Tag: katholieke kerk

Wat wij kunnen leren van het coronavirus in Italië

Door Julio Loredo (in quarantaine in Milaan, Italië)

Wanneer toekomstige historici de enorme crisis die door het coronavirus is ontstaan bestuderen, zullen ze veel vragen stellen, waarvan sommige misschien al beantwoord zijn. Te midden van de crisis van vandaag, met Italië nog steeds in quarantaine, moeten we het doen met de vragen, die niet weinig of onbeduidend zijn.

De coronacrisis brengt veel tegenstrijdigheden en tekortkomingen van onze moderne wereld aan het licht, die lang op de achtergrond zijn gebleven, begraven door het heersende optimisme. Misschien moeten we, gebruikmakend van de extra tijd die ons ter beschikking staat, deze vragen nu aan de orde stellen en proberen er enkele lessen uit te trekken.

Lees ook: 6 manieren waarop klimaatideologen misbruik maken van de coronacrisis

De kwetsbaarheid van de moderne wereld

De eerste vraag betreft de kwetsbaarheid van de moderne wereld. Het is werkelijk verbazingwekkend hoe zo een klein en zelfs microscopisch wezen een wereld op de knieën kan krijgen die er prat op gaat solide, krachtig en duurzaam te zijn. De economie is tot stilstand gekomen nu de beurzen kelderen. Winkels zijn gesloten, vluchten geannuleerd en wegen verlaten. We zien dat evenementen worden uitgesteld, dat sportactiviteiten worden verboden en dat de grenzen worden gesloten.

Vroeger dachten we dat dit soort dingen alleen konden gebeuren als gevolg van een wereldoorlog of een buitengewone natuurramp. Nu zien we echter dat dit niet het geval is. De boosdoener is een piepklein wezen van een paar micron groot. Het verstoorde ons leven en verbrijzelde de mythe van de stabiliteit van de wereld.

Dit is een grote eerste les als we willen luisteren naar de tekenen van de tijd.

Onze-Lieve-Vrouw sprak in Fatima over een reeks plagen die zouden vallen op de zondige mensheid, gevolgd door een algemene bekering en het daaruit voortvloeiende herstel van de christelijke beschaving. Velen hebben geen acht geslagen op haar woorden, niet vanwege een doctrinair bezwaar, maar vanwege de overtuiging – meer pragmatisch dan intellectueel – dat deze wereld eeuwig zou duren. Ze geloofden dat ze er ongestoord van konden blijven genieten. De coronacrisis leert ons echter dat zaken kunnen veranderen en zelfs snel. We kunnen niets als vanzelfsprekend beschouwen. Deze stand van zaken is niet eeuwig. Alles kan verdwijnen, alleen God is eeuwig.

Lees ook: Het coronavirus is een oproep om terug te keren naar God

Van crimineel tot held: de Chinese transformatie…

De tweede vraag betreft deze Chinese manoeuvres in de crisis. De komende jaren zullen historici het moeilijk vinden om uit te leggen hoe China het coronavirusverhaal zo heeft gemanipuleerd dat het zich in een paar weken tijd van een crimineel tot een held heeft getransformeerd.

De epidemie begon in China, waar ze zich verspreidde door de extreme verwaarlozing en arrogantie van de communistische regering in Peking. Het eerste teken van de epidemie was een uitbraak van bronchitis in Wuhan op 17 november 2019. De geïnfecteerden hadden één ding gemeen: ze bezochten de open veemarkt van de stad. Reeds op 15 december hebben Drs. Ai Fen en Li Wenliang alarm geslagen over een voortwoekerende epidemie. Op 30 december werd Dr. Wenliang gearresteerd voor het “verspreiden van vals nieuws”. Op 7 januari publiceerde de Wall Street Journal een rapport over de uitbraak. De regering in Peking reageerde door haar journalisten uit te zetten. De autoriteiten verboden ook verdere berichten onder zeer strenge straffen. Nu de epidemie niet meer onder controle is, heeft president Xi Jinping pas op 30 januari een openbare verklaring afgelegd. Drie dagen later heeft hij de noodtoestand afgekondigd.

Als China eind november snel had gereageerd door de betreffende markt in Wuhan af te sluiten, zou er vandaag waarschijnlijk geen epidemie zijn. De echte boosdoener is China. Er rijzen twee onderling verweven vragen: waarom heeft China zo gehandeld? Waarom beschuldigt niemand China van onrechtvaardigheid?

Lees ook: het beste medicijn tegen corona-angst

Het antwoord op de eerste vraag wordt verklaard door de totalitaire mentaliteit die eigen is aan het communisme. Dergelijke regimes reageren altijd met het geheimhouden van alles wat hun imago zou kunnen schaden. Dit gebeurde in 1986 met de Tsjernobyl-ramp, en met de Koersk-onderzeeërramp in 2000. Deze mentaliteit verklaart echter niet alles.

Een andere factor is de terughoudendheid om de Chinese economie, waarvan de helft van de wereld nu afhankelijk is, te verstoren. De wereldmachten gaven er de voorkeur aan om de Chinese locomotief draaiende te houden, zelfs met het risico op een pandemie. Een zekere kapitalistische mentaliteit sluit aan bij de fouten van de communistische mentaliteit. Deze medeplichtigheid helpt de tweede vraag te beantwoorden: de reden waarom de Chinezen niet kunnen worden aangesproken of beschuldigd is dat ze zelf het mes in de handen hebben.

Een van de grote raadsels van onze tijd – een echt mysterie van onrechtvaardigheid – is hoe het Westen, dat prat gaat op zijn democratische en liberale karakter, zich zo dienstbaar heeft onderworpen aan een dictatoriale regering die wordt gedomineerd door een communistische partij. Om geld te verdienen steekt het Westen bewust en vrijwillig de kop in de guillotine. Kan het een wonder zijn dat de beul nu aan de hendel trekt?

In de loop van haar tweeduizend jaar durende geschiedenis heeft de Kerk in Italië te maken gehad met vele vreselijke epidemieën, zoals de pest van Rome in 590 of die van Milaan in 1578 en 1630. De Bruid van Christus reageerde altijd met een bovennatuurlijke geest, bleef dicht bij de gelovigen, bemoedigde hen in gebed en boetedoening en vermenigvuldigde hun toegang tot de sacramenten. Grote heiligen zoals de heilige Charles Borromeo keerden uit Lodi terug naar Milaan terwijl de burgerlijke autoriteiten op de vlucht waren. De heilige Aloysius Gonzaga koos ervoor bij de zieken in het Romeinse College te blijven en het heldhaftige gebaar met zijn leven te betalen. In tijden van plagen was het de overheersende opvatting van de Kerk om haar zorg voor de zielen nieuw leven in te blazen.

Voor het eerst in haar geschiedenis heeft de Italiaanse kerkelijke hiërarchie – op enkele opmerkelijke uitzonderingen na – de gelovigen in de steek gelaten door hen te beroven van geestelijke steun. De bisschoppen legden de communie voor het eerst in de hand en namen alle heilig water weg. Daarna hebben ze alle missen en religieuze ceremonies, inclusief begrafenissen, tegengehouden. Alle kerken werden onmiddellijk gesloten. Elke overtreding van de regels kan leiden tot de gevangenneming van de “rebelse” priester. Velen gaven aan dat het erger was dan in de Sovjettijd.

Als de gezondheidsnorm is om de afstand tussen de mensen te bewaren om te voorkomen dat ze elkaar aanraken, waarom vieren we dan geen missen met de gelovigen die over de hele kerk verspreid zijn? Zou het aantal missen niet vermenigvuldigd kunnen worden om de gelovigen de hele dag door op deze manier aanwezig te laten zijn? Kunnen de missen niet worden gevierd op het openbare plein, waarbij de gelovigen rustig buiten worden opgesteld en de nodige veiligheidsafstanden in acht worden genomen? Niets van dit alles lijkt te zijn overwogen. In plaats daarvan hebben de bisschoppen ervoor gekozen de gelovigen de sacramenten te ontnemen op het moment dat ze die het hardst nodig hebben.

Riccardi raakt dit punt aan in het hierboven geciteerde artikel: “Het is prima om drukke missen te vermijden. Het is echter niet duidelijk waarom aanbidding en gebeden verboden zijn, als ze in veiligheid worden beoefend. Misschien begrijpen niet alle besluitvormers de speciale betekenis van de mis voor gelovigen, waarvan de oude martelaren zeiden: “Sine Dominicum non possumus” (We kunnen niet zonder de zondag). Deze keer is de Kerk volledig ingestort, zoals Fabio Adernò aangeeft in een artikel op de blog van Vaticaans-expert Marco Tossati: “De beperkingen van de christelijke eredienst die de veranderende gebeurtenissen in de geschiedenis in bepaalde omstandigheden met zich meebrengen, zijn door de Kerk altijd geleden in de vorm van vervolging en martelaarschap, en nooit bewust gekozen met een relativistische of volgzaamheidsgeest”. Simpel gezegd, wat de vijanden van de Kerk vroeger deden, doet nu de hiërarchie.

Zeker, van Caesar kan niet worden verlangd dat hij de redenen van God begrijpt. Maar we kunnen en moeten wel van de bisschoppen eisen dat ze de superieure redenen van God bevestigen, in plaats van zich schaamteloos voor Caesar te buigen.

Na een week van toepassing van deze normen is de situatie enigszins veranderd. Naar aanleiding van een openlijke aanbeveling van Paus Franciscus (die eerder iets heel anders had gezegd) hebben sommige Italiaanse bisdommen, waaronder Rome, nieuwe normen uitgevaardigd die de opening van kerken aan het oordeel van de parochiepriester overlaten. Deze norm geldt alleen voor parochiale kerken. Er wordt geen melding gemaakt van missen of sacramenten. Het lijkt erop dat de hiërarchie heeft geluisterd, althans gedeeltelijk, naar de roep van het volk. De geestelijkheid moet echter de leidersrol op zich nemen en niet de gelovigen. Riccardo Cascioli heeft gelijk als hij schrijft: “De kerkelijke hiërarchie is in een staat van mentale verwarring”.

Laten we nog een laatste punt aansnijden. Afgezien van het oordeel of deze pandemie kan worden geïnterpreteerd als een goddelijke straf, blijft het voor de hand liggend dat het een uitstekende gelegenheid zou zijn om te prediken, vooral omdat het een vastenperiode is waarin we ons moeten concentreren op het vreselijke maar verlossende lijden van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus. De epidemie heeft duidelijk veel gewetens door elkaar geschud, die meestal overweldigd worden door het verlangen om van het leven te genieten. De mensen staan veel meer open voor hemelse overwegingen, wat mogelijkheden biedt voor de zuiverende tussenkomst van de goddelijke genade. In dit geval is het stilzwijgen van de hiërarchie echter tragisch. Zonder hun bedoelingen te beoordelen, zien we een gebrek aan een bovennatuurlijke gerichtheid die werkelijk verontrustend is. Op enkele uitzonderingen na zwijgen ze, terwijl ze des te meer zouden moeten spreken.

Dit waren enkele vragen – de meeste onbeantwoord – die worden opgeroepen door de situatie die is ontstaan door de verspreiding van dit vreemde wezen, niet groter dan 50 duizendste van een millimeter, dat ons leven op zijn kop zet.

Bescherm Peerke Donders tegen de politiek-correcte beeldenstorm!

Politiek-correcte fanatici dreigen een brute beeldenstorm te ontketenen tegen de Nederlandse priester Peerke Donders.

De Keti Koti-werkgroep eist verwijdering van Peerke Donders’ beeld, dat in Tilburg staat.

Het zou voor kolonialisme en, o verrassing!, racisme staan. De werkgroep zegt: “Wat het uitbeeldt, is superioriteit.”

Wat het beeld echt uitbeeldt is het tegenovergestelde: christelijke dienstbaarheid.

Het beeld toont een Peerke die zich ontfermt over een doodzieke lepralijder. Dit met groot gevaar voor eigen leven, want lepra is besmettelijk.

Peerke is daarmee het toonbeeld van belangeloze barmhartigheid, van nederige dienstbaarheid.

Maar niet voor de politieke-correcte extremisten! Want de lepralijder is toevallig zwart. En een gezonde blanke die zich ontfermt over een lepralijder met zwarte huidskleur, dat vinden de drammers hartstikke racistisch.

Dus roept de Keti Koti-werkgroep op tot verwijdering van het standbeeld.

Maar dat laten wij niet gebeuren!

Peerke Donders is niet voor niets zalig verklaard door de katholieke Kerk. Hij is geen racistisch figuur maar heeft juist heldhaftige naastenliefde getoond voor zijn medemensen, of ze nu blank of zwart waren.

Peerke is een Nederlander om trots op te zijn! Teken daarom de petitie aan Theo Weterings, burgemeester van Tilburg. De burgemeester moet zwart op wit beloven het standbeeld te behouden. Laat Peerke Donders niet sneuvelen door de politiek-correcte beeldenstorm!


Uw gegevens worden verwerkt door Stichting Civitas Christiana, zodat wij u in de toekomst op de hoogte kunnen houden van onze campagnes. Wij respecteren de privacy van alle deelnemers aan deze campagne. De stichting stelt zich ten doel de christelijke beschaving te verdedigen in Nederland. U hebt te allen tijde het recht uw gegevens in te zien, te wijzigen of te verwijderen. Stichting Civitas Christiana houdt zich in alle gevallen aan de eisen die de Wet Bescherming Persoonsgegevens stelt.

Thomas Aquino: terreur pleit voor onwaarheid van islam

Thomas Aquino, de geleerde die gezien wordt als een van de meest vooraanstaande filosofen en theologen uit de Middeleeuwen, heeft een bijtende kritiek geleverd op de islam. Hij baseerde zich daarbij voor een groot deel op de aanvechtbare karaktereigenschappen en methoden van zijn stichter Mohammed.

Menselijk tekort

De website Breitbart meldt dat “volgens Aquino de islam vooral onwetende, brute en vleselijke mensen aanspreekt”. De islam “verspreidt zich immers niet door de kracht van zijn argumenten of door goddelijke genade, maar door de macht van het zwaard. Aquino, die een scherp oog had voor het menselijk tekort, was vertrouwd met het werk van de islamitische filosofen van zijn tijd, zoals Avicenna, Algazel en Averroes – en hij behandelde die in zijn eigen geschriften.

Kerkleraar

Aangezien de islam gesticht en verspreid is in de zevende eeuw, leefde Aquino – die door katholieken als een heilige en kerkleraar wordt gezien – in een tijd die dichter bij die van Mohammed ligt dan bij onze eigen tijd. In een van zijn belangrijkste werken, de omvangrijke Summa contra gentiles, die Aquino tussen 1258 en 1264 schreef, voerde de geleerde argumenten aan voor de waarheid van het christendom tegenover andere geloofssystemen, met inbegrip van de islam.

Vleselijke genietingen

Aquino zet de verspreiding van het christendom af tegen die van de islam, en voert aan dat veel van het vroege succes van het christendom samenhing met het wijdverspreide geloof in de wonderen van Jezus, terwijl de verspreiding van de islam gebaseerd was op de belofte van vleselijke genietingen en wapengeweld. Mohammed, zo schrijft Aquino, ‘verleidde de mensen door beloften van zinnelijke genietingen waartoe de begeerte van het vlees ons aanzet. Zijn leer bevatte ook voorschriften die in overeenstemming waren met zijn beloften, en hij gaf de vrije teugel aan zinnelijke genietingen.’

Beperkte wijsheid

Een dergelijk aanbod, stelde Aquino, sprak een zeker mensentype aan dat beperkt is in deugd en wijsheid. ‘In dit alles, zoals te verwachten, werd hij (Mohammed, red.) gehoorzaamd door vleselijke mensen’, schreef hij. ‘Wat de bewijzen voor zijn leer betreft, voerde hij alleen die aan die begrepen konden worden door het natuurlijke vermogen van iedereen met een zeer beperkte wijsheid. Hij vermengde in feite de waarheden die hij leerde met vele fabels en leerstukken van de grootste onwaarheid.’

Totaal onwetend

Vanwege de zwakheid van de beweringen van de islam, zo voerde Aquino aan, ‘geloofden wijze mensen, die onderwezen waren in goddelijke en menselijke dingen, hem al vanaf het begin niet’. Degene die hem daarentegen wel geloofden ‘waren brute mensen en woestijnnomaden, totaal onwetend over alle goddelijke lering. Door hun aantal dwong Mohammed anderen met wapengeweld zijn volgelingen te worden.’

Macht van wapenen

De gewelddadige verspreidingsmethoden van de islam waren voor Aquino in het bijzonder onovertuigend, omdat hij vond dat het gebruik van een dergelijk geweld niet de waarheid van iemands beweringen bewijst, en dat dit typisch de middelen zijn die door slechte mensen worden aangewend. ‘Mohammed zei dat hij gezonden was met macht van wapenen’, aldus Aquino, ‘wat tekenen zijn waar zelfs rovers en tirannen geen tekort aan hebben.’”

doneerCultuur onder Vuur zet zich in voor de Nederlandse cultuur en christelijke tradities. Steun onze strijd met een gift!

5 redenen waarom slavernij geen Nederlandse erfzonde is

Als de politiek-correcte visie op de vaderlandse geschiedenis één dogma kent, dan is het de slavernij als de collectieve erfzonde van Nederland. Liefst hebben politiek-correcte racisme-roepers dat wij Nederlanders constant de zweep over de eigen rug halen. En dat wij flink aan herstelbetalingen doen.

Ook in de Zwarte Pieten-discussie is de slavernij een geliefde stok om Nederland mee te slaan. Zwarte Piet is een zwarte knecht van een blanke baas, en dus een overblijfsel van de slavernij. Dat is de gedachte.

Slavernij is verwerpelijk, laten we dat vooropstellen. Maar is het de collectieve erfzonde van Nederland? Dat is dwaze overdrijving. Tijd om de slavernij en de Nederlandse rol daarbij in perspectief te plaatsen. Tijd voor vijf redenen om Nederland eens niet als de grote boeman te zien.

1. Slavernij was lange tijd vrij vanzelfsprekend

Slavernij heeft een lange geschiedenis. In de meeste culturen werd slavernij historisch als iets vanzelfsprekends gezien. Als je een andere stam, stad of rijk verovert worden de overwonnenen vaak automatisch eigendom van de overwinnaars. Eerlijk buit, zo vonden de overwinnaars.

Slavernij kwam voor bij de oude Grieken, Romeinen, Egyptenaren. In het oude China en in Afrika, in de Arabische wereld en in Amerika lang voordat enig Europeaan daar voet aan wal zette.

Toen de Portugezen in de vijftiende eeuw begonnen met hun ontdekkingsreizen rondom Afrika, was het voor Afrikanen vrij normaal dat de ontdekkers slaven namen. Afrikaanse stamhoofden hadden zelf ook slaven en verkochten maar al te graag krijgsgevangen aan de Portugezen.

De Portugezen waren niet de eerste afnemers van slaven: de Arabieren handelden al sinds de negende eeuw in Afrikaanse slaven.

Toen Amerika ontdekt werd begonnen Europeanen daar plantages aan te leggen. Grote boerderijen, waar je veel arbeidskrachten voor nodig hebt om katoen en tabak te oogsten. De Europeanen begonnen toen wat nu bekend staat als de ‘trans-Atlantische slavenhandel’.

Dat wil zeggen, ze voeren naar de westkust van Afrika, kochten daar Afrikanen van andere Afrikanen en vervoerden die naar Amerika. Een aardig lucratief handeltje, waar ook de Nederlanders op doken. Dat hadden ze uiteraard niet moeten doen, want groot leed was het gevolg. Maar in die tijd gold slavernij als vrij vanzelfsprekend.

2. Onze slavenhandel was kleinschalig vergeleken met de islamitische slavenhandel

Arabieren met hun slaven in Zanzibar, Afrika.

In de tussentijd handelden de moslims niet alleen in zwarte slaven, maar ook in blanke. Dit wordt door de huidige media nog weleens vergeten, je vraagt je af waarom…

In dezelfde tijd dat de Europeanen veel Afrikanen naar Amerika brachten, werden er ook enorm veel blanke christenen tot slaaf gemaakt door de moslims. Die moesten werken op plantages in Noord-Afrika, of roeien op Turkse galeien om op rooftochten meer christenen te vangen. Of ze konden in harems van rijke Arabieren terechtkomen.

Schattingen over het totale aantal slaven in de geschiedenis van de islam lopen uiteen van tientallen miljoenen tot wel 200 miljoen. De hoogste schatting van de Europese slavenhandel blijft daarbij steken op een schamele 15 miljoen.

Daarmee is allerminst gezegd dat de trans-Atlantische slavenhandel niet erg was, maar de grootste rol in de internationale slavernijgeschiedenis is dus weggelegd voor de islam. De politiek-correcte racisme-roepers hoor je daar nooit over. Wanneer dringen ze bij de Arabieren aan op een mea maxima culpa voor de slavernij?

De politiek-correcte verontwaardiging over slavernij is hoogst selectief. Het wekt sterk de indruk dat de slavernij voor hen slechts een middel is tot een doel, namelijk Nederland wegzetten als racistisch land.

3. Zwarte Piet is geen slaaf, want in Nederland werd slavernij in de negentiende eeuw afgeschaft

In de loop van de achttiende en negentiende eeuw gebeurde er iets uitzonderlijks. Veel mensen in Europa en Amerika begonnen vragen te stellen bij slavernij. Was dat eigenlijk wel oké?

De katholieke Kerk, vaak weggezet als goedpratende partij in slavenhandel en kolonialisme, had het antwoord al in de zestiende eeuw (!) gegeven. Slavernij is niet oké. Paus Paulus III (1534-1549) noemde slavernij letterlijk “van Satan” en excommuniceerde iedereen die zich eraan schuldig maakte.

In de negentiende eeuw kwamen de Europeanen tot de overtuiging die de Kerk al eeuwen predikt, namelijk dat slavernij slecht is. Het ene na het andere land schafte de slavernij af en verbood de handel in slaven. Alle slaven werden vrijgelaten.

Nederland schafte de slavernij af in 1863. Precies de tijd dat onderwijzer Jan Schenkman zijn klassieke platen publiceerde met Zwarte Piet erop. Schenkman was overtuigd tegenstander van de slavernij. Zijn Zwarte Piet is eerder een reactie tegen dan een verdediging van de slavernij.

4. Slavernij bestaat nog steeds, maar niet bij ons

De negentiende-eeuwse afschaffing van de slavernij ging grotendeels aan de islamitische wereld voorbij. Afghanistan, Marokko en Irak gingen in de jaren 1920 over tot afschaffing, Saoedi-Arabië pas in 1962. In het laatste land is er feitelijk nog sprake van slavernij, met vele Aziaten en Afrikanen die daar gedwongen arbeid verrichten.

Volgens een Australisch onderzoek leven er vandaag de dag op zijn minst 30 miljoen mensen als slaaf. Op het kaartje onder zie je dat dat vooral in Afrika en Azië is.

Waarom wordt Zwarte Piet gelijkgesteld aan slavernij, terwijl er ook vele Europeanen tot slaaf werden gemaakt door moslims? De huidskleur van een persoon zegt dus niets over zijn status als slaaf, vroeger niet en nu niet.

5. Slavernij verklaart niet de huidige achterstand van zwarte mensen

Wij zeggen dat niet zelf, maar citeren bijna letterlijk de Nederlandse historicus Piet Emmer. Hij geldt als voornaamste Nederlandse expert op het gebied van slavernijgeschiedenis. Emmer noemt het voorbeeld van armoede: zwarten verdienen in Nederland gemiddeld minder dan blanken. Links verklaart dit als doorwerking van de armoede van negerslaven vroeger. Emmer: “In werkelijkheid (..) stak hun materiële positie gunstig af tegen die van het proletariaat in West-Europa – om van de horigen in Oost-Europa en de slaven in Afrika maar te zwijgen.” 

Conclusie

Links roept maar al te graag op tot zelfkastijding van Nederland, omdat wij in negerslaven hebben gehandeld. Terwijl dit destijds als vrij normaal gezien werd en de Nederlandse slavenhandel op veel kleinere schaal plaatsvond dan die van islamitische landen.

Dat neemt uiteraard niet weg dat Nederland onrecht heeft begaan door in slaven te handelen! Die zwarte bladzijde uit onze geschiedenis mag en moet getoond worden in het klaslokaal.

Maar laat het onderwijs ook andere bladzijden zien: onze positieve rol in de afschaffing van slavernij en het feit dat slavenhandel voornamelijk een islamitische handel was en is. Dat moet de ‘weg met ons’-mentaliteit in Nederland flink temperen.

doneerCultuur onder Vuur voert campagne voor behoud van Zwarte Piet. Steun met een gift en red Zwarte Piet!