”, aldus implicerend dat dit gebeurde door vredige missie en vrijwillige bekering. “Hoewel de eerste moslims in Arabië woonde, verspreidde de islam zich door het Midden-Oosten.” Dat kwam, volgens deze schoolboeken, doordat mensen in dit overheersend christelijk cultuurgebied “werden aangetrokken door de islamitische boodschap van gelijkheid en hoop op verlossing.” Wat de moslims ook erg hielp, was “hun verdraagzaamheid voor andere godsdiensten.” Geen woord over de bloedige veroveringsoorlogen, de wurgende islamiseringspolitiek door grootschalige bekeringen onder dwang en door institutionele discriminatie en belasting voor de voorlopig ‘gedulde’ christenen en Joden, de ‘dhimmi’s’.

Andalusië

Bij deze voorstelling van zaken hoort ook het beeld van het middeleeuwse Andalusië in Spanje als een vredig en multicultureel paradijs onder auspiciën van de islam. De American Textbook Council merkte al op dat “als moslimgroepen christelijke volken aanvallen, hen doden en hun land innemen, naar dit proces verwezen wordt als een rijk ‘bouwen’. Christelijke pogingen om die landen weer terug te krijgen, worden getypeerd als ‘gewelddadige aanvallen’ of ‘bloedbaden’.” De Kruistochten, een laat en zwak antwoord op 450 jaar jihadistische agressie en verovering, krijgen zo een slechte pers. De kruisvaarders worden als “aanvallers” voorgesteld die een “invasie” uitvoeren, terwijl het binnenvallen van de Turkse Seltsjoeken in het christelijke Midden-Oosten een “migratie” wordt genoemd.

Het lijkt in Frankrijk niet veel anders. Prof. Barbara Lefebvre, historica, bekritiseert in een interview met Le Figaro in 2016 hoe Franse schoolboeken systematisch voorbijgaan aan het feit dat “de islam missionair is, zich geroepen voelt de mensheid te verlichten en dat territoriale verovering daarvoor zijn belangrijkste instrument vormt”.

Dit leidt tot een sterk gekleurde en selectieve weergave van bijvoorbeeld de Kruistochten. Lefebvre haalt een schoolboek aan waarin in het hoofdstuk ‘Het geweld van religieuze oorlogen’ alleen maar verslag gedaan wordt van de Spaanse Reconquista en de Kruistochten, “door middel van bijvoorbeeld de misdaden van de kruisvaarders zoals de plundering van Constantinopel in 1204. Van de jihad wordt echter in het geheel geen melding gemaakt in deze les, die toch deel uitmaakt van het hoofdstuk over de islam!” De geïdealiseerde weergave van islamitisch Andalusië is volgens Lefebvre in Franse schoolboeken al “gewoonte” geworden. Daarbij maakt men eenzijdig gebruik van bronnen die afkomstig zijn van de islamitische veroveraars. Deze zijn “van discutabele objectiviteit”, aldus de hoogleraar. Want “hebben we ooit meegemaakt dat de overwinnaar zichzelf de kwade rol geeft?”

Afbeelding uit middeleeuws Spanje van christenen die door hun islamitische veroveraars als slaven worden weggevoerd. De gruwelijke realiteit van de islamitische verovering wordt graag verbloemd in de schoolboeken.

Stille jihad: de Verenigde Staten

Islamexpert Robert Spencer vermeldt in zijn Stealth Jihad geen systematisch moskeebezoek aan scholen. Dat is daar blijkbaar niet aan de orde, wellicht omdat de islam daar nog niet zo verbreid is als in Europa en er daarom ook nog niet zoveel moskeeën zijn. Spencer noemt wel een aantal andere illustratieve gevallen van (zelf-)islamisering in het onderwijs. Bijvoorbeeld het geval van een school in Amsherst, New Hampshire, die zijn leerlingen een ‘Saoedische tentgemeenschap’ laat opzetten en openstelt voor de stad. Bezoekers krijgen een Arabische naam toebedeeld, en moeten een authentiek Saoedisch douaneformulier invullen, compleet met het opschrift dat voor drugssmokkel de doodstraf in het vooruitzicht stelt. De geslachten worden gescheiden, meisjes showen hoofddoeken en sluiers, terwijl een islamitisch religieuze instantie zorgt voor een gebedskleed met ingebouwd kompas om het op Mekka te richten; men geeft lezingen over het islamitische geloof, biedt items voor gebedsoproep aan en gebedssnoeren. “Misschien was het allemaal voor de lol”, commentarieert Spencer, “maar het was niet voor het eerst dat het moeilijk was een rollenspel te onderscheiden van zieltjeswinnerij voor de islam in een Amerikaanse openbare school.”

Byron. ‘Doe alsof je moslim wordt’

Ouders klaagden in 2003 de Byron Union School District in Californië aan. De reden is dat naar hun mening enkele opgaven die in het onderwijs over de islam van de scholieren worden gevraagd, neerkomen op proselitisme, werving van nieuwe gelovigen. Er wordt een handboek gebruikt dat om het volgende rollenspel vraagt: “Vanaf het begin [van het spel] zullen jij en je klasgenoten moslim worden.” Studenten moeten delen van de fatiha uit het hoofd leren (het eerste hoofdstuk van de Koran en het belangrijkste gebed in de islam), moslimnamen aannemen en ‘Allahu akbar’ (‘Allah is de grootste’) roepen, de kreet die door aanvallende jihadisten wereldwijd berucht is geworden. Aangemoedigd wordt bovendien dat de scholieren de lunch overslaan om het vasten van de ramadan te beleven.

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en christelijke tradities, met 100 procent inzet en 0 euro subsidie. Help ons vandaag nog met een gift!

Twee maten

In de bijbehorende leseenheid over het christendom wordt van studenten niet gevraagd te doen alsof zij christenen zijn, om enige Bijbeltekst voor te dragen of enig christelijk gebed uit het hoofd te leren. Het werkboek over de islam eist van studenten echter wel dat ze belijdenissen van islamitisch geloof afleggen om goed te antwoorden – bijvoorbeeld door te bevestigen dat ‘Mohammed de profeet is van Allah’ in plaats van dat ‘Moslims geloven dat Mohammed de profeet van Allah is.’ Ondanks dit alles oordeelt een rechter achteraf dat dit programma “geen devotionele of religieuze bedoeling” had.

De advocaat van de ouders wijst erop hoe hier met twee maten wordt gemeten. “Terwijl openbare scholen verhinderen dat christelijke scholieren de Bijbel lezen, bidden, de Tien Geboden uitdragen of zelfs het woord ‘God’ in de mond nemen, worden scholieren in Californië geïndoctrineerd in de religie van de islam. Openbare scholen zouden nooit accepteren dat het christendom zo werd onderwezen.” Hoe groot zou immers het schandaal wel niet zijn, aldus de advocaat, “als scholieren werd verteld dat ze het Onze Vader moesten bidden, de Tien Geboden uit het hoofd leren, zinnen moesten gebruiken als ‘Jezus is de Messias’ en als ze moesten vasten tijdens de Veertigdagentijd?”

Herndon. Islamitisch rollenspel

Kinderen van een openbare lagere school in Herndon, Virginia, kregen in oktober 2004 onderwijs in de islam en moesten daarvoor deelnemen aan een islamitisch rollenspel. ‘Multicultureel trainer’ Affeefa Syeed helpt hen de vasten van de ramadan te begrijpen, en maakt er daarbij geen geheim van dat haar onderwijs kadert in een grotere agenda: “Het uitleggen van de ramadan helpt leraren en bestuurders, als ook medescholieren om de school aan te passen aan de religieuze eisen van de heilige tijd.”

Friendwood. Gymnastiekles wordt werving voor islam

Op Friendswood Junio High in Friendwood, Texas, laat hoofdonderwijzeres Robin Lowe zonder aankondiging aan de ouders een les lichamelijk opvoeding vallen. In plaats daarvan laat zij de scholieren een presentatie van de islam bijwonen, die wordt gegeven door twee dames van de Raad voor Amerikaans-Islamitische betrekkingen. Volgens scholieren die aanwezig waren, is de bijeenkomst in hoofdzaak een oefening in zieltjeswinnerij voor de islam. “Er werd de scholieren geleerd dat er één God is, Allah, dat Jezus een van zijn profeten is, dat je vijfmaal dagelijks zou moeten bidden en andere grondbeginselen van de islam.”

Onderzoek in kinderschoenen

Deze voorbeelden uit de Verenigde Staten laten zien, net als de schoolboeken uit Frankrijk, hoe moskeebezoek door scholen past in het streven van de islam – of daarvoor aangegrepen kan worden – om zichzelf te verbreiden. De islam ontplooit daarvoor in elk land een ideologisch offensief, dat vervolgens overgenomen en begunstigd wordt door het multiculturele bestuurlijke klimaat. Ook in Nederland blijken schoolboeken vaak een geflatteerd historisch beeld van de islam te geven ten koste van dat van de eigen geschiedenis. Het onderzoek daarnaar staat echter nog in de kinderschoenen. Cultuur onder Vuur overweegt over dit onderwerp een volgende rapportage te gaan doen.

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en christelijke tradities, met 100 procent inzet en 0 euro subsidie. Help ons vandaag nog met een gift!

Utopische nieuwe wereldorde

Het moskeebezoek door scholen past in het streven van de islam zichzelf te verbreiden. Dat is zijn goed recht, zolang de islam nog alleen als godsdienst wordt opgevat en meeprofiteert van de traditionele Nederlandse godsdienstvrijheid. Missionering is immers wat veel godsdiensten doen. Dan nog blijft de vraag of daar in het bijzondere geval van de islam vanuit de Nederlandse overheid en door scholen aan meegewerkt moet worden. Moskeebezoek wordt gewoonlijk gerechtvaardigd met hetzelfde argument als kerk- en synagogebezoek, als ‘burgerschapsvorming’ en als een maatschappelijk-cultureel uitstapje waarbij scholieren de gelegenheid krijgen kennis te maken met een belangrijke religie in het land. In hoeverre is een dergelijke gelijkstelling terecht?

Bij deze benadering verdwijnen een aantal belangrijke en exclusieve kenmerken van de islam al snel onder tafel. Op de eerste plaats erkent de islam de samenleving niet als een apart domein. Integendeel, dat is precies de plaats waar hij zijn stempel wil zetten door middel van de sharia, de islamitische wet. De islam streeft een utopische nieuwe wereldorde na. Ook het fenomeen van jihadisten die vanuit Europese landen naar Syrië vertrekken om met de terreurgroep Islamitische Staat mee te vechten, begint vaak in moskeeën.

Een moskee is dus niet puur een ‘gebedsruimte’, zoals een kerkgebouw of synagoge. Het is het politieke brandpunt van waaruit de islamitische gelovigen worden aangezet hun geloof in daden om te zetten en eisen te stellen om de samenleving in overeenstemming te brengen met de sharia. Dat raakt vrijwel aan alle maatschappelijke verhoudingen, om te beginnen die tussen man en vrouw. Wat te denken van het feit dat de verkrachting van een vrouw volgens de sharia als te bestraffen ‘overspel’ van die vrouw moet worden opgevat, tenzij zij erin slaagt vier getuigen te vinden dat het tegen haar zin gebeurde? De bestraffing die volgt als zij daar niet in slaagt, is overigens in sommige islamitische landen de doodstraf, al dan niet via steniging. 

Diyanet-moskeeën

Verder bestaan er vrijwel altijd politieke en financiële verbanden tussen de moskee en het land van herkomst. De Diyanet-moskeeën zijn bijvoorbeeld Turkse staatsmoskeeën, waarvan de imam in loondienst is van de Turkse staat. Zij vallen onder de ‘Diyanet’, het Turkse presidium van godsdienstzaken dat ressorteert onder het ministerie van Algemene Zaken van president Erdogan. Het wordt wel de ‘Turkse staatskerk’ genoemd, paradoxalerwijze ooit opgericht om de radicale islam buiten de deur te houden en om na de val van het Ottomaanse rijk strenge controle te houden op alles wat met de islam te maken heeft.

Politieke leiband

In Turkije zelf beheert Diyanet 90.000 moskeeën. Bemand door leken vormt dit Diyanet-netwerk, vooral nadat de islamitische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van president Erdogan in 2002 aan de macht kwam, tegelijk een instrument om Turkse moslims aan de politieke leiband te houden. Het speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de staatsgreep van Erdogan in 2016 en bij het verhitten van de gemoederen tegen diens beweerde rivaal Fethulla Gülen. Eind 2016 kwam ook de Nederlandse afdeling van Diyanet, de Islamitische Stichting Nederland (ISN), in opspraak. Die zou een rol gespeeld hebben bij het doorgeven van informatie over aanhangers van Gülen aan de Turkse regering. Elsevier-commentator Afshin Ellian vermoedt voorts dat de Nederlandse Diyanet-moskeeën een grote rol hebben gespeeld bij de recente verkiezingsoverwinning van DENK. [7]

“Minaretten zijn onze bajonetten”

Als een school een Diyanet-moskee bezoekt (een groot deel van de moskeeën in dit onderzoek) betekent dit dat zij ook een politiek centrum van de Turkse dictator bezoekt. Van diens activistische, zelfs militaristische kijk op de moskee getuigt zijn bekende uitspraak: “Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”. Het zou een misverstand zijn dit slechts als poëtische beeldspraak op te vatten. Erdogan moedigt de Turken in Europa immers aan daar wel te integreren, maar vooral niet te assimileren, want “wij zijn allemaal kleinkinderen van Suleyman”. (Sultan Suleyman de Grote was de Turkse veroveraar die christelijk Europa binnenviel, Hongarije innam en in 1529 het beleg van Wenen opsloeg.) De president van Diyanet, prof. dr. Ali Erbas, twitterde nog op 6 april 2018: “Het fundamentele doel van ons bestaan is om de wereld te domineren.”

Afshin Ellian benadrukt: Diyanet “leidt imams op, betaalt ze, geeft aanwijzingen over de vrijdagpreken, en het hoofd daarvan wordt als de grote moefti van Turkije gezien. Ook bouwen en controleren ze de moskeeën in andere landen zoals Nederland of Duitsland. Wie een Turkse moskee bezoekt, bezoekt tegelijkertijd het Turkse ministerie Diyanet. En daarmee zit je aan tafel met de Turkse overheid en dus ook de Turkse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.”

Omdat de 140 Diyanet moskeeën in Nederland onder volledige controle van president Erdogan staan, moet de vraag gesteld worden, aldus Ellian “of Diyanet niet een veiligheidsrisico vormt voor Nederland. Ik ken geen enkele vreemde mogendheid met een dergelijke goed georganiseerde infrastructuur in ons land.” De vraag die evenzeer gesteld mag worden is of het dan nog wel verantwoord genoemd kan worden naar deze moskeeën schoolexcursies te organiseren, waaraan ouders hun kinderen strikt genomen niet eens mogen onttrekken.

‘Mama is bezorgd’

Het bezoek van schoolklassen aan moskeeën betekent dus kinderen in de lagere schoolleeftijd blootstellen aan een mengeling van religieuze, spirituele, ideologische en politiek invloeden. De Vlaamse politica Anke Van dermeersch publiceerde op 11 oktober 2017 een open brief over het bezoek van Vlaamse scholen aan moskeeën: ‘Mama is bezorgd over het moskee bezoek!’. [8] Over haar dochter maakte zij zich naar eigen zeggen weinig zorgen. Die had in de moskee “de juiste vragen gesteld. De antwoorden die ze kreeg waren van die aard dat ze voorlopig haar conclusie heeft kunnen trekken over de positie die haar te wachten zou staan binnen de islam.”

Meer zorgen maakt ze zich over haar zoon. Kinderen verschillen en hij zou wel eens beïnvloedbaarder kunnen zijn. “Binnen de islam worden jongens en mannen naar de mond gepraat om hen in te lijven en zelfs op te offeren als jihadist. Dat maakt mij uitermate bezorgd.” Een Channel 4 documentaire constateerde in 2006 al dat moslims vanuit moskeeën worden opgeroepen “een staat binnen de staat” te vormen. Zoals een imam het uitdrukt: een moslim mag niet “de heerschappij van de kaffir (ongelovige) aanvaarden. Wij moeten onszelf regeren en heersen over de anderen.” Het Nederlandse onderwijs zou zich van dit gedachtegoed verre moeten houden, in plaats van de aan haar toevertrouwde kinderen daar in bussen naar toe te rijden.

Moskee in München

De moskee is een logische uitvalsbasis voor islamitische zending. De klassieke uitleg hoe dit werkt is A Mosque in Munich (2011) van de bekroonde (Pulitzer) onderzoeksjournalist Ian Johnson. Hij beschrijft hierin de Duitse fascinatie met de radicale islam in de negentiende eeuw, die deze als wapen wilde inzetten tegen de koloniale grootmachten. Na de val van de Duitse keizer in de Eerste Wereldoorlog nam Adolf Hitler dit project over en blies het nieuw leven in. Hierdoor raakten het moderne Arabisch nationalisme en het islamisme nauw verstrengeld met het nazisme. De centrale verbindingsfiguur was Amin al-Hoesseini, grootmoefti van Jeruzalem, die Hitler in 1941 bezocht. (zie hiervoor ook Nazi’s, Islamists and the Making of the Modern Middle East (2014) van Rubin en Schwanitz).

Door de gebrekkige denazificatie van West-Duitsland kon het nazi-moslimnetwerk daar grotendeels in stand blijven. Zo bleven ook de moslimsoldaten uit het Rode Leger, Tataren, Tsjetsjenen, Kazachen en Oezbeken, die krijgsgevangen waren gemaakt en vervolgens onder het Ostministerium van Alfred Rosenberg voor de nazi’s gespioneerd en gevochten hadden, in het na-oorlogse Duitsland hangen. Zij werden aangenomen als medewerkers van de zender Radio Liberty, een mantelorganisatie van de CIA, die zich op de bestrijding van het communisme en de Sovjet-Unie richtte. Een ex-ambtenaar van Hitlers Ostministerium, dr. Gerhard von Mende, gefinancierd door minister Theodor Oberländer van Buitenlandse Zaken (eveneens een ex-nazi), zette een expertisebureautje op om van hen een vijfde kolonne tegen het communisme te maken. Dit project werd weer gekaapt door de CIA, maar niet nadat Von Mende met zijn moslimcontacten eerst een stichting hadden opgericht om tot de bouw te komen van een moskee als geestelijk en cultureel middelpunt voor moslims in Duitsland. Dat project werd weer gekaapt door Said (vader van Tariq) Ramadan, leider op de vlucht van de Egyptische Moslimbroederschap.

Toen het gebedshuis in 1973 eindelijk open ging, bleek deze Beierse moskee een eerste bruggenhoofd voor het moslimradicalisme in Europa te worden, precies op het moment dat moslims als ‘gastarbeiders’ in groten getale naar Europa kwamen en via gezinshereniging en grote gezinnen hun bevolkingsaandeel nog verder deden toenemen. Mede dankzij deze moskee, van waaruit vele andere islamitische centra werden gesticht, kon een sterk ideologisch gekleurde (radicale, antisemitische) islam onder moslims in Europa een overheersende trend worden. In een bespreking noemt Publishers Weekly de studie van Johnson een “onthutsend voorbeeld” van de “eeuwige onbenulligheid” (perennial cluelessness) van het Westen als het gaat om moskeeën en de islam.

Voetnoten

  1. E-mailwisseling Cultuur onder Vuur met Robert Spencer, 4 april 2018.
  2. Calls for an end to ‘politically correct activities’ after primary school children are ordered to learn how to pray at a mosque popular with radical preachers. Daily Mail, 29 december 2016.
  3. De Dalfser Marskramer, 31 oktober 2014.
  4. Robert Spencer: Stealth Jihad. How Radical Islam Is Subverting America without Guns or Bombs (Regnery 2008), met name hoofdstuk 8: ‘Readin’, writin’, and subjugatin’ the infidel: the stealth jihad in American Schools.
  5. Christine Tasin: L’islam à la conquête de l’école (Résistance Republicaine 2017).
  6. Comment l’islam est abordé dans les manuels scolaires? Entretien fleuve avec Barbara Lefebvre. Le Figaro, 26 september 2016.
  7. Vormt het Turkse Diyanet een veiligheidsrisico voor Nederland? Afshin Ellian in Elsevier, 22 maart 2017.
  8. Anke Van dermeersch, Mama is bezorgd over het moskeebezoek. Ankevandermeersch.be.

Coronacrisis: moskeeën grijpen hun kans met extra gebedsoproepen

Niet alleen klimaatactivisten en socialisten gebruiken de coronacrisis om hun doelen door te drukken. Ook moskeeën ruiken hun kans en grijpen die met beide handen aan. Vanuit verschillende plaatsen in Nederland meldden mensen aan Cultuur onder Vuur dat moskeeën aan gemeenten toestemming gevraagd én gekregen hebben om hun gebedsoproepen versterkt te mogen uitzenden.

Al jaren bezig met vergunningen

Officieel is deze gebedsoproep alleen bedoeld om moslims ‘een gevoel van verbondenheid te geven tijdens de coronacrisis’, maar gezien het feit dat veel moskeeën al jarenlang bezig zijn vergunningen te krijgen voor versterkte gebedsoproepen, lijkt het onwaarschijnlijk dat moslims dit verworven recht zomaar weer zullen afstaan als de beperkende maatregelen voorbij zijn.

(meer…)

NIDA-leider wil islamkritische partijen muilkorven

Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen. Zeker als die vos luistert naar een naam als Nourdin el Ouali. Dat is de leider van NIDA, een radicaal islamitisch partijtje in Rotterdam met een GroenLinkse schutkleur.

(meer…)

Schokkend: christelijke basisschool stuurt kinderen op excursie naar salafistische as-Soennah moskee

De christelijke basisschool Emmaüs uit Leidschendam heeft zijn leerlingen op schoolbezoek gestuurd naar de as-Soennah moskee in Den Haag. Dit terwijl as-Soennah hevig onder vuur ligt als brandhaard van islamitisch extremisme en ontvanger van miljoenen oliedollars uit Koeweit.

(meer…)

Imam wil moskeeën bouwen in onze grote steden – met buitenlandse geld. Tijd voor een aparte behandeling.

Yassin Elforkani, hoofdimam van de Blauwe Moskee in Amsterdam, wil komende jaren in alle grote steden van Nederland een moskee bouwen. Dit wil hij met buitenlandse geldschieters doen, zegt hij in Dit is de dag van Radio 1. De Tweede Kamer zal hier niets tegen kunnen doen, zolang niet gezond onderscheid gemaakt wordt tussen kerk en moskee.

(meer…)

Een slechte 1 aprilgrap: Arnoud van Doorn schooldirecteur

Ex-PVV’er Arnoud van Doorn, een bekeerling tot de islam, wordt de nieuwe interim-directeur van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Een bericht van die strekking deed op zondag 31 maart de ronde. Waarom niet? zou u wellicht denken en dit was ook precies de reactie van de school zelf. Van Doorn heeft een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die nodig is om o.a. in het onderwijs werkzaam te kunnen zijn, aldus Soner Atasoy, dagelijks bestuurder van het lyceum.

‘Grap’

Wij bij Cultuur onder Vuur hebben gewacht met reageren, omdat wij al vermoedden dat het een zeer misplaatste 1-aprilgrap betrof, wat inmiddels ook gebleken is. Maar juist het idee dat het Cornelius Haga Lyceum en Van Doorn menen te moeten schertsen hiermee, is wat ons betreft juist tekenend voor het probleem. Een ‘koekje van eigen deeg’ provoceert Van Doorn op zijn twitteraccount ook nog in reactie op zijn ‘grap’ met betrekking tot zijn vermeende aanstelling als interim-directeur.

Arnoud van Doorn

Even ter herinnering; Van Doorn was raadslid voor de PVV maar bekeerde zich in 2012 tot de islam. Hij richtte na zijn bekering de islamitische Partij van de Eenheid op. In een interview met het AD in 2014 zegt Van Doorn dat: “Een dienst als de AIVD heeft er belang bij moslims in een kwaad daglicht te stellen. Daarmee toont ze haar bestaansrecht aan.” Hij zegt hier dus zoveel als dat onze veiligheidsdienst moedwillig, om te scoren, moslims in een kwaad daglicht stelt.

Afschuwelijk daden

In hetzelfde interview wordt Van Doorn als volgt
aangehaald: “Je moet jongens die in Syrië zijn geweest niet allemaal
bestempelen als gevaarlijk, reageert hij ten slotte op de vraag of de AIVD
terecht Syriëgangers scherp in de gaten houdt.” De verantwoording ligt dus bij
de AIVD en niet bij deze jongens zelf en de afschuwelijke daden die IS heeft
gepleegd. Zeker, het interview dateert van 2014 en nog niet alles wat IS heeft
gedaan was toen bekend, maar dat de veiligheidsdienst mensen die in het
buitenland gaan vechten bij terugkeer in de gaten houdt, lijkt mij de
normaalste zaak van de wereld.

Gewelddadige tegenreacties

Onlangs nog kwam Van Doorn in opspraak toen hij tweette, in reactie op een provocerende actie waarbij half ontblote poppen werden opgehangen met spandoeken waarop beledigende teksten stonde, dat ‘een miljoen moslims in Nederland zelf maatregelen gaan nemen als de overheid niet ingrijpt.’ De actie gericht tegen de moskee was ronduit beledigend, daarover geen misverstand, maar de oproep van Van Doorn suggereerde voor velen dat hij opriep tot gewelddadige tegenreacties.

‘Koekje eigen deeg’

Een dergelijke reactie van iemand die een ‘partij van de eenheid’ heeft opgericht is ronduit bizar, maar er is meer. Arnoud van Doorn werd in 2014 ook nog eens veroordeeld tot een geldboete en een werkstraf vanwege het lekken van geheime stukken, het verkopen van drugs aan minderjarigen en het bezit van een verboden alarmpistool. Gezien bovenstaande is het onvoorstelbaar dat zowel Van Doorn als het dagelijks bestuur van het Cornelius Haga Lyceum bij monde van de heer Atasoy menen dat het leuk of grappig is, of in de woorden van Van Doorn een ‘koekje van eigen deeg’, om grappen te maken aangaande de vermeende aanstelling van Van Doorn. Dit laat alleen maar zien hoe weinig het bestuur begrijpt wat de ernst is van de opmerkingen van de AIVD betreffende richtinggevende personen binnen de school die banden zouden hebben met een terroristische organisatie in de Kaukasus .

Ingrijpen noodzakelijk

Dit staat te lezen in de brief aan de gemeenteraad in Amsterdam: “Door een parallelle samenleving te bevorderen en in strijd te handelen met de antiradicaliseringsstrategie van de overheid, is de veilige en democratische vorming van Amsterdamse leerlingen op het Cornelius Haga Lyceum niet gewaarborgd. Daarbij komt dat de onderwijsinspectie op woensdag jongstleden heeft moeten vaststellen dat door de opstelling van de schoolleiding onderzoek op dat moment niet verantwoord was. Voor het college is ingrijpen nu noodzakelijk en onvermijdelijk.” Wie zijn deze mensen die invloed zouden hebben op de school? Juist ja; Arnoud van Doorn en Abu Hafs, beide namen die in het interview met Atasoy worden genoemd als mensen die hij zou aannemen op zijn school als zij een Verklaring Omtrent Gedrag zouden krijgen. 

Afluisterapparatuur

De school ontkent overigens alle aantijgingen van de AIVD/NCTV en, eerlijk is eerlijk, we weten niet wat er precies aangetoond is of waarop de verdenking zijn gebaseerd. Daarom was het beter geweest wanneer dit niet in de openbaarheid was gebracht maar binnenskamers was gebleven. Tweede Kamerlid voor het Forum voor Democratie, mr. Th. Hiddema, zei hierover in de Kamer: “Er had geen ruchtbaarheid gegeven moeten worden aan de verdenkingen van de AIVD, maar artikel 126L biedt ruimte tot het plaatsen van afluisterapparatuur zodat de verdenkingen, want meer is er nog niet, van de AIVD rondgemaakt kunnen worden.”

Slachtoffer

Terwijl het juridisch nog helemaal niet kon, maakte burgemeester Halsema van Amsterdam e.e.a. openbaar en zegt dat ‘de school dicht moet’. Hiddema vervolgt: “Het schoolbestuur kan de rol van martelaar nu uithangen en claimen dat zij worden gediscrimineerd.” Precies dit is gebeurd en daar gaat de tweet van Van Doorn over wanneer hij deze zeer misplaatste ‘grap’ een ‘koekje van eigen deeg’ noemt. En in plaats dat alle media wachten met berichtgevingen, volgen er nieuwsartikelen, interviews noem maar op, omdat zij het slachtoffer zijn geworden van een schoolbestuur dat niet begrijpt hoe zorgelijk dergelijke aantijgingen van de veiligheidsdienst zijn en van meneer Van Doorn die, niet voor het eerst, graag olie op het vuur gooit.

Slachtoffer uithangen

Zo zijn de media voor bijna anderhalve dag lang de speelbal tussen de AIVD en het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum geweest. De ernst van de verdenkingen die de veiligheidsdienst heeft tegen de Amsterdamse school zijn te serieus en beslist niet grappig. Dat het zover heeft kunnen komen dat het dagelijks bestuur van de school het slachtoffer kan uithangen en meent de veiligheidsdienst, de gemeente Amsterdam, de burgemeester van Amsterdam én de media zo voor schut te zetten, draagt ten eerste niet bij aan de onderlinge verhoudingen, maar toont ook het gelijk aan van mr. Hiddema in zijn bijdrage tijdens het Kamerdebat over deze kwestie. En wie is met dit alles geholpen? (Sonja Dahlmans)

Pakistan: geestelijk gehandicapte christenen beschuldigd van ‘blasfemie’

Stephen Masih, een Pakistaanse christen met een geestelijke beperking, is op 14 maart door de politie aangehouden op verdenking van godslastering. Dit na een klacht van een islamitische geestelijke, Hafiz Muhammad Mudassar, die op zijn beurt was geïnformeerd over de vermeende blasfemische uitlatingen van Stephen door een aantal islamitische vrouwen.

Strafbaar

Volgens de zus van Stephen, Alia, is hij soms
opstandig en argumenteert dan op luide toon met zijn moeder en zuster. Zo ook
deze laatste keer. Dit werd gehoord door de islamitische buurvrouwen die vervolgens
melding hebben gedaan bij Mudassar van blasfemie. Stephen zou Mohammed hebben
beledigd en dit is strafbaar in de Islamitische Republiek Pakistan onder §295
C. Behalve het opleggen van een boete kan de rechter hem ook ter dood
veroordelen hiervoor. De rechter in dergelijke zaken die vallen onder deze
paragraaf 295 C is altijd een islamitische rechter.

Gerucht is genoeg

Veel is er niet voor nodig om in de Islamitische Republiek Pakistan van blasfemie beschuldigd te worden. Burenruzies kunnen al reden zijn iemand aan te geven bij de autoriteiten voor ‘blasfemie’ volgens onder andere Amnesty International het gerucht alleen is vaak al genoeg. Wat het nog wranger maakt is de arrestatie en/of beschuldigingen van blasfemie, waar je dus de doodstraf voor kunt krijgen, aan het adres van mensen met een verstandelijke beperking.

Jaren in gevangenis

In bijvoorbeeld augustus 2012 werd een 11-jarig christelijk meisje dat waarschijnlijk Down syndroom heeft beschuldigd onder paragraaf 295 B; het bezoedelen van de Koran waar levenslang op staat. Ze wist uiteindelijk naar Canada te vluchten. In oktober 2018 was het een christelijke man, Yaqoob Bashir, die ook een verstandelijke beperking heeft die beschuldigd werd van blasfemie. Dit overkwam eerder ook de 65-jarige christelijke man Iqbal Masih die ook een verstandelijke beperking heeft en Humayyun Faisal, een verstandelijk beperkte christelijke man die ook werd beschuldigd van blasfemie. De lijst is nog veel langer. Vaak zitten mensen jarenlang in de gevangenis alvorens zij alsnog worden vrijgesproken.

Denigrerend

De situatie van christenen en andere minderheidsgroepen
in Pakistan is zeer dreigend, maar juist de zeer kwetsbaren, zoals
verstandelijk beperkte mensen, jonge mensen zoals de 14-jarige Rimsha Masih of
ouderen zoals de 65-jarige Iqbal Masih is schrijnend. Voor de blasfemiewet
onder paragraaf 295 C geldt als enige namelijk dat iemands intentie om te
lasteren niet hoeft te worden bewezen. Bovendien is de omschrijving van wat dan
blasfemie, denigrerend spreken over Mohammed speciaal in deze paragraaf, is in
zeer vage bewoording staat beschreven. Wat is denigrerend, wie bepaalt wat wel
of niet denigrerend is? In de betreffende paragraaf wordt nog gesproken over
aantijgingen of toespelingen, allemaal zeer subjectief en vaag, waardoor het
niet moeilijk is iemand hiervan te beschuldigen. Zelfs met indirecte
insinuaties zou je in theorie Mohammed zijn naam kunnen bezoedelen waar iemand
aangifte van kan doen bij de autoriteiten.

Agressieve mobs

Niet alleen de wet, maar ook zogenaamde mobs, die roepen om de dood van mensen
die beschuldigd zijn van het beledigen van Mohammed en zelfs bereid zijn tot
geweld vormen een groot gevaar. Om hen te beschermen tegen deze agressieve mobs worden sommigen zelfs opgesloten in
de gevangenis. Denk maar aan het voorbeeld van Asia Bibi, de christelijke vrouw
die bijna tien jaar gevangen zat ook wegens vermeende blasfemie, die onder de
dreiging gelyncht te worden nu van schuiladres naar schuiladres gaat.

Erbarmelijke toestanden

De situatie voor christenen en andere minderheden in de Islamitische Republiek Pakistan wordt steeds schrijnender. Helaas zijn deze gevallen slechts in zeer beperkte mate bekend bij het grote publiek en schrijven de main stream media er nauwelijks over. Het wordt tijd dat westerse leiders deze erbarmelijke toestanden openlijk aan de kaak stellen en veroordelen om zo de druk op het regime daar vergroten. (Sonja Dahlmans)

Christenen zijn nooit slachtoffer in westerse media

SOS Christianos Zo luidt de titel van een interessant boek dat de Spaanse correspondent Pilar Rahola in april 2018 uitbracht. Rahola noemt zichzelf areligieus. In een interview legt zij uit dat men in het Westen de grote christenvervolging die momenteel plaatsvindt over de hele wereld, van Afrika tot Azië en in het Midden-Oosten, negeert omdat christenen nooit slachtoffer kunnen zijn in de ogen van westerse mensen. Rahola spreekt van een subtiele ‘christianofobie’ in het Westen waarover zij nog een ander boek zegt te willen schrijven. Over politieke correctheid schrijft zij dat dit een nieuwe vorm van (zelf)censuur is, waarin de christenvervolging niet wordt benoemd, niemand voor de vervolgde Kerk opkomt en dat de mainstream media hierover nauwelijks berichten. Waarom blijft de grote verontwaardiging hierover uit, vraagt Rahola zich af en waarom wordt er geen actie ondernomen vanuit het Westen?

Christelijke Kachin

Mondjesmaat komen soms berichten over het lijden van de christenen in diverse uithoeken van de wereld naar buiten, die dan vaak ook nog worden gekwalificeerd als een vorm van ‘islamofobie’, omdat de vervolging van christenen vaak in islamitische landen gebeurt. Behalve Noord-Korea, dat al jaren lang bovenaan de ranglijst van Open Doors staat, zijn de meeste andere landen die in de top tien staan islamitische landen zoals Afghanistan, Pakistan, Soedan, Somalië, Libië, Jemen, Eritrea en Iran. Sterker nog, van bijvoorbeeld Myanmar weten we van berichtgeving van de NOS wél dat de Rohingya-moslims daar worden vervolgd, maar niet dat dit ook gebeurt met de christelijke Kachin in het zelfde land. Wanneer u meer over deze bevolkingsgroep wilt lezen, zie deze links en deze.

‘Vrije Westen’

Dit geldt ook voor de situatie van bijvoorbeeld Asia Bibi, de christelijke vrouw in Pakistan die bijna tien jaar gevangen zat omdat zij Mohammed beledigd zou hebben. Zij was bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk niet welkom, uit angst voor ‘sociale onrust’ en uit angst voor aanslagen. Laat dit even tot u doordringen. Een christelijke vrouw die jarenlang onterecht gevangen zat, wordt geen asiel aangeboden omdat men vreest voor aanslagen. Hoever laten we ons zelfs hier intimideren als een vrouw die zonder meer asiel zou moeten krijgen, omdat grote groepen in Pakistan dreigden haar te doden zodra zij vrij kwam, vervolgens in het zogenaamde ‘vrije Westen’ niet welkom is uit angst voor repressies hier? Over haar op handen zijnde vrijlating werd wereldwijd geschreven, maar dat het verhaal van mevrouw Bibi slechts een van de vele verhalen van vervolgde christenen in Pakistan is, daarover wordt slechts summier bericht.

Speelbal

We zagen dit ook gebeuren na de afschuwelijke aanslag in Christchurch, Nieuw-Zeeland waar in een moskee tientallen moslims werden gedood. Tegelijkertijd waren er ook aanslagen in Nigeria op christenen, maar dat werd niet of nauwelijks getoond. Zoals reeds eerder benoemd, wordt het lijden van de christenen in Nigeria of elders in de wereld geframed als ‘extreemrechtse sentimenten’. Het lijden van de vervolgde Kerk wordt zo een speelbal tussen westerse politici; een ‘links’ versus ‘rechts’ verhaal waarbij de schrijnende situatie van christenvervolging niet voor het voetlicht wordt gebracht. Met uiteraard als gevolg dat er dus ook nauwelijks actie wordt ondernomen, omdat de bittere urgentie ervan bij het grote publiek nauwelijks doordringt door de geringe berichtgeving.

‘Islamofobie’

Ook tijdens de afgelopen verkiezingscampagne voor de provinciale staten en het waterschap in ons eigen land, vlak na de aanslag in Christchurch, Nieuw-Zeeland op een moskee benadrukten Frans Timmermans (PvdA, Europees Parlement) en dr. Leo Lucassen dat deze aanslag kwam omdat mensen ‘bang worden gemaakt’ door Europese politieke partijen die angst of ‘islamofobie’ zaaien waardoor, zo zei Frans Timmermans dat ‘het ertoe kan leiden dat mensen die niet goed sporen tot geweld tegen andere mensen overgaan.’ ‘Hier,’ zo zegt Timmermans, ‘moeten wij duidelijk stelling tegen innemen.’ Hij doelde hier op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie, die hij een idioot noemt, en op Geert Wilders van de PVV wier gedachtengoed volgens Timmermans is dat: “Wij, witte christenen, worden verdrongen uit ons eigen land, weggejaagd.”

Complottheorie

Ten eerste heeft naar ik weet noch Wilders noch Baudet er een groot issue van gemaakt dat ‘witte christenen worden verdrongen uit eigen land’, maar wat veel erger is, is de associatie met christenen en hun witte huidskleur die Timmermans en ook Lucassen hierbij maken: “Kern van de door hen aangehangen complottheorie is dat naïeve linkse aanhangers van het multiculturalisme verantwoordelijk zijn voor de massa-immigratie van moslims en andere immigranten van buiten Europa. Met name de moslims onder hen zouden erop uit zijn de macht over te nemen en door een proces van ‘omvolking’ de ‘blanke’, christelijke, Europeanen te verdringen”. De christenen die worden vervolgd in het Midden-Oosten, Azië en Afrika zijn niet wit, zo hun huidskleur er überhaupt al toe doet. Zoals reeds gezegd, wordt hier al nauwelijks aandacht besteedt in de mainstream media over de christenvervolging. Christenen in Nederland zijn doorgaans lid van christelijke partijen zoals het CDA, de SGP of de CU en niet van de PVV of het Forum voor Democratie en de laatste twee partijen hebben niet als speerpunt dat zij ‘witte christenen’ willen redden van uitzetting uit ons land. Bizar.

Rechtsextremisme

Maar hier speelt nog iets anders op
de achtergrond mee; namelijk dat christenen vaak inderdaad worden geassocieerd
met wit of blank zijn, ook al zijn de meeste christenen op de wereld dat niet.
Rahola zegt dit ook: “Christenen zijn geen slachtoffers, want zij waren volgens
dit soort sentimenten in het verleden degenen die anderen vervolgden.” Hoeveel
islamitische aanslagen er ook zijn, Brussel, Parijs, Nice, Madrid, Stockholm,
New York, Boston, Cairo, Alexandrië, Bagdad, Ankara et cetera, hier mag je niet
bang voor zijn want dat heet ‘islamofobie’. Maar een aanslag – hoe
verschrikkelijk ook – in Nieuw-Zeeland wordt direct gelinkt aan vermeende
anti-islamsentimenten of rechtsextremisme van politieke opponenten waar wij
‘duidelijk stelling tegen moeten nemen’ aldus Timmermans.

Stelling nemen

In dit hele politieke spectrum, links tegen rechts of extreemrechts, is de vervolgde Kerk op zichzelf aangewezen want niemand wil zich hieraan branden omdat de eigen politieke belangen zwaarder wegen dat het lijden van onze christelijke medemensen. Rahola zegt dit zeer treffend: “Voor extreemrechts zijn vervolgde christenen te exotisch om zich druk om te maken en voor links kunnen zij geen slachtoffer zijn, want ze zijn schuldig.” Wanneer mensen worden vervolgd, vermoord, ontvoerd en verkracht, alleen omdat ze christen zijn, dán horen wij duidelijk stelling te nemen. En precies dat laten wij na, omdat onze eigen politieke voorkeur en de polarisering in onze eigen omgeving van groter belang lijkt te zijn dan opkomen voor de vervolgde Kerk. Het Westen moet zich schamen dat het zover is gekomen dat het lijden van anderen ondergeschikt is geraakt aan onze eigen politieke machtsstrijd en interne verdeeldheid. We horen deze zaken zuiver van elkaar te scheiden, zodat de vervolgde christenen niet langer het kind van de rekening zijn en op onze onvoorwaardelijke steun kunnen rekenen. Wanneer we dit niet doen, kunnen we zoveel praten over onze eigen idealen als wij willen, maar dan zijn dit slechts woorden en holle politieke retoriek. (Sonja Dahlmans)

‘Ik heb een fout gemaakt’

Tot grote ergernis van velen horen wij van veel
terugkerende jihadisten en hun echtgenotes dat het aansluiten bij IS een ‘fout
is die zij hebben gemaakt’. Yago Riedijk, zijn vrouw Shamima Begum, Hoda
Muthana zijn hier slechts een paar voorbeelden van. Soms laat dit zich vertalen
als een interpretatiefout; de tijd bij IS heeft hen niet gebracht wat zij
hoopten of IS is niet de ‘ware’ islam. Andere keren is de fout die zij hebben
gemaakt slechts het leven in het kalifaat dat toch minder rooskleurig uitpakte
dan zij vooraf hadden gehoopt. De msm zwelgen in dit soort terugkeerverhalen en
geven steeds opnieuw een podium aan jonge mannen en vrouwen die worden
neergezet als slecht geïnformeerde passanten die terecht kwamen in een situatie
die zij van te voren beslist niet hadden kunnen voorzien.

Expliciete, gruwelijke beelden

Het tegendeel is waar als je de terrorisme-experts een paar jaar geleden hoorde; toen werd duidelijk gezegd dat de video’s die IS maakte toch vooral werden gemaakt om jongeren te lokken naar het zelfbenoemde kalifaat. De meest gruwelijke video’s waren in omloop en ook de teksten en foto’s in ‘Dabiq’, het magazine van IS, logen er beslist niet om. Geen misdaad te gruwelijk of het werd full color getoond. Deze jongeren wisten heel goed waar zij naartoe gingen en met wie zij te maken hadden. Dat zij er tóch voor kozen te gaan en zich hierbij aan te sluiten en zich niet, zoals je zou verwachten, direct afkeerden na het zien van zulke expliciete, gruwelijke beelden is zeer problematisch. Het is even problematisch dat zij nu ze terug willen keren ontkennen hier iets vanaf te hebben geweten en doen alsof ze nergens iets mee te maken hebben gehad. Wie heeft dan al die gruweldaden gepleegd als niemand verantwoordelijk is en slechts een onnozele passant is geweest? De bewijzen van hun misdaden liegen er niet om; video’s, dode lichamen, verkrachte vrouwen en kinderen, slaven verhandeld op slavenmarkten in onder andere Libië en ga zo maar door. 

Jahilliyah – onwetendheid

Kwalijk in het interview met Yago Riedijk is dat hij voortdurend praat over ‘zij’ wanneer hij het over IS heeft, hiermee pretenderend dat hij zelf daar niets mee te maken had of heeft. Het claimen van onwetendheid is niet nieuw; meerdere jihadisten die terug willen keren beweren dat zij nergens vanaf hebben geweten. Volgens islamexpert dr. Mark Durie in zijn boek The Third Choice, is het menselijke probleem binnen het christendom de erfzonde en binnen de islam onwetendheid. De islam spreekt inderdaad van de periode van voor de islam als de Jahilliyah; de periode van onwetendheid. Maar jahilliyah, met een kleine letter, kan ook een mens zijn/haar onwetendheid zijn. Het woord jahilliyah zou je kunnen zien als een samentrekking van twee termen; jahl, onwetendheid, en van jahaalah, dwaasheid. In dit licht gezien kunnen we de verklaringen van jihadisten als Riedijk en anderen zien; ik was onwetend. Echte schuld bekennen zij nooit, spijt betuigen doen ze ook nauwelijks, ze waren slechts ‘onwetend of dwaas’ en dat kan hen, in hun eigen optiek, niet aangerekend worden. Riedijk gaat zelfs nog verder; hij vindt dat Nederland het goede voorbeeld moet geven en hem en zijn vrouw, Shamima Begum, terug moet laten komen zodat zij samen een toekomst in ons land kunnen opbouwen.

De MSM smullen

De enige keer dat Riedijk heftig reageert in het hele interview is wanneer hij over IS spreekt en zegt: “Ze hebben de reputatie van islam negatief beïnvloedt.” Dát vindt hij erg. Over de slachtoffers van IS en over hun gruwelijke lot spreekt hij niet en, het moet gezegd, de interviewer vraagt er ook nauwelijks naar. Het imago van de islam moet ten alle tijden beschermd worden, terugkerende jihadisten zijn ‘slechts’ onschuldige en onwetende voorbijgangers en wat IS deed heeft niets met de islam te maken. Althans; dat is de visie van Riedijk en anderen naar de buitenwereld toe. En de msm smullen hiervan. In plaats van de teksten die oproepen tot geweld te bekritiseren of onder de loep te nemen, wordt er een nieuwe strijd gevoerd via de media, namelijk de ‘ware’ islam beschermen en duidelijk te maken dat die iets totaal anders zegt dan wat IS en alle andere terreurorganisaties de afgelopen decennia hebben laten zien.

Vreselijke dingen

Iedereen die daar vraagtekens bij stelt wordt afgeschilderd als een ‘islamofoob’ in diverse media hoewel Riedijk wel zegt begrip te hebben voor angst voor de islam bij mensen na alles wat IS heeft gedaan. Wanneer wij zien -en we weten nog lang niet alles wat zich daar heeft afgespeeld- wat er allemaal is gebeurd in IS-gebied, kan het toch niet verwonderlijk zijn dat dit angst inboezemt bij mensen? Zéker wanneer zij ook nog smeken terug te mogen komen en in ons land te willen wonen, maar geen spijt betuigen of laten zien dat zij worstelen met de vreselijke dingen die zij hebben gedaan of waar zij medeplichtig aan zijn. (Sonja Dahlmans)

Hoe media begrip kweken voor jihad ‘strijders’ en ‘bruiden’

Het kan u als lezer niet zijn ontgaan; de vraag wat
wij moeten doen met terugkerende jihadisten werd de afgelopen weken
gepersonifieerd door Shamima Begum. Dit is een Britse jonge vrouw die, nu Islamitische
Staat bijna is verslagen, terug wilde keren naar het Verenigd Koninkrijk met
haar jonge zoontje: Jarrah, zo heet hij, nota bene vernoemd naar een
islamitische jihadist. Opmerkelijk aan deze vrouw is dat zij geen enkele emotie
toont waar het de slachtoffers betreft van IS, de gewelddadige organisatie waarbij
zij zich vrijwillig aansloot. Zonder een spier op haar gezicht te vertrekken vertelt
zij dat ze ‘ok was’ met de onthoofdingen van mensen.

Slachtofferdenken

Ook de slachtoffers van de aanslag tijdens een concert
van Ariana Grande in Manchester door een jihadist vond mevrouw Begum geen enkel
probleem. Dit zou volgens haar namelijk hetzelfde zijn als het doden van
Syriërs door Westerse landen. Dat de groep waar zij zich bij aansloot, IS, ook
burgerslachtoffers maakte, zoals de Yezidi en christenen in Syrië en Irak,
daarover rept Begum met geen woord. Shamima vindt – zo blijkt uit een interview
met haar – dat de inwoners van het Verenigd Koninkrijk ‘sympathie voor haar
zouden moeten opbrengen vanwege alles wat zij heeft meegemaakt.’ De Britse
regering heeft haar de Britse nationaliteit afgepakt. Ook dit kon op geen enkel
begrip van Shamima Begum rekenen, zo vast zit zij in het eigen slachtofferdenken.
Zij overweegt overigens ook nog een Nederlands paspoort aan te vragen zodat zij
in ons land kan wachten tot haar Nederlandse echtgenoot uit de gevangenis komt.

Te extreem

Het kan nog veel gekker; Jeremy Corbyn, de leider van de Britse Labour Party vertelt in een interview dat Shamima Begum volgens hem het ‘recht heeft terug te keren naar Groot-Brittannië’. Daar aangekomen zou zij dan volgens hem wel geconfronteerd moeten worden met vragen en eventuele acties daarna. Maar, zo zegt Corbyn, iemand zijn nationaliteit afpakken is te extreem. Je aansluiten bij een groep die erom bekend staat mensen te onthoofden of in een kooi vastgezet levend te verbranden of juist verdrinken en daar ‘ok’ mee te zijn zoals Shemima Begum onlangs nog aangaf, lijkt mij op z’n zachtst gezegd ook extreem. Wanneer u haar naam zou googelen krijgt u tal van artikelen te zien: bijna alle media hebben wel iets over deze vrouw geschreven.

Zieke manier

Het past allemaal in het platform dat de media al
jaren bieden aan mensen als Begum die zichzelf als slachtoffer zien en van
politici, celebraties en opiniemakers die dit beeld versterken. Ook de taal die
de media gebruiken draagt hieraan bij. Neem bijvoorbeeld het woord
‘jihadbruidje’. Bij het woord bruidje denken de meeste mensen aan een
lieflijke, onschuldige jonge vrouw in het wit die in het huwelijksbootje stapt
met haar geliefde om nog lang en gelukkig te leven zoals sprookjes meestal
eindigen. Wat voor zieke manier van denken maakt dat dit woord wordt gebruikt
voor jonge vrouwen die willens en wetens een veilig land verlaten om zich aan
te sluiten bij een groep mannen die mensen onthoofden, levend verbranden en
vrouwen verkrachten en verhandelen op een slavenmarkt? En daar dan ook nog,
zoals Shemima Begum, ‘ok’ mee zijn?

Op slavenmarkt verhandeld

Ook de naam die wordt gebruikt voor jihadisten, IS
‘strijders’ doet voorkomen alsof wij hier te maken hebben met dappere mannen
die vol vuur strijden voor de goede zaak. Terwijl de waarheid is dat dit mannen
zijn die nietsontziend en zonder enige empathie mannen en vrouwen hebben gedood
en gemarteld, verkracht en op een slavenmarkt hebben verhandeld. Bizar dat deze
mannen en vrouwen ‘bruiden’ en ‘strijders’ worden genoemd, maar de jezidi
steevast als seksslavinnen worden betiteld alsof wat IS van hen maakte, is wat
deze vrouwen bij uitstek typeert. Alsof zij niet meer zijn dan de optelsom van
de gruwelijke daden die tegen hen waren gericht.

Jezidi

Als er een groep is die wij daadwerkelijk strijders kunnen noemen, zijn het wel vrouwen als Pari Ibrahim, de voorvrouw van de Free Yezidi Foundation. Zij is de ware strijder die vol vuur opkomt voor de belangen van haar volk. Juist de manier waarop de jezidi zich hebben weten te handhaven ondanks alle gruwelijkheden die zij zelf of hun familie hebben meegemaakt dient respect in woord en daad van onze kant. (Sonja Dahlmans)

De bekering van Joram van Klaveren (2)

Opmerkelijk genoeg vindt het tweede deel van het gesprek tussen Tijs van de Brink, EO, en ex-PVV’er Joram van Klaveren plaats in een rooms-katholieke kerk (De bespreking van het eerste deel vindt u hier). De reden hiervoor? Van de Brink merkt op: “Ja, die zijn open hé? Daar kun je naar binnen meestal.” Dit wordt door beide heren als een voordeel gezien, twee mannen die beiden een protestants christelijke achtergrond hebben. In de protestantse kerk is de deur dicht wanneer er geen dienst plaatsvindt. In de katholieke Kerk is de deur inderdaad meestal open vanuit de gedachte dat ieder mens tot God mag komen op elk moment en niet alleen tijdens de Heilige Mis.

Kruisdood

In de kerk aangekomen vraagt Van de Brink aan Van
Klaveren waarom hij nu geen christen meer is. Joram van Klaveren antwoordt hier
iets zeer opmerkelijks voor wie de islamitische bronnen kent. Hij geeft aan dat
het idee dat er een moord plaats moet vinden voordat God kan vergeven (christenen
geloven dat Christus de kruisdood stierf voor de vergeving van de zonden) iets
is waar hij zich niet (meer) in kon vinden. Zou God, vraagt Van Klaveren zich
hardop af, niet gewoon kunnen vergeven zonder een dood?

Hellevuur

In de islamitische brontekst Sahih Muslim, een van de twee hadith collecties met bijzondere autoriteit, staan drie ahadith (meervoud van hadith) waarin staat dat Allah de moslims een Jood of christen zal geven die voor de zonden van de moslim zal branden in het hellevuur (Sahih Muslim nummer 6665, 6666 en 6668). “Abu Musa meldde dat Allah’s boodschapper (hiermee wordt Mohammed bedoeld red.) heeft gezegd: Op de Dag van het Laatste Oordeel zal Allah elke moslim een Jood of een christen geven en zeggen ‘dit is je verlossing van het hellevuur’ ” (Sahih Muslim 6665). Joram van Klaveren zegt dat God in de Bijbel zegt barmhartigheid te willen, geen offers, en vindt de kruisdood van Christus daarin niet passen. Hoe hij dit ziet in het idee dat Allah elke moslim een Jood of christen zal geven die voor de daden van de moslim gestraft zullen worden voor de eeuwigheid blijft een interessante vraag.

Gestraft voor zonden

Van Klaveren gaat door met zeggen dat in het Oude en in het Nieuwe Testament staat, onder andere in Ezechiël, dat vaderen niet hoeven te sterven voor hun zonen. Dit staat inderdaad in Ezechiël 18:4 waar God zegt dat alleen wie zondigt zal sterven. Van Klaveren zegt dat binnen het christendom de mensheid gestraft wordt voor de zonden van Adam en impliciet zegt hij dus dat dit binnen de islam niet zo is. Dat is opmerkelijk. In Sahih Bukhari 6614 staat: “De profeet heeft gezegd: ‘Adam en Moses redetwistten met elkaar. Moses zei tot Adam ‘O Adam! Jij bent onze vader die ons teleurgesteld heeft en ons uit het paradijs heeft verdreven.’ ”

Barakah

Er zijn nog meerdere ahadith waarin dit staat. De bewering van Van Klaveren dat dit iets uit het christendom is en niet uit de islam klopt dus niet. Juist binnen het christendom is er verlossing door Christus, iets wat in de islam niet gebeurt, de moslim is afhankelijk van het verzamelen van genoeg ‘barakah: de juiste balans tussen goede en kwade daden waarop de gelovigen worden afgerekend op de Laatste Dag. Ook zegt Van Klaveren dat binnen de islam Jezus ook de Messias genoemd wordt. Dat laatste is waar, maar er is geen enkel theologische verklaring voor deze titel al-Massih, maar dat zegt Van Klaveren er niet bij.

Niet barmhartig

Als laatste de opmerking van Joram van Klaveren over
de kruisiging van Christus die volgens hem ‘zou kunnen hebben plaatsgevonden
als je naar de bronnen kijkt’. Hij doelt hiermee op bronnen binnen de islam die
zeggen dat er een kruisiging heeft plaatsgevonden. Wat hij niet vermeldt is dat
die bronnen juist zeggen dat niet Jezus, maar iemand anders gekruisigd is en
dat Allah het deed lijken alsof het Jezus was voor de aanwezigen bij het Kruis.
Dit is uiteraard in strijd met de bewering van Van Klaveren dat het niet
barmhartig is iemand te laten sterven of iemand te straffen voor de (vermeende)
zonden van een ander, soera 4:157 ‘maar zij doodden hem niet, noch hebben zij
hem gekruisigd, maar het was zo gemaakt dat het leek alsof dit zo was’.

Wrang

De hadith overlevering van Ibn Abbas is hierin nog duidelijker, Jezus vraagt hier aan zijn discipelen: “Wie van jullie naar mijn gelijkenis zal worden gemaakt en in mijn plaats zal worden gedood, hij zal op hetzelfde niveau van het paradijs (de islam kent meerdere lagen of niveaus voor het paradijs) met mij zijn.” De opdracht die christenen in het Evangelie (Mattheus 16:23-25 en Lucas 9:23-25) van Jezus krijgen, wordt hiermee wel heel wrang. Wanneer Jezus namelijk zelf een ander de klus liet klaren zogezegd, zoals in bovenstaande islamitische traditie, heeft hij alle christelijke martelaren door de eeuwen heen iets laten doen waar Hij zelf niet toe bereid was, namelijk de kruisdood sterven. Hoe dít volgens Van Klaveren barmhartig te noemen is, blijft een groot raadsel. (Sonja Dahlmans)

Dit is het tweede artikel over de bekering van Joram van Klaveren. Het eerste vindt u hier.