Tag: Islamitische Staat

‘Ik heb een fout gemaakt’

Tot grote ergernis van velen horen wij van veel terugkerende jihadisten en hun echtgenotes dat het aansluiten bij IS een ‘fout is die zij hebben gemaakt’. Yago Riedijk, zijn vrouw Shamima Begum, Hoda Muthana zijn hier slechts een paar voorbeelden van. Soms laat dit zich vertalen als een interpretatiefout; de tijd bij IS heeft hen niet gebracht wat zij hoopten of IS is niet de ‘ware’ islam. Andere keren is de fout die zij hebben gemaakt slechts het leven in het kalifaat dat toch minder rooskleurig uitpakte dan zij vooraf hadden gehoopt. De msm zwelgen in dit soort terugkeerverhalen en geven steeds opnieuw een podium aan jonge mannen en vrouwen die worden neergezet als slecht geïnformeerde passanten die terecht kwamen in een situatie die zij van te voren beslist niet hadden kunnen voorzien.

Expliciete, gruwelijke beelden

Het tegendeel is waar als je de terrorisme-experts een paar jaar geleden hoorde; toen werd duidelijk gezegd dat de video’s die IS maakte toch vooral werden gemaakt om jongeren te lokken naar het zelfbenoemde kalifaat. De meest gruwelijke video’s waren in omloop en ook de teksten en foto’s in ‘Dabiq’, het magazine van IS, logen er beslist niet om. Geen misdaad te gruwelijk of het werd full color getoond. Deze jongeren wisten heel goed waar zij naartoe gingen en met wie zij te maken hadden. Dat zij er tóch voor kozen te gaan en zich hierbij aan te sluiten en zich niet, zoals je zou verwachten, direct afkeerden na het zien van zulke expliciete, gruwelijke beelden is zeer problematisch. Het is even problematisch dat zij nu ze terug willen keren ontkennen hier iets vanaf te hebben geweten en doen alsof ze nergens iets mee te maken hebben gehad. Wie heeft dan al die gruweldaden gepleegd als niemand verantwoordelijk is en slechts een onnozele passant is geweest? De bewijzen van hun misdaden liegen er niet om; video’s, dode lichamen, verkrachte vrouwen en kinderen, slaven verhandeld op slavenmarkten in onder andere Libië en ga zo maar door. 

Jahilliyah – onwetendheid

Kwalijk in het interview met Yago Riedijk is dat hij voortdurend praat over ‘zij’ wanneer hij het over IS heeft, hiermee pretenderend dat hij zelf daar niets mee te maken had of heeft. Het claimen van onwetendheid is niet nieuw; meerdere jihadisten die terug willen keren beweren dat zij nergens vanaf hebben geweten. Volgens islamexpert dr. Mark Durie in zijn boek The Third Choice, is het menselijke probleem binnen het christendom de erfzonde en binnen de islam onwetendheid. De islam spreekt inderdaad van de periode van voor de islam als de Jahilliyah; de periode van onwetendheid. Maar jahilliyah, met een kleine letter, kan ook een mens zijn/haar onwetendheid zijn. Het woord jahilliyah zou je kunnen zien als een samentrekking van twee termen; jahl, onwetendheid, en van jahaalah, dwaasheid. In dit licht gezien kunnen we de verklaringen van jihadisten als Riedijk en anderen zien; ik was onwetend. Echte schuld bekennen zij nooit, spijt betuigen doen ze ook nauwelijks, ze waren slechts ‘onwetend of dwaas’ en dat kan hen, in hun eigen optiek, niet aangerekend worden. Riedijk gaat zelfs nog verder; hij vindt dat Nederland het goede voorbeeld moet geven en hem en zijn vrouw, Shamima Begum, terug moet laten komen zodat zij samen een toekomst in ons land kunnen opbouwen.

De MSM smullen

De enige keer dat Riedijk heftig reageert in het hele interview is wanneer hij over IS spreekt en zegt: “Ze hebben de reputatie van islam negatief beïnvloedt.” Dát vindt hij erg. Over de slachtoffers van IS en over hun gruwelijke lot spreekt hij niet en, het moet gezegd, de interviewer vraagt er ook nauwelijks naar. Het imago van de islam moet ten alle tijden beschermd worden, terugkerende jihadisten zijn ‘slechts’ onschuldige en onwetende voorbijgangers en wat IS deed heeft niets met de islam te maken. Althans; dat is de visie van Riedijk en anderen naar de buitenwereld toe. En de msm smullen hiervan. In plaats van de teksten die oproepen tot geweld te bekritiseren of onder de loep te nemen, wordt er een nieuwe strijd gevoerd via de media, namelijk de ‘ware’ islam beschermen en duidelijk te maken dat die iets totaal anders zegt dan wat IS en alle andere terreurorganisaties de afgelopen decennia hebben laten zien.

Vreselijke dingen

Iedereen die daar vraagtekens bij stelt wordt afgeschilderd als een ‘islamofoob’ in diverse media hoewel Riedijk wel zegt begrip te hebben voor angst voor de islam bij mensen na alles wat IS heeft gedaan. Wanneer wij zien -en we weten nog lang niet alles wat zich daar heeft afgespeeld- wat er allemaal is gebeurd in IS-gebied, kan het toch niet verwonderlijk zijn dat dit angst inboezemt bij mensen? Zéker wanneer zij ook nog smeken terug te mogen komen en in ons land te willen wonen, maar geen spijt betuigen of laten zien dat zij worstelen met de vreselijke dingen die zij hebben gedaan of waar zij medeplichtig aan zijn. (Sonja Dahlmans)

Hoe media begrip kweken voor jihad ‘strijders’ en ‘bruiden’

Het kan u als lezer niet zijn ontgaan; de vraag wat wij moeten doen met terugkerende jihadisten werd de afgelopen weken gepersonifieerd door Shamima Begum. Dit is een Britse jonge vrouw die, nu Islamitische Staat bijna is verslagen, terug wilde keren naar het Verenigd Koninkrijk met haar jonge zoontje: Jarrah, zo heet hij, nota bene vernoemd naar een islamitische jihadist. Opmerkelijk aan deze vrouw is dat zij geen enkele emotie toont waar het de slachtoffers betreft van IS, de gewelddadige organisatie waarbij zij zich vrijwillig aansloot. Zonder een spier op haar gezicht te vertrekken vertelt zij dat ze ‘ok was’ met de onthoofdingen van mensen.

Slachtofferdenken

Ook de slachtoffers van de aanslag tijdens een concert van Ariana Grande in Manchester door een jihadist vond mevrouw Begum geen enkel probleem. Dit zou volgens haar namelijk hetzelfde zijn als het doden van Syriërs door Westerse landen. Dat de groep waar zij zich bij aansloot, IS, ook burgerslachtoffers maakte, zoals de Yezidi en christenen in Syrië en Irak, daarover rept Begum met geen woord. Shamima vindt – zo blijkt uit een interview met haar – dat de inwoners van het Verenigd Koninkrijk ‘sympathie voor haar zouden moeten opbrengen vanwege alles wat zij heeft meegemaakt.’ De Britse regering heeft haar de Britse nationaliteit afgepakt. Ook dit kon op geen enkel begrip van Shamima Begum rekenen, zo vast zit zij in het eigen slachtofferdenken. Zij overweegt overigens ook nog een Nederlands paspoort aan te vragen zodat zij in ons land kan wachten tot haar Nederlandse echtgenoot uit de gevangenis komt.

Te extreem

Het kan nog veel gekker; Jeremy Corbyn, de leider van de Britse Labour Party vertelt in een interview dat Shamima Begum volgens hem het ‘recht heeft terug te keren naar Groot-Brittannië’. Daar aangekomen zou zij dan volgens hem wel geconfronteerd moeten worden met vragen en eventuele acties daarna. Maar, zo zegt Corbyn, iemand zijn nationaliteit afpakken is te extreem. Je aansluiten bij een groep die erom bekend staat mensen te onthoofden of in een kooi vastgezet levend te verbranden of juist verdrinken en daar ‘ok’ mee te zijn zoals Shemima Begum onlangs nog aangaf, lijkt mij op z’n zachtst gezegd ook extreem. Wanneer u haar naam zou googelen krijgt u tal van artikelen te zien: bijna alle media hebben wel iets over deze vrouw geschreven.

Zieke manier

Het past allemaal in het platform dat de media al jaren bieden aan mensen als Begum die zichzelf als slachtoffer zien en van politici, celebraties en opiniemakers die dit beeld versterken. Ook de taal die de media gebruiken draagt hieraan bij. Neem bijvoorbeeld het woord ‘jihadbruidje’. Bij het woord bruidje denken de meeste mensen aan een lieflijke, onschuldige jonge vrouw in het wit die in het huwelijksbootje stapt met haar geliefde om nog lang en gelukkig te leven zoals sprookjes meestal eindigen. Wat voor zieke manier van denken maakt dat dit woord wordt gebruikt voor jonge vrouwen die willens en wetens een veilig land verlaten om zich aan te sluiten bij een groep mannen die mensen onthoofden, levend verbranden en vrouwen verkrachten en verhandelen op een slavenmarkt? En daar dan ook nog, zoals Shemima Begum, ‘ok’ mee zijn?

Op slavenmarkt verhandeld

Ook de naam die wordt gebruikt voor jihadisten, IS ‘strijders’ doet voorkomen alsof wij hier te maken hebben met dappere mannen die vol vuur strijden voor de goede zaak. Terwijl de waarheid is dat dit mannen zijn die nietsontziend en zonder enige empathie mannen en vrouwen hebben gedood en gemarteld, verkracht en op een slavenmarkt hebben verhandeld. Bizar dat deze mannen en vrouwen ‘bruiden’ en ‘strijders’ worden genoemd, maar de jezidi steevast als seksslavinnen worden betiteld alsof wat IS van hen maakte, is wat deze vrouwen bij uitstek typeert. Alsof zij niet meer zijn dan de optelsom van de gruwelijke daden die tegen hen waren gericht.

Jezidi

Als er een groep is die wij daadwerkelijk strijders kunnen noemen, zijn het wel vrouwen als Pari Ibrahim, de voorvrouw van de Free Yezidi Foundation. Zij is de ware strijder die vol vuur opkomt voor de belangen van haar volk. Juist de manier waarop de jezidi zich hebben weten te handhaven ondanks alle gruwelijkheden die zij zelf of hun familie hebben meegemaakt dient respect in woord en daad van onze kant. (Sonja Dahlmans)

Strijd de goede strijd!

Machteld Allan, arabiste en rechtsfilosofe (zij doceert aan de universiteit van Leiden), werkt aan een proefschrift over Ibn Taymiyya. In het verlengde hiervan vertaalde Allan een boek, Bid, Vecht en Heers, van deze islamitische denker die vaak gezien wordt als de inspiratiebron van vele jihadisten. Donderdag 14 februari werd het eerste exemplaar van dit boek overhandigd aan Martin Bosma. De auteur en Bosma, Kamerlid voor de PVV, waren beiden bevriend met wijlen Hans Jansen, arabist en islamkenner van het eerste uur. Omdat de heer Jansen inmiddels is overleden, wilde de auteur daarom het boek overhandigen aan de heer Bosma, vanwege hun gezamenlijke vriendschap.

Salafisme

Tijdens de feestelijke uitreiking van het eerste exemplaar van Bid, Vecht en Heers zegt de uitgever, Prometheus, dat dit “een belangrijk boek is ook voor onze tijd”. Mevrouw Allan zelf geeft aan wat er zo belangrijk is aan een boek van een islamitische denker uit de dertiende eeuw na Christus voor onze huidige tijd. Juist wat nu in de volksmond is gaan heten het salafisme laat zich inspireren door het gedachtengoed van deze Ibn Taymiyya. Ook Abdul Wahhab, die gezien wordt als de grondlegger van het wahabisme, liet zich al in de achttiende eeuw door Ibn Taymiyya zijn werk inspireren.

Invloedrijk werk

Omdat dit boek geen boek is van Allan zelf, maar een vertaling van het werk van Ibn Taymiyya, krijgt de lezer ervan als het ware een kijkje in de denkwereld niet alleen van deze islamitische geleerde, maar juist ook van de jihadist van nu die zich hierdoor laat inspireren. Wat beweegt deze mensen, niet alleen wat betreft hun denken over mens en maatschappij, maar juist ook wat hen religieus motiveert? Door dit invloedrijke werk van vroeger in het Nederlands te vertalen is het voor iedereen nu toegankelijk en mogelijk meer hiervan te weten te komen.

Rede

Martin Bosma krijgt het eerste exemplaar vervolgens overhandigd uit de hand van de auteur en maakt in zijn woord van dank een belangrijke opmerking. Sint Thomas van Aquino en Ibn Taymiyya waren leeftijdgenoten van elkaar. Van Aquino stelde dat de rede belangrijk was, terwijl Ibn Taymiyya deze juist min of meer terzijde schoof. Door de rede, zo stelt Bosma, is het Westen in staat geweest de wetenschap, de kunst, het onderwijs, de vrijheid van meningsuiting en alle andere rijkdommen van onze cultuur te ontwikkelen.

Zelfcensuur

Juist al deze zaken staan nu onder druk onder andere door de dreiging van terreur vanuit het salafisme. Niet alleen door de aanslagen die er in meerdere landen in Europa zijn geweest, te denken valt aan België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje enzovoort,  maar ook omdat de angst voor het geweld zo groot is dat velen inmiddels zelfcensuur plegen. Cabaretiers maken bepaalde grappen niet meer, niet elke docent durft nog over de Holocaust te spreken in de klas. In Oostenrijk -zo werd onlangs bekend- dragen inmiddels ook niet-islamitische meisjes een hoofddoek om zo te kunnen ontkomen aan de ongewenste handtastelijkheden van islamitische jongens.

Ramadan

Een initiatief van islamitische jongeren uit verschillende landen in Europa, giveitup4ramadan genaamd, spoort ook niet-moslims aan mee te doen aan de ramadan om ‘radicalisatie tegen te gaan’. Het idee is dat radicalisering niet door islamitische bronteksten zoals die van Ibn Taymiyya gaan, maar door uitsluiting van islamitische jongeren in onze maatschappij. Om dit gevoel van buitengesloten te zijn te voorkomen, wordt iedereen aangeraden mee te doen aan de ramadan. De omgekeerde wereld; het probleem wordt dus verlegd van de jihadisten naar de samenleving die kennelijk radicalisering in de hand zou werken door niet inclusief genoeg te zijn. Verbinding is de oplossing, niet het analyseren van de bronteksten van de islam, is het mantra.

‘Strijd goede strijd!’

Machteld Allan begint zelf haar speech door aan te geven dat het eigenlijk slecht nieuws is vanwege het feit dat Islamitische Staat nog altijd min of meer actief is. Allan noemt ook een onlangs uitgekomen onderzoeksrapport van het Verwey-Jonker Instituut waarin de conclusie is dat het wel meevalt met het salafisme en dat men dit niet allemaal negatief moet zien. Juist daarom is het van belang dit boek te lezen. De heer Bosma eindigde de avond met de woorden van wijlen Hans Jansen: “Strijd de goede strijd!”

nl_NLDutch
nl_NLDutch