Tag: Johan Huizinga

Nederland. Hoe dacht Johan Huizinga erover?

De vrolijk wapperende nationale driekleur. Onze molens, tulpen, draaiorgels en carillons. Het koffiedrinken om elf uur. De blonde duinen en stranden. Kippenvel bij het Wilhelmus in het stadion. De meeste Nederlanders hebben wel een beeld bij ‘Nederland’. Toch zullen er markante verschillen zijn tussen mensen die in de jaren vijftig of eerder zijn geboren en wie van later dateren. Iedereen is het erover eens dat in de jaren zestig in westerse landen een proces op gang kwam dat ook ons land veranderde. Niet alleen materieel en uiterlijk, maar ook geestelijk.

Wie op zoek gaat naar de Nederlandse identiteit, loopt tegen het probleem van die verandering aan. Die ontneemt ons als het ware het zicht op wie we werkelijk waren en wellicht nog steeds zijn.

Heropvoeders

Die omslag werd veroorzaakt door het samenvallen van een aantal zaken. Op de eerste plaats kwam in de jaren zestig de economie op stoom. Er vond een ongekende stijging van de welvaart plaats, die brede lagen van de bevolking omvatte. Het massa-onderwijs maakte de vanouds behoudende en burgerlijke bevolking ontvankelijker voor de nieuwe massamedia, zoals de televisie. Onder invloed van de zich verbreidende linkse ideologie gingen die zich als heropvoeders van het volk zien. Er vormde zich bovendien een speciale, links georiënteerde cultuur voor jongeren van popmuziek, drugsgebruik en een losse seksuele moraal. Weinigen wisten daaraan te ontsnappen.

De pil

De lossere seksuele moraal werd sterk in de hand gewerkt door de uitvinding en snelle verspreiding van ‘de pil’, met ook alle demografische en culturele gevolgen van dien. Het traditionele huwelijk en gezin kwamen onder druk te staan. Echtscheiding werd in de wet vergemakkelijkt en abortus en euthanasie werden gelegaliseerd. Ontwikkelingen die niet uniek waren voor Nederland, maar die zijn verzuilde samenleving en demografie als een sloopkogel troffen.

Hoofddoekje

Terwijl Nederland zich altijd als een overbevolkt emigratie-land had gezien, kwam bovendien een immigratiestroom op gang. Door de teruglopende bevolkingsgroei als gevolg van pil en verminderde huwelijkszekerheid kreeg immigratie van goedkope arbeidskrachten in Nederland, hoewel aanvankelijke puur economisch gemotiveerd, een oppervlakkige demografische plausibiliteit als ‘aanvullende’ bevolking. In latere decennia zou het eerste stroom gastarbeiders zich – onder andere via gezinshereniging – verwijden tot massa-immigratie die het straatbeeld in Nederland onherkenbaar zou veranderen. De immigranten hadden een ander uiterlijk, waren vaak islamitisch en, waar het hun kernwaarden betrof, niet van plan zich aan Nederland aan te passen. Het hoofddoekje is het symbool van deze uitdagende niet-aanpassing.

Willem Drees

De allochtonen werden in deze houding aangemoedigd door links Nederland dat hen als een nieuwe achterban verwelkomde, toen de Nederlandse arbeidersklasse wegliep naar andere, veelal rechtsere partijen. Een opmerkelijk gegeven is dat bij alle partijen hoog aangeschreven socialistische voorman en premier Willem Drees (1886-1988) in de jaren zeventig als hoogbejaard oud- politicus demonstratief de Partij van de Arbeid verliet, omdat hij het aanmoedigen van immigratie niet in het belang van Nederland vond.

Johan Huizinga

Voor wie alleen naar het Nederland en zijn cultuur van nu kijkt, valt het na alle veranderingen niet meer mee er de essentie van te bepalen. Daarvoor zijn de veranderingen en gelijkschakelingen van de laatste decennia te ingrijpend geweest. Daarom is het goed hierover bij een van Nederlandse belangrijkste historici te rade te gaan, Johan Huizinga. In de politiek tumultueuze jaren dertig hield hij een rede die hij later uitwerkte tot een klassiek boek Nederlands geestesmerk (1934).

Vrijheid

In die jaren waarin rondom ons een heerszuchtig nationalisme opkwam, wees Huizinga erop dat Nederland door zijn historische wording de vrijheid als kernwaarde heeft. Dat is iets om trots op te zijn. Dit vrijheidsbesef wortelt in de middeleeuwen. Denk daar niet lichtvaardig over, aldus Huizinga: “De meeste staten van Europa hebben hun vorming te danken aan een beginsel van heerschappij. Er zijn er maar enkele, die aan een strijd om vrijheid hun bestaan en hun wezen danken. Een ervan is Nederland. Vrijheid, hoe eng ook verstaan, is de gist van onze natie geweest. Laat Nederland met het kostbaar erfgoed van vrijheid voorzichtig zijn.”

Eigen taal koesteren

Essentieel voor de vorming van de Nederlandse cultuur was de middeleeuwse vorming van een eigen taal. Pas als je die hebt, kun je vanuit je eigenheid vreemde invloeden goed verwerken. Huizinga: “Die mogelijkheid tot gelijkmatige verwerking van verschillende vreemde culturen berust bovenal op ons bezit van een eigen taal.” Ook al is dat soms een handicap om onze eigen boodschap te verspreiden, onze eigen taal “houdt ons onpartijdig, zij geeft ons een eigen spiegel, om het vreemde in op te vangen.” We moeten onze eigen taal dus koesteren, zonder in overdreven purisme te vervallen. Vreemde woorden kunnen er ook hun plaats in krijgen, als dat zinvol is. “Houd het Nederlands zo, dat het goed Nederlands en tevens zo internationaal mogelijk is.”

Middeleeuwse vrijheden

In de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelt Nederland zich tot een zelfstandige staat. “Zoo wonderbaarlijk als het ontstaan van dien staat, zoo vreemd was zijn aard en zoo verbijsterend zijn wasdom”, aldus Huizinga. “In de eeuw, waarin bijna overal het absolutisme troef is, waarin de regeringen, waar zij kunnen, de oude middeleeuwse vrijheden opruimen, om er een straf regeringsstelsel van bovenaf voor in de plaats te stellen, leverde de Nederlandse staat het bewijs, dat ook op die verouderden grondslag van particuliere vrijheid en zelfstandigheid der onderdelen nog te bouwen viel.”

Gelijkgestemdheid

Nederland ontworstelde zich aan Spanje, maar ging daarmee door op zijn eigen weg. Het leidde tot de fameuze Gouden Eeuw: “In de vrije Nederlanden trok zich, voor den tijd van ongeveer een eeuw, als ’t ware alles samen, wat in het Europa der zeventiende eeuw hoge beschaving betekende”, aldus Huizinga. Wat volgde was een proces van geleidelijke “gelijkgestemdheid” van wat nu Nederland is. Dat grondgebied was doormidden gebroken, en Holland benutte de zuidelijke katholieke provincies als buffergebied zonder zelfbestuur: de generaliteitslanden. Toch zou het zich ontwikkelende nationale besef zich ten slotte ook tot die provincies uitbreiden.

Westelijkheid

“Een wonderlijk lotsbestel heeft ons volk, gescheiden van de oorspronkelijken stam, tot een edel deel van West-Europa gemaakt”, meende Huizinga in 1934. “Over Delfzijl en Vaals loopt de grens tussen West- en Middel-Europa. In onze westelijkheid ligt onze kracht en de reden van ons bestaan. Wij horen aan de Atlantische kant. Ons zwaartepunt ligt op en over zee. Ons gezelschap is dat der Westelijke volken.”

Minaretten en koepeltjes

Huizinga kon weinig vermoeden dat slechts enkele decennia later een migratiestroom van niet-westerse allochtonen naar Nederland op gang zou komen. De nationale ‘gelijkgestemdheid’ zou steeds meer verstoord raken. Dat minaretten en koepeltjes van moskeeën deel zouden gaan uitmaken van de skyline van Nederlandse steden, had voor de jaren zestig niemand voor mogelijk gehouden.

Vrijheidstraditie bedreigd

Maar ook lange tijd daarna is het wensdenken blijven heersen dat de nieuwkomers zich geleidelijk bij de Nederlandse “gelijkgestemdheid” zouden aansluiten. Gezien het feit dat volgens onderzoek inmiddels al twee derde van de Nederlanders vindt dat de nationale identiteit onder druk staat, is daar weinig van terecht gekomen. Daaruit volgt logisch dat ook de Nederlandse vrijheidstraditie en cultuur, die zich vanaf de middeleeuwen in onze streken gevormd hebben, worden bedreigd. Laten we daarom Huizinga’s waarschuwing ter harte nemen: “Laat Nederland met het kostbaar erfgoed van vrijheid voorzichtig zijn.”

doneerCultuur onder Vuur zet zich in voor de Nederlandse cultuur en christelijke tradities. Steun onze strijd met een gift!