Tag: middeleeuwen

Is de restauratie van de Notre Dame gedoemd te mislukken?

Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Veel plannen zijn nu in omloop voor de restauratie van de Notre Dame na de tragische en zeer symbolische brand die de wereld schokte. Ingenieurs maken zich op voor deelname aan dit uitdagende project. Ruim een miljard euro is al bijeen gebracht, bijna moeiteloos. De Franse president Emmanuel Macron heeft zich al voorgenomen om binnen vijf jaar een nog mooiere kerk te bouwen.

Morele generatie

Alles is klaar. Het lijkt erop dat niks ontbreekt – behalve nederige en berouwvolle harten. Daardoor ontbreekt alles. Want als dit werk niet met een geest van geloof wordt gedaan, is de restauratie gedoemd om steriel en zielloos te zijn.

De restaurateurs behandelen de taak als een staaltje bouwkunst. Maar veel belangrijker dan een fysieke restauratie is een morele generatie. Want zoals velen hebben opgemerkt, symboliseert het woedende vuur de verwoestende crisis in de Kerk en in het Westen. Waartoe restaureren de ingenieurs het gebouw in perfectie, als het geen ziel heeft?

Het is het katholieke Frankrijk dat hersteld moet worden. Weinigen stellen de belangrijke vraag, hoe we de Heilige Moeder in de kathedraal kunnen doen terugkeren. Zal God de restauratie zegenen? Of zal hij het behandelen als een moderne toren van Babel, meer gemaakt om de mens dan God te verheerlijken?

De restauratie van Chartres

Inderdaad, Onze Lieve Vrouw moet terugkeren om de Notre Dame tot haar bezit te maken, opdat haar huis niet weer gereduceerd wordt tot een museum voor hen zonder geloof. De geschiedenis geeft enige inzichten in hoe een waarachtige restauratie plaats kan vinden.

In zijn boek De kathedraal vertelt de 19e eeuwse Franse schrijver J.K. Huysmans het fascinerende verhaal van de middeleeuwse herbouw van de kathedraal van Chartres, nadat een brand de kerk had verwoest. Hieruit kunnen we lessen leren die in ons huidige verdriet kunnen helpen.

Glas-in-lood-raam in de imposante kathedraal van Chartres. Bron: Flickr.

Buitengewone moeite en energie

Het verhaal van Chartres zou niet te geloven zijn, ware het niet dat het in de annalen van de Benedictijnen, Franse kronieken, en oude Vaticaanse documenten opgeschreven zou zijn. Ook seculiere auteurs erkennen de buitengewone moeite en energie die deze tempel van Maria op de ijzige velden van La Beauce hebben opgericht.

In die tijd had Frankrijk gebrek aan alles, behalve nederige en berouwvolle harten. Huysmans vertelt ons dat de arbeiders nederig en anoniem werkten. We weten weinig over hun vaardigheden, maar veel over hun devotie.

“Want dit weten we: Ze werkten alleen als ze in een staat van genade waren,” schrijft Huysmans. “Om deze glorieuze tempel te bouwen, was zuiverheid gevraagd, zelfs van de arbeiders.”

“Een Maagd redden”

Toen het nieuws rondging dat een brand het heiligdom van de Heilige Maagd had verwoest, arriveerden de arbeiders in Chartres. Een algemene roep kwam van overal onder de mensen, omdat “de Madonna toen geliefd was in Frankrijk.” Ze vormden een sublieme kruistocht en namen zich voor om, wat het ook kosten zou, “een Maagd te redden, dakloos nu als op de dag waarop haar zoon geboren was.”

Hele bevolkingsgroepen van overal in Frankrijk verlieten hun werk om de Heilige Maagd te komen helpen. De wegen waren vol met pelgrims, rijk en arm, man en vrouw, jong en oud. Niets kon ze tegenhouden – geen moerassen, dichte bossen, of diepe rivieren. Ze vormden “onverslaanbare legioenen van verdriet” die met hun lijden en gebed de hemel belegerden om hun werk te zegenen.

Een eindeloos gedrang nam spoedig Chartres in haar bezit. De brokstukken werden opgeruimd, funderingen werden gegraven, en hele boomstammen en zware stonen werden gedragen. Mannen en vrouwen van alle leeftijden en sociale klassen trokken karren, en onderwierpen zich aan de discipline van de monnik-bouwmeesters die het werk leidden.

Ieder zijn taak

“Goddelijke liefde was zo sterk dat deze alle verschillen verwijderde,” observeert Huysmans. Inderdaad, allen leefden in een bijzondere harmonie en accepteerden de taken die ze gesteld werden. Iedereen had een taak: koken, zagen, of sjouwen. Zelfs de zieken konden helpen door de hemel te bestormen met gebeden, aangenaam voor God.

De pelgrims zagen hun werk als “een daad van versterving en boetedoening, en tegelijkertijd als een eer; en geen man was zo hoogmoedig dat hij de materialen van de Heilige Maagd aanraakte, tot hij vrede had gemaakt met zijn vijanden, en zijn zonden had opgebiecht.

De verovering van de hemel

Zij die bleven vasthouden aan zonde, of niet regelmatig de sacramenten ontvingen, werden van het bouwterrein weggestuurd. Zij die bleven werkten in een geest van gebed; ze huilden om hun zonden en vroegen Onze Lieve Vrouwe om genade. Op zondagen vormden de menigten lange processies, zongen ze liederen, bezochten ze de diensten op hun knieën, en hielden ze kaarsen die ’s nachts flonkerden als de sterren.

Huysmans merkt op dat, bestormd met zoveel nederigheid en liefde, God de gebeden van Zijn volk verhoorde, en hun werk zegende. Een kathedraal begon te verrijzen.

“De hemel werd bestormd, en veroverd door liefde en inkeer. En de hemel gaf toe dat het verslagen was; de engelen glimlachten en stopten, God capituleerde, en in de blijdschap van de nederlaag, opende Hij de schatten van Zijn genade, om door de mensen geplunderd te worden.” Nog belangrijker, “Hij plaatste zijn machten in Zijn Moeders handen, en wonderen begonnen overal te gebeuren.”

Een veelheid aan wonderen

Het bouwen van zulk een magnifiek gebouw zonder moderne technologie komt op ons over als wonderlijk. In de tijd van het geloof werden zulke technische wonderen echter amper opgemerkt.

De kronieken over de restauratie focussen op de meer aandoenlijke wonderen van de Maagdelijke Moeder voor haar kinderen die met de restauratie bezig waren. Wanneer ze honger lijden, vermenigvuldigt ze brood om hen te voeden. Wanneer ze dorst hebben, voorziet ze hen van uitstekende wijn die zichzelf aanvult. Wanneer werklieden ’s nachts verdwalen in het bos, verschijnt ze met een fakkel in de hand om ze de weg terug te wijzen. Zij die gewond raken tijdens de bouw worden miraculeus genezen.

Op deze manier richtten de mensen een magnifiek verblijf op, passend voor een koningin. Onze Lieve Vrouw kwam om bij haar kinderen te zijn, en haar kerk met genades en zegeningen te vullen, die nu nog een licht zijn in onze nieuw-heidense dagen, waarin zovelen haar verlaten hebben.

Lessen voor ons

Heeft Chartes niet een les voor ons? Voor onze zonden zijn we geslagen met het verlies van de Notre Dame, de prachtige juweel die de vreugde van de wereld was. De christelijke beschaving die de kathedraal gebouwd heeft, is niet meer. Onze Lieve Vrouwe is nu dakloos, “net als op de dag dat haar Zoon geboren was.”

Wat nu nodig is is niet materialen, geld, of loze beloften. Onze Lieve Vrouwe wil deze zaken niet, en heeft ze niet nodig. Ze is niet onder de indruk van de technische oplossingen die zo weinig oplossen, en zoveel meer problemen creëren. Ze wil nederige en tot inkeer gekomen harten die God om zijn zegen vragen voor de restauratie van het gebouw, en de band van God en het Franse volk willen herstellen.

Knielende zielen

Toen de Notre Dame in brand stond, knielden devote zielen neer, hymnen zingend en de rozenkrans biddend. Zouden degenen die bij de restauratie betrokken zijn, overwegen zulke daden te vermeerderen als onderdeel van hun plannen!

Trouwe knielende katholieken zijn veel meer waard dan gedetailleerde plannen. Zoals in Chartes mogen we dan verwachten dat Onze Lieve Vrouwe vele wonderen geeft voor hen die haar aanroepen. We hebben arbeiders met geloof nodig. Laat hen bouwen met reine handen. Laten hun zielen oprecht zijn. Totdat dit gebeurt, zal de huidige restauratie gedoemd zijn te mislukken.

Als de Notre Dame gerestaureerd moet worden, zal de Madonna opnieuw geliefd moeten zijn in Frankrijk – en de wereld. Ze verlangt naar liefhebbende zielen die de hemel kunnen bestormen om voor haar terugkeer te vragen, niet om een gebouw te vullen, maar om opnieuw in de harten van de mensen te regeren.

Auteur: John Horvat II
Dit artikel verscheen eerder op
www.returntoorder.org

Cultuur onder Vuur verdedigt de Nederlandse cultuur en de christelijke beschaving. Help onze inzet met een gift!

Nederland. Hoe dacht Johan Huizinga erover?

De vrolijk wapperende nationale driekleur. Onze molens, tulpen, draaiorgels en carillons. Het koffiedrinken om elf uur. De blonde duinen en stranden. Kippenvel bij het Wilhelmus in het stadion. De meeste Nederlanders hebben wel een beeld bij ‘Nederland’. Toch zullen er markante verschillen zijn tussen mensen die in de jaren vijftig of eerder zijn geboren en wie van later dateren. Iedereen is het erover eens dat in de jaren zestig in westerse landen een proces op gang kwam dat ook ons land veranderde. Niet alleen materieel en uiterlijk, maar ook geestelijk.

Wie op zoek gaat naar de Nederlandse identiteit, loopt tegen het probleem van die verandering aan. Die ontneemt ons als het ware het zicht op wie we werkelijk waren en wellicht nog steeds zijn.

Heropvoeders

Die omslag werd veroorzaakt door het samenvallen van een aantal zaken. Op de eerste plaats kwam in de jaren zestig de economie op stoom. Er vond een ongekende stijging van de welvaart plaats, die brede lagen van de bevolking omvatte. Het massa-onderwijs maakte de vanouds behoudende en burgerlijke bevolking ontvankelijker voor de nieuwe massamedia, zoals de televisie. Onder invloed van de zich verbreidende linkse ideologie gingen die zich als heropvoeders van het volk zien. Er vormde zich bovendien een speciale, links georiënteerde cultuur voor jongeren van popmuziek, drugsgebruik en een losse seksuele moraal. Weinigen wisten daaraan te ontsnappen.

De pil

De lossere seksuele moraal werd sterk in de hand gewerkt door de uitvinding en snelle verspreiding van ‘de pil’, met ook alle demografische en culturele gevolgen van dien. Het traditionele huwelijk en gezin kwamen onder druk te staan. Echtscheiding werd in de wet vergemakkelijkt en abortus en euthanasie werden gelegaliseerd. Ontwikkelingen die niet uniek waren voor Nederland, maar die zijn verzuilde samenleving en demografie als een sloopkogel troffen.

Hoofddoekje

Terwijl Nederland zich altijd als een overbevolkt emigratie-land had gezien, kwam bovendien een immigratiestroom op gang. Door de teruglopende bevolkingsgroei als gevolg van pil en verminderde huwelijkszekerheid kreeg immigratie van goedkope arbeidskrachten in Nederland, hoewel aanvankelijke puur economisch gemotiveerd, een oppervlakkige demografische plausibiliteit als ‘aanvullende’ bevolking. In latere decennia zou het eerste stroom gastarbeiders zich – onder andere via gezinshereniging – verwijden tot massa-immigratie die het straatbeeld in Nederland onherkenbaar zou veranderen. De immigranten hadden een ander uiterlijk, waren vaak islamitisch en, waar het hun kernwaarden betrof, niet van plan zich aan Nederland aan te passen. Het hoofddoekje is het symbool van deze uitdagende niet-aanpassing.

Willem Drees

De allochtonen werden in deze houding aangemoedigd door links Nederland dat hen als een nieuwe achterban verwelkomde, toen de Nederlandse arbeidersklasse wegliep naar andere, veelal rechtsere partijen. Een opmerkelijk gegeven is dat bij alle partijen hoog aangeschreven socialistische voorman en premier Willem Drees (1886-1988) in de jaren zeventig als hoogbejaard oud- politicus demonstratief de Partij van de Arbeid verliet, omdat hij het aanmoedigen van immigratie niet in het belang van Nederland vond.

Johan Huizinga

Voor wie alleen naar het Nederland en zijn cultuur van nu kijkt, valt het na alle veranderingen niet meer mee er de essentie van te bepalen. Daarvoor zijn de veranderingen en gelijkschakelingen van de laatste decennia te ingrijpend geweest. Daarom is het goed hierover bij een van Nederlandse belangrijkste historici te rade te gaan, Johan Huizinga. In de politiek tumultueuze jaren dertig hield hij een rede die hij later uitwerkte tot een klassiek boek Nederlands geestesmerk (1934).

Vrijheid

In die jaren waarin rondom ons een heerszuchtig nationalisme opkwam, wees Huizinga erop dat Nederland door zijn historische wording de vrijheid als kernwaarde heeft. Dat is iets om trots op te zijn. Dit vrijheidsbesef wortelt in de middeleeuwen. Denk daar niet lichtvaardig over, aldus Huizinga: “De meeste staten van Europa hebben hun vorming te danken aan een beginsel van heerschappij. Er zijn er maar enkele, die aan een strijd om vrijheid hun bestaan en hun wezen danken. Een ervan is Nederland. Vrijheid, hoe eng ook verstaan, is de gist van onze natie geweest. Laat Nederland met het kostbaar erfgoed van vrijheid voorzichtig zijn.”

Eigen taal koesteren

Essentieel voor de vorming van de Nederlandse cultuur was de middeleeuwse vorming van een eigen taal. Pas als je die hebt, kun je vanuit je eigenheid vreemde invloeden goed verwerken. Huizinga: “Die mogelijkheid tot gelijkmatige verwerking van verschillende vreemde culturen berust bovenal op ons bezit van een eigen taal.” Ook al is dat soms een handicap om onze eigen boodschap te verspreiden, onze eigen taal “houdt ons onpartijdig, zij geeft ons een eigen spiegel, om het vreemde in op te vangen.” We moeten onze eigen taal dus koesteren, zonder in overdreven purisme te vervallen. Vreemde woorden kunnen er ook hun plaats in krijgen, als dat zinvol is. “Houd het Nederlands zo, dat het goed Nederlands en tevens zo internationaal mogelijk is.”

Middeleeuwse vrijheden

In de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelt Nederland zich tot een zelfstandige staat. “Zoo wonderbaarlijk als het ontstaan van dien staat, zoo vreemd was zijn aard en zoo verbijsterend zijn wasdom”, aldus Huizinga. “In de eeuw, waarin bijna overal het absolutisme troef is, waarin de regeringen, waar zij kunnen, de oude middeleeuwse vrijheden opruimen, om er een straf regeringsstelsel van bovenaf voor in de plaats te stellen, leverde de Nederlandse staat het bewijs, dat ook op die verouderden grondslag van particuliere vrijheid en zelfstandigheid der onderdelen nog te bouwen viel.”

Gelijkgestemdheid

Nederland ontworstelde zich aan Spanje, maar ging daarmee door op zijn eigen weg. Het leidde tot de fameuze Gouden Eeuw: “In de vrije Nederlanden trok zich, voor den tijd van ongeveer een eeuw, als ’t ware alles samen, wat in het Europa der zeventiende eeuw hoge beschaving betekende”, aldus Huizinga. Wat volgde was een proces van geleidelijke “gelijkgestemdheid” van wat nu Nederland is. Dat grondgebied was doormidden gebroken, en Holland benutte de zuidelijke katholieke provincies als buffergebied zonder zelfbestuur: de generaliteitslanden. Toch zou het zich ontwikkelende nationale besef zich ten slotte ook tot die provincies uitbreiden.

Westelijkheid

“Een wonderlijk lotsbestel heeft ons volk, gescheiden van de oorspronkelijken stam, tot een edel deel van West-Europa gemaakt”, meende Huizinga in 1934. “Over Delfzijl en Vaals loopt de grens tussen West- en Middel-Europa. In onze westelijkheid ligt onze kracht en de reden van ons bestaan. Wij horen aan de Atlantische kant. Ons zwaartepunt ligt op en over zee. Ons gezelschap is dat der Westelijke volken.”

Minaretten en koepeltjes

Huizinga kon weinig vermoeden dat slechts enkele decennia later een migratiestroom van niet-westerse allochtonen naar Nederland op gang zou komen. De nationale ‘gelijkgestemdheid’ zou steeds meer verstoord raken. Dat minaretten en koepeltjes van moskeeën deel zouden gaan uitmaken van de skyline van Nederlandse steden, had voor de jaren zestig niemand voor mogelijk gehouden.

Vrijheidstraditie bedreigd

Maar ook lange tijd daarna is het wensdenken blijven heersen dat de nieuwkomers zich geleidelijk bij de Nederlandse “gelijkgestemdheid” zouden aansluiten. Gezien het feit dat volgens onderzoek inmiddels al twee derde van de Nederlanders vindt dat de nationale identiteit onder druk staat, is daar weinig van terecht gekomen. Daaruit volgt logisch dat ook de Nederlandse vrijheidstraditie en cultuur, die zich vanaf de middeleeuwen in onze streken gevormd hebben, worden bedreigd. Laten we daarom Huizinga’s waarschuwing ter harte nemen: “Laat Nederland met het kostbaar erfgoed van vrijheid voorzichtig zijn.”

doneerCultuur onder Vuur zet zich in voor de Nederlandse cultuur en christelijke tradities. Steun onze strijd met een gift!

Politiek-correcte communisten belegeren ‘racistische’ Efteling

De open brief is in het Engels. Zodat internationale hulptroepen komen om Nederlanders te vertellen wat wel mag en wat niet mag? Omdat de activisten geen fatsoenlijk Nederlands kennen? Joost mag het weten...
De open brief is in het Engels. Om internationale hulptroepen op te trommelen? Omdat de activisten geen fatsoenlijk Nederlands kennen? Joost mag het weten…

Gaat u deze zomer gezellig met het gezin naar de Efteling? Annuleer uw tickets maar gelijk, want de Efteling is hartstikke racistisch. Dat beweert de actiegroep Stop Oppressive Stereotypes. De groep roept per open brief de Efteling op ‘om te stoppen met het indoctrineren van kinderen met onderdrukkende stereotypen’.

De briefschrijvers hekelen Monsieur Cannibale, een zwarte kannibaal in het midden van een carrousel met ‘kookpotten’. Deze attractie veroorzaakt al jaren groot leed. Hele generaties zwarte Nederlanders zijn gekwetst en zelfs getraumatiseerd door de figuur. In 2015 liep het aantal klachten van zwarte Efteling-bezoekers zelfs op tot…

Bron: Wikipedia
De Efteling is pittoresk en idyllisch bij uitstek. Bron: Wikipedia

Nul. Het aantal zwarte Efteling-bezoekers dat geschaad is door Monsieur Cannibale is nul. Het aantal blanke Efteling-bezoekers dat na een ritje in de kookpotten van Monsieur Cannibale eens flink negers in elkaar gaat rammen, is even laag. Nul.

Monsieur Cannibale is helemaal niet ‘onderdrukkend’ voor zwarte mensen – evenmin als de Eftelings prullenbak Holle Bolle Gijs ‘onderdrukkend’ is voor dikke mensen. Kunnen we dan de beschuldigingen van Stop Oppressive Stereotypes wegwuiven? Zeker niet.

De Efteling staat namelijk symbool voor onze beschaving. Waar pretparken als Walibi puur bestaan voor het oppompen van adrenaline, spreekt de Efteling met sprookjes de historische verbeelding aan. De wereld van de Efteling is een wereld van kasteleinen, kastelen en krijgers. Deze wereld spreekt Nederlanders meer aan dan de wereld van spuuglelijke moderne kunst en experimentele poëzie, om maar wat politiek-correcte hobby’s te noemen.

De Efteling moet daarom gecastreerd worden. Hoe je dat effectief doet, heeft de politiek-correcte maffia geleerd van Leon Trotski. Deze communist wist als geen ander hoe de beschaving te vernietigen en te vervangen met een dictatuur van gelijkheid: samen met Lenin en Stalin wierp hij het christelijke en tsaristische Rusland omver, en zette er de Sovjet-Unie voor in de plaats.

Trotsky_Portrait
Terrorist, massamoordenaar en politiek-correcte theoreticus Leon Trotski. Bron: Wikipedia.

Je kunt orde pas omverwerpen, zo leert Trotski, als je tegenstander volledig in diskrediet is gebracht. Dat doe je door zijn argumenten compleet te negeren en te overschreeuwen. De kunst is niet argumenteren, maar aanwrijven.

Bijvoorbeeld door constant ‘Racist!’ te roepen als je tegenstander zijn zaak wil bepleiten. De beschuldiging van racisme, hoe onwaar ook, zal aan je tegenstander gaan kleven en hem op den duur in diskrediet doen afdruipen.

Precies hetzelfde doen de politiek-correcte communisten van groepen als Stop Oppressive Stereotypes. Negerzoenen, Zwarte Piet, Monsieur Cannibale: telkens verzinnen ze een nieuw ‘onrecht’ om ‘Racisme!’ tegen te schreeuwen.

De Efteling heeft in antwoord op de open brief beloofd met Stop Oppressive Stereotypes in gesprek te gaan. Het zal niet helpen. In gesprek gaan is juist niet wat deze politiek-correcte communisten willen. Ze willen een podium om de Efteling te overschreeuwen. Tot nog toe heeft Stop Oppressive Stereotypes dan ook nog niet gereageerd op het aanbod.

Beste Efteling, verspil uw tijd niet met het kabaal van Stop Oppressive Stereotypes. Draai hen de rug toe en ga vrolijk verder met wat u al tientallen jaren doet: miljoenen Nederlanders betoveren met prachtige sprookjes over idyllische tijden toen humor nog mocht.

doneer⇒ Cultuur onder Vuur voert campagne voor Zwarte Piet en andere bedreigde tradities. Geef en red onze cultuur!